Marc-Antoine Charpentier
Componist
1643 – 1704

Welkom, ik ben de Franse componist Marc-Antoine Charpentier, al noemt iedereen me hier gewoon Charpentier. Ga er rustig voor zitten, want ik vertel je graag het verhaal van mijn leven in en rond Parijs. Samen met mijn collega-componisten help ik je op deze site bovendien om mijn muziek te herkennen zodra je haar hoort, dus ga gerust met onze Trainer aan de slag .
---
Van wetboeken naar muzieknoten
Ik werd in 1643 in of vlak bij Parijs geboren als zoon van Anne Toutré en Louis Charpentier, een meesterschrijver met goede contacten bij het plaatselijke parlement. Na een degelijke opleiding, waarschijnlijk bij de jezuïeten, heb ik nog even rechten gestudeerd in Parijs, maar die dikke wetboeken lieten mijn hart niet bepaald sneller kloppen. Halverwege de jaren zestig trok ik daarom naar Rome, en het verhaal gaat dat ik daar eigenlijk wilde leren schilderen voordat ik bij de muziek belandde. Wat daar ook van waar is, ik ging er in de leer bij de Italiaanse meester Giacomo Carissimi, die mij liet zien hoe je emotie vangt in muziek.Invallen na een klinkende ruzie
Rond 1670 keerde ik terug naar Parijs met mijn hoofd vol frisse Italiaanse ideeën en al snel kreeg ik een onverwachte grote kans. De beroemde toneelschrijver Molière had in 1672 namelijk ruzie gekregen met zijn vaste componist Jean-Baptiste Lully en zocht met spoed een vervanger. Ik mocht inspringen en schreef in 1673 de muziek voor zijn toneelstuk Le Malade imaginaire. Het voelde een beetje alsof ik tijdens een ruzie tussen twee koks plotseling de keuken in werd geduwd om het hoofdgerecht te redden, maar het zette mijn naam meteen op de kaart.Een eigen koor onder één dak
Bijna twintig jaar lang woonde en werkte ik in het Hôtel de Guise in Parijs, als huiscomponist en zanger voor Marie de Lorraine, de hertogin van Guise. Dat stadspaleis was een prachtige plek waar ik alle vrijheid kreeg om nieuwe klanken uit te proberen. Daarna schreef ik vanaf 1679 een paar jaar gewijde muziek voor de privékapel van Louis, de Grand Dauphin, en in de late jaren tachtig trad ik in dienst bij de jezuïeten. Ik gaf ook nog compositieles aan Philippe d'Orléans, de hertog van Chartres, dus ik kwam op heel wat voorname adressen over de vloer.Muziek die iedereen nog meeklapt
In al die jaren vloeiden er flinke werken uit mijn pen, zoals de kleine opera Actéon, het bijbelse drama David et Jonathas en mijn tragische opera Médée uit 1693. Toch kennen de meeste mensen mij tegenwoordig van één specifiek stuk dat je ook hier op de site vindt: Te Deum Prelude. Dat feestelijke begin van mijn Te Deum H. 146 uit ongeveer 1690 klinkt zo vrolijk en statig dat het wereldwijd beroemd is geworden als de herkenningsmelodie van Eurovisie. Het is een gek idee dat een kerkelijk lofgezang eeuwen later het startschot werd voor een groot televisiespektakel, al hoor je meteen dat de melodie je vrolijk wakker schudt.Ziek op bed en achtentwintig dikke mappen
Mijn loopbaan ging niet altijd over rozen, want in 1683 moest ik mij terugtrekken uit een belangrijke wedstrijd voor een baan bij de koninklijke kapel. Officieel lag ik destijds zwaar ziek op bed, al fluisterden roddelaars aan het hof dat rivalen mij hadden weggewerkt, maar gelukkig kreeg ik dat jaar wel een koninklijk pensioen. Ik ben nooit getrouwd, maar ik had wel een andere grote liefde waar ik bijna al mijn vrije uren in stak: het netjes overschrijven van mijn eigen muziek. Als een soort boekhouder van mijn eigen noten vulde ik eigenhandig achtentwintig dikke delen, de Meslanges autographes, zodat er geen snipper verloren zou gaan.De mooiste baan voor het laatst bewaard
In 1698 kreeg ik eindelijk een van de meest eervolle muzikale banen van heel Frankrijk, als muziekmeester van de Sainte-Chapelle in Parijs. Voor die prachtige kapel schreef ik muziek die de ruimte tot in de hoogste hoekjes moest vullen. De adel, de geestelijkheid en het tijdschrift Mercure galant hadden veel waardering voor mijn werk, wat na al die jaren hard werken natuurlijk heerlijk was om te merken. Ik bleef tot het einde op die mooie plek wonen en werken, totdat ik daar op 24 februari 1704 mijn laatste adem uitblies.Hoe een keurige administratie je eeuwen later redt
Na mijn dood bleek al dat geduldige kopieerwerk van mij een schot in de roos te zijn geweest. Terwijl de bladmuziek van veel tijdgenoten in stoffige lades verdween of kwijtraakte, bleven mijn achtentwintig mappen keurig bewaard. In 1982 maakte de onderzoeker Hugh Wiley Hitchcock een groot overzicht van mijn werk, waarin hij meer dan vijfhonderdvijftig bewaard gebleven stukken een eigen H-nummer gaf. Als ik destijds wat slordiger was geweest met mijn ganzenveer, had je nu waarschijnlijk bijna geen noot van mij kunnen beluisteren.Italiaanse warmte op zijn Frans
Wanneer je naar mijn muziek luistert, hoop ik dat je die samensmelting hoort van de plechtige Franse stijl en de warme emotie die ik in Rome heb opgepikt. Muziek hoeft van mij geen ingewikkelde wiskundepuzzel te zijn; ze moet je direct raken, of het nu gaat om een groots feest of om een stil verdriet. Zelfs als je nog nooit een concertzaal of oude kapel van binnen hebt gezien, spreken een heldere melodie en een rijke harmonie voor zich. Ga er dus rustig voor zitten en laat de klanken het werk doen, precies zoals ik ze ooit met zoveel zorg op papier heb gezet.---
Vond je het mooi om zo een stukje met me mee te wandelen door mijn leven? Als je nu nieuwsgierig bent geworden naar hoe mijn muziek klinkt, kun je op deze site luisteren naar Te Deum Prelude. Klik gerust op de linkjes hieronder om zelf op ontdekkingstocht te gaan.
Te Deum Prelude
Te Deum in D major, H. 146: I. Prelude
