Niccolò Paganini
Componist
1782 – 1840

Welkom, ik ben Niccolò Paganini, de Italiaanse violist en componist die op deze site gewoon Paganini heet. Ga er rustig voor zitten, want ik neem je graag mee door het verhaal van mijn eigen leven. Bovendien helpen mijn collega-componisten en ik je hier om mijn stukken meteen te herkennen zodra je ze hoort, dus ga aan de slag als je dat zelf wilt meemaken.
---
Snaren bij het ontbijt
Ik werd in 1782 geboren in Genua, waar mijn vader Antonio in de haven werkte en thuis graag muziek maakte. Hij drukte me op mijn vijfde een mandoline in de handen en twee jaar later mocht ik eindelijk overstappen op de viool. Al snel had ik de lokale leraren in mijn geboortestad helemaal uitgespeeld, alsof ik een boek uitlas dat eigenlijk voor volwassenen bedoeld was. Daarom trok ik naar Parma om het vak van het componeren echt goed in de vingers te krijgen bij Ferdinando Paer en Gasparo Ghiretti.Heel Europa op zijn kop
Na een paar goede jaren had ik een techniek ontwikkeld waar het publiek in steden als Milaan, Venetië, Rome en Napels met open mond naar kwam luisteren. Ik tokkel bijvoorbeeld op de snaren met dezelfde linkerhand waarmee ik ook de noten indruk, zodat het net lijkt alsof er twee mensen tegelijk op één viool staan te spelen. Toen Italië eenmaal aan mijn voeten lag, trok ik vanaf 1828 de grens over naar Wenen en later ook naar Parijs en Londen. Overal waar ik mijn koffer uitpakte, zaten de zalen vol met mensen die met eigen ogen wilden zien of mijn vingers wel echt van vlees en bloed waren.In vaste dienst bij de prinses
Voordat dat grote reizen allemaal begon, werkte ik vanaf 1805 een paar jaar in Toscane aan het hof van Elisa Bonaparte Baciocchi, de prinses van Lucca en Piombino. Ik was daar niet alleen de vaste solist, maar ik leidde ook het hoforkest en zorgde voor de muziek bij alle officiële gelegenheden. Het was een veilige en eervolle baan, maar voor een rusteloze muzikant voelt zo'n keurig paleis na een tijdje toch als een net iets te krappe jas. In 1809 nam ik dan ook afscheid van het hofleven om op eigen benen te staan en zelf te bepalen waar ik mijn volgende concert zou geven.Vuurwerk op vier snaren
Tijdens die drukke jaren schreef ik onder meer mijn 24 Caprices for Solo Violin, een reeks stukken waarin ik tot het uiterste ga op mijn instrument. Hier op de site vind je daaruit Caprice No 24, waarin ik één korte, pakkende melodie telkens in een ander muzikaal jasje steek. Bij elke nieuwe variatie moeten mijn vingers weer een andere halsbrekende toer uithalen, van razendsnelle sprongen tot het spelen van meerdere melodielijnen tegelijk. Daarnaast schreef ik ook grote stukken met orkest, zoals mijn Violin Concerto No. 2 in B minor met die vrolijk rinkelende finale die La campanella wordt genoemd.Dokters, duivels en andere pech
Door mijn razendsnelle spel gingen er allerlei wilde verhalen rond, en ik moest tijdens mijn leven zelfs steeds onzin ontkennen over een pact met de duivel of dat ik mijn techniek in de gevangenis had geleerd na een moord. Later hebben onderzoekers zich nog afgevraagd of mijn ongewoon lenige gewrichten misschien kwamen door een aangeboren aandoening van het bindweefsel, maar dat heeft nooit iemand echt kunnen bewijzen. Wat ik helaas wel zeker weet, is dat artsen mij vanaf 1822 volstopten met gevaarlijke hoeveelheden kwik en opium om syfilis en andere zware kwalen te bestrijden. Alsof die aanslag op mijn lichaam nog niet genoeg was, verloor ik eind jaren dertig ook nog eens een fortuin toen het Casino Paganini, een gok- en concerthuis in Parijs, op een fiasco uitliep.Een stemloos einde in het zuiden
In mijn laatste jaren was mijn gezondheid zo slecht dat ik zelfs mijn stem kwijtraakte, al zijn de geleerden het er nog steeds niet over eens of dat nu door tuberculose aan mijn strottenhoofd, syfilis of al dat kwik kwam. Gelukkig had ik veel steun aan mijn zoon Achille Ciro Alessandro, over wie ik de volledige voogdij had gekregen na mijn relatie met zangeres Antonia Bianchi. Ik zocht uiteindelijk de rust op in Nice, waar ik in mei 1840 na een inwendige bloeding mijn laatste adem uitblies. Zelfs na mijn dood bleef het nog jarenlang onrustig omdat de kerk mij eerst een katholieke begrafenis weigerde vanwege die oude bijgelovige geruchten, tot ik eindelijk mijn rustplaats kreeg in Parma.Mijn kanon voor de toekomst
Mijn dierbaarste bezit, een prachtige Guarneri del Gesù uit 1743 die ik vanwege zijn machtige geluid Il Cannone noemde, heb ik nagelaten aan mijn geboortestad Genua. Die viool ligt daar veilig achter slot en grendel, maar mijn muzikale ideeën gingen na mijn dood juist een heel eigen leven leiden. Componisten als Franz Liszt, Robert Schumann, Johannes Brahms en Sergei Rachmaninoff raakten zo geïnspireerd door mijn werk dat ze mijn thema's en technieken op hun eigen manier verwerkten. Zo bleef mijn manier van spelen voortleven, zelfs bij muzikanten die niet eens een strijkstok vasthielden maar achter een piano zaten.Gewoon achterover leunen
Als je nu naar mijn muziek luistert, hoef je je gelukkig geen enkele zorgen te maken over hoe lastig die noten op papier zijn. Ik heb al het zware en zweterige werk op die vier snaren namelijk al lang voor je gedaan. Het enige wat ik je wil meegeven is het pure plezier van een melodie die danst, springt en af en toe een onverwachte knipoog uitdeelt. Leun dus lekker achterover en laat je gewoon meevoeren door de energie, net zoals de mensen in de concertzalen dat in mijn tijd deden.---
Vond je het mooi om het verhaal van mijn leven te lezen? Op deze site kun je nu zelf in mijn muziek duiken en kennismaken met Caprice No 24. Klik op de links hieronder om dit stuk verder te verkennen.
Caprice No 24
Caprice No. 24 in A minor, Op. 1, No. 24, MS 25
