Niccolò Paganini
Componist

1782 – 1840

Portret van Paganini
Faka mattie, ik Niccolò Paganini, gewoon Paganini op deze plek, dé zieke baas op viool, wollah geen grap! Zet jezelf schrap ouwe, want ik ga je nu mijn hele lijpe levensverhaal droppen, tintin! Trouwens gozer, samen met mijn collega-componisten fix ik hier dat je mijn tracks meteen gaat herkennen zodra ze knallen, dus  check die dikke Trainer !
---

Klein menneke met spierpijn in z'n vingers, broer!

Ewa sahbi, luister dan, 1782 gedropt in Genua, ma Teresa en pa Antonio aan die haven aan het hosselen, maar die ouwe zet mij op m'n vijfde al op de mandoline, kaolo streng! Twee jaartjes later pak ik die viool vast en ik zweer je, geen rust op de blok, alleen maar zagen tot m'n vingers bijna eraf vallen, faka met die jeugd dan? Lokale gasten zoals Giovanni Servetto en Giacomo Costa proberen mij nog wat bij te spijkeren in de stad, maar ik vlieg die leraren voorbij alsof ze stilstaan, echt krankzinnig. Dus ik door naar Parma, waar Alessandro Rolla meteen ziet dat ik al te gruwelijk ben en mij doorstuurt naar Ferdinando Paer en Gasparo Ghiretti om dat componeren helemaal kapot te maken, toch!

Helemaal losgebroken in heel Italië, neef!

Op een gegeven moment trek ik heel Italië door, van Milaan en Venetië tot Rome en Napels, en overal waar ik binnenstap met m'n houtje gaan die zalen compleet uit hun plaat, drerrie! Ik gooi dubbelgrepen, flageoletten en pizzicato met m'n linkerhand tegelijk, snaren compleet anders gestemd met scordatura, mensen kijken alsof ze water zien branden, niet normaal! Na al die Italiaanse steden te hebben gesloopt op het podium, pak ik vanaf 1828 eindelijk de rest van Europa aan, te beginnen in Wenen waar iedereen gelijk helemaal lijp wordt van m'n show. Drie jaar later, in 1831, sta ik in Parijs en Londen die hele boel op stelten te zetten, dikke doekoe binnen te harken en elke criticus met z'n mond vol tanden achter te laten, geloof mij!

Chillen aan het hof in Toscane, of toch niet?

Voor die grote Europese tours zit ik vanaf 1805 nog een tijdje vastgeplakt in Toscane bij het hof van prinses Elisa Bonaparte Baciocchi in Lucca en Piombino, lekker chique doen zogenaamd. Ik ben daar de vaste solist en muziekdirecteur van de tent, dus ik moet elke keer netjes opdraven als die hoogheden wat deuntjes willen horen, je weet zelf hoe dat gaat. Maar een wilde strijder zoals ik laat zich natuurlijk niet kooien in zo'n gouden paleisje, want ik wil gewoon vrij zijn en zelf bepalen waar ik m'n kunsten laat zien, kill! In 1809 zeg ik dus mooi 'mazzel en tot nooit meer' tegen dat hofleven en kies ik voor het vrije bestaan als reizende virtuoos, beste keuze ooit!

Mijn dikste tracks waar je oren van gaan klapperen!

Tussen 1802 en 1817 schrijf ik mijn vierentwintig grillen voor soloviool, de 24 Caprices for Solo Violin, en die laatste daarvan, Caprice No 24, staat gewoon hier op de site klaar om je trommelvliezen te slopen, gap! Als je niet alleen op losse snaren wilt trippen maar een heel orkest erbij wilt voelen, heb ik rond 1817 m'n Violin Concerto No. 1 in elkaar gedraaid, pure vuurwerkshow vanaf de eerste tel. En in 1826 gooi ik daar nog een schepje bovenop met Violin Concerto No. 2, waarbij dat derde deel, La campanella, zo scherp rinkelt als een belletje dat je hoofd vanzelf mee gaat bouncen, serieus! Andere violisten kijken naar mijn bladmuziek en beginnen direct te zweten en te huilen tegelijk, want wat ik daar op papier heb gezet is voor normale stervelingen bijna niet te spelen, baas boven baas!

Roddels van haters en foute medicijnen, wat een drama!

Mensen snappen niks van mijn lange vingers en lenige gewrichten — ze zeggen nu dat het misschien een of andere vage bindweefselaandoening is, niemand weet het zeker — en verzinnen toen zelfs de leugen dat ik een deal met de duivel heb of in de bajes heb leren spelen op één G-snaar! Ondertussen krijg ik in 1825 wel mooi mijn zoon Achille Ciro Alessandro met zangeres Antonia Bianchi, en die kleine man neem ik later helemaal alleen onder mijn hoede zodat hij officieel mijn naam draagt, trots op die gozer! Maar m'n gezondheid is echt zwaar klote, want na een diagnose in 1822 proppen dokters mij vol met giftige kwik en opium, waardoor ik jarenlang rondloop met een lijf dat vanbinnen kapotgaat, echt faya. En alsof dat nog niet genoeg ellende is, verlies ik eind jaren dertig ook nog eens bakken met knaken in Parijs door het geflopte Casino Paganini, een gok- en concerttent die compleet in de soep loopt, zonde van die flappen!

De laatste ronde aan de kust, helemaal schor!

Tegen het einde ben ik mijn stem helemaal kwijt en niemand weet precies of dat nou door keeltering, die oude ziekte of al die rotzooi van die kwikbehandelingen komt, maar praten lukt voor geen meter meer, strijder. Ik zak af naar Nice om nog een beetje bij te komen van alle hectiek, maar mijn lichaam is na al die jaren op de planken en foute drankjes van de dokters gewoon helemaal op. Op 27 mei 1840 gaat het licht definitief uit door een interne bloeding, en zelfs na mijn dood blijven die kerkbazen moeilijk doen door mij jarenlang een katholieke begrafenis te weigeren vanwege al die oude bijgelovige praatjes! Uiteindelijk krijg ik na een eeuwigheid wachten toch nog mijn vaste rustplek op de begraafplaats Cimitero della Villetta in Parma, eindelijk een beetje rust in de tent na al dat gezeik!

Mijn kanon van een viool en de nieuwe generatie!

Mijn allergrootste trots, mijn Guarneri del Gesù uit 1743 die ik Il Cannone noem omdat dat ding knalt als een echt kanon, laat ik na aan mijn geboortestad Genua zodat niemand ermee kan sjoemelen, pik! Gasten die na mij komen, zoals Franz Liszt en Robert Schumann, horen mijn trucs en worden zo hard geïnspireerd dat ze de hele romantische muziek op z'n kop zetten om net zo virtuoos te klinken. En het stopt niet eens daar, want ook latere grootheden als Johannes Brahms en Sergei Rachmaninoff gaan aan de haal met mijn thema's, zo diep zit mijn stijl in hun systeem gebakken, geloof je het? Voor mij was een concert geven nooit stijfjes op een stoel zitten, maar pure magie en spektakel waarbij ik de lat voor elke muzikant na mij tot aan de wolken heb gelegd, zonder twijfel!

Zet je schrap en laat je wegblazen, vriend!

Als je nu naar mijn werk luistert, wil ik dat je vergeet dat klassieke muziek zogenaamd alleen voor nette mensen met een pruik op is, want mijn noten zijn gemaakt om je hartslag naar tweehonderd te jagen, kameraad! Je moet die spanning voelen wanneer ik over die snaren race alsof de politie achter me aan zit, en dan ineens zo zoet en hoog speel dat je kippenvel op je armen krijgt, snap je die vibe? Ik heb alles uit dat stuk hout gehaald wat erin zat, met bloed, zweet en gekke vingervlugheid, puur om jou met open mond achterover in je stoel te blazen. Dus knal die volumeknop helemaal open bij Caprice No 24 hier op de pagina en laat je meeslepen door de enige echte koning van de vier snaren, gaan met die banaan!
---
Ewa niffo, ging je ook zo kapot hard op hele leip verhaal van m'n leven of wat? Sowieso moet je nu gelijk doorpakken en die gruwelijke pokoe van me op deze site gaan luisteren, broer: Caprice No 24, puur vuur! Klap snel een klik op die linkjes hieronder, gap, en check die zieke tunes zelf!
Caprice No 24
Caprice No. 24 in A minor, Op. 1, No. 24, MS 25