PRELUDE NO 1 IN C MAJOR VAN BACH
DE ACHTERGROND
The Well-Tempered Clavier, Book 1: Prelude No. 1 in C major, BWV 846

Ik ben Johann Sebastian Bach, en ik vertel je zo het verhaal achter het Prelude No 1 in C Major. Ben je benieuwd hoe dit stuk is ontstaan, en wat er voor de eerste noot allemaal aan vooraf ging? Ik loop met je mee door dit verhaal, stap voor stap, zodat je aan het einde weet waar die rustig golvende akkoorden vandaan komen. Daarna geef ik je een paar manieren om het Prelude No 1 in C Major zelf verder te ontdekken, zodat je er nog lang iets nieuws in kunt horen.
---
Een kapelmeester met een prins in de buurt
Toen dit prelude ontstond, was ik kapelmeester van prins Leopold in Köthen, en dat bleef ik van 1717 tot 1723. Ik was daar de baas over de hofmuziek, en ik had alle ruimte om te schrijven wat ik wilde. Dat is een prettige positie voor iemand met een hoofd vol ideeën. In die jaren groeide het plan voor een heel boek met stukken voor het klavier, en dit prelude werd de opening.Wie heeft er een kalender?
Wanneer ik dit stuk precies bedacht, weet niemand zeker. Op het handschrift van het eerste boek staat 1722, maar het prelude zelf kan best ouder zijn. Het verhaal gaat dat het in Köthen is ontstaan, al is Weimar niet helemaal uitgesloten. Ik heb nooit een stempel met de datum op mijn bladzijden gezet, en dat zie je nu terug in de discussies.Eerst een schriftje voor mijn zoon
Rond 1720 stelde ik voor mijn zoon Wilhelm Friedemann een Klavierbüchlein samen, een schrift om uit te leren spelen. Daarin staat al een eerdere, kortere versie van dit prelude. Het begon dus als lesstof voor thuis, nog voordat het een plek kreeg in het grote boek. Zo gaat dat wel vaker: wat als oefening begint, wordt later de bladzijde waar iedereen mee begint.Een titelpagina met goede bedoelingen
Op de titelpagina van het boek schreef ik dat het bedoeld is voor het nut en gebruik van de leergierige muzikale jeugd. Ik voegde eraan toe dat het ook bedoeld is voor het vermaak van wie in dit vak al bekwaam is. Dat is ongeveer het muzikale equivalent van een bordje 'welkom voor iedereen' op de deur. En het klopt: een beginneling kan dit prelude leren spelen, en een ervaren speler blijft er nog jaren iets in ontdekken.Vierentwintig keer dezelfde vraag
Elk boek van The Well-Tempered Clavier bevat vierentwintig paren van een prelude met een fuga, en dit prelude is het eerste paar. Het idee was dat je in alle toonsoorten kunt spelen, zonder dat er ergens een akelig valse noot opduikt. Daarvoor heb je een stemming nodig waarin alle toonsoorten zuiver klinken, en dat bedoel ik met 'well-tempered'. Welke stemming ik precies in gedachten had, weet niemand zeker, en ik ga het hier echt niet verklappen.Kort, maar met een nette afsluiting
Het prelude duurt maar vijfendertig maten, en dat is verrassend weinig voor een stuk dat zo bekend is geworden. Het eindigt op één enkel C-majeurakkoord, alsof ik na al dat gewandel rustig de voordeur achter me dichttrek. Daarna volgt een fuga van zevenentwintig maten. Er komen geen dansen achteraan, want in dit boek hoort bij elk prelude een fuga.De maat die er soms wel en soms niet is
In sommige uitgaven staat tussen maat 22 en maat 23 een extra maat, die de Schwencke-maat heet. Die staat dus niet in alle bladmuziek. Wie het stuk speelt, moet daarom even opletten welke versie er in zijn boekje staat. Het is een klein verschil, maar je merkt het meteen als je met iemand anders samen wilt beginnen en de maten niet kloppen.Een Ave Maria waar ik niets mee te maken heb
In 1853 improviseerde Charles Gounod een melodie boven mijn prelude, en die werd uitgegeven als 'Méditation sur le 1er prélude de piano de S. Bach'. In 1859 verscheen er een versie voor zangers met de Latijnse tekst van het Ave Maria. Die melodie is dus van Gounod en niet van mij, hoe vaak mijn naam er ook bij wordt gezet. Ik vind het mooi dat mijn akkoorden zo'n vaste ondergrond bleken te zijn voor iemand die er een eigen lied boven wilde zingen.Een tweede boek en een late fan
Zo'n twintig jaar later, in 1742, stelde ik in Leipzig een tweede boek samen, weer met vierentwintig paren. Het eerste boek bleef daarbij mijn startpunt, en het eerste prelude bleef de poort waar iedereen doorheen gaat. Ook Arvo Pärt liet zich er veel later door inspireren: zijn Credo is gebouwd rond mijn prelude in C-majeur. Dat zo'n rustig patroon van gebroken akkoorden eeuwen later nog nieuwe muziek oplevert, had ik toen aan mijn tafel in Köthen niet kunnen bedenken.---
Zo, nu weet je hoe dit prelude is ontstaan, en ook waarom niemand precies kan zeggen wanneer. Heb je genoten van het verhaal achter Prelude No 1 in C Major? Ik hoop dat je de volgende keer dat je die rustig golvende noten hoort, iets meer hoort dan alleen een mooi begin. Het stuk is niet langer dan vijfendertig maten, en toch heeft het mensen eeuwenlang bezig gehouden. Ik schreef het voor het klavecimbel, maar het is blijven rondreizen, van het ene instrument naar het andere en van de ene eeuw naar de volgende. Zo schreef Charles Gounod er in 1853 een melodie boven, die later een bekende Ave Maria werd. Die melodie is dus niet van mij, al ligt mijn prelude er nog steeds onder als een vaste ondergrond. Er valt nog veel meer te ontdekken aan Prelude No 1 in C Major. Denk aan de fuga die erop volgt, aan de andere stukken uit hetzelfde boek, en aan de muzikanten die dit prelude op hun eigen manier hebben gespeeld. Klik gerust op de links hieronder als je verder wilt luisteren en lezen. Neem er de tijd voor, want dit stuk laat zich niet haasten en wordt mooier naarmate je er vaker naar luistert.
