PRELUDE NO 1 IN C MAJOR VAN BACH
DE LUISTERGIDS

The Well-Tempered Clavier, Book 1: Prelude No. 1 in C major, BWV 846

Bach presenteert een luistergids bij zijn Prelude No 1 in C Major
Ik ben Bach, en ik neem je graag mee in de luistergids bij Prelude No 1 in C Major. Soms is een stuk muziek zo vertrouwd dat je het al jaren hoort zonder er ooit echt bij stil te staan. Ben je benieuwd naar de luistergids van Prelude No 1 in C Major? Dan ben ik er om je er stap voor stap doorheen te leiden, zodat je dit korte stuk met nieuwe aandacht kunt beluisteren. Na afloop geef ik je ook een paar manieren om Prelude No 1 in C Major verder te ontdekken.
---

Leun achterover, hier valt niets te winnen

Ik stel je meteen gerust: voor dit stuk heb je geen voorkennis nodig, alleen twee oren en een paar minuten. Je hoort één instrument, het klavecimbel, en ik laat het helemaal alleen het werk doen. Probeer niet te wachten op een melodie die je kunt meefluiten, maar luister naar de laagste noten, want die wijzen steeds de weg, zoals een rivierbodem bepaalt waar het water heen stroomt. Als je die lage noten volgt, merk je dat het stuk onderweg echt ergens naartoe gaat, ook al blijft het patroon bovenin steeds hetzelfde.

Waarom er gewoon Prelude boven staat

Een prelude is bedoeld als opening, en dit is het eerste stuk uit The Well-Tempered Clavier, dus de naam lag voor de hand. Na elk prelude volgt een fuga, en in elk boek staan 24 van zulke paren, voor elke toonsoort één. Met well-tempered bedoel ik een stemming waarin alle toonsoorten goed klinken, al weet tot op de dag van vandaag niemand precies welke stemming ik daarbij in gedachten had. Op de titelpagina schreef ik dat het werk bedoeld is voor het nut van de leergierige muzikale jeugd, en ook voor het plezier van wie al ervaren is, dus jij hoort er als beginner net zo goed bij.

Gewoon een lange gang

De vorm kiezen was een avontuur, en het antwoord is dat het één doorlopende stroom werd. Het stuk telt 35 maten, bijna allemaal gebroken akkoorden, en voor het gemak loop ik het met je door in vier delen, als kamers aan dezelfde gang. Een eerdere, kortere versie schreef ik rond 1720 op in het Klavierbüchlein voor mijn zoon Wilhelm Friedemann, dus ik ben er daarna nog flink mee aan de slag gegaan. In de volgende alinea's neem ik de vier delen één voor één met je door, en je zult merken dat ze zonder haperen in elkaar overlopen.

Deel 1: Thuiskomen met de sleutel in de hand

Ik open in C-majeur, de toonsoort waarin alles helder en vanzelfsprekend klinkt, en het patroon ligt al in de eerste maat vast. Het tempo stroomt rustig door, zonder haast en zonder dat er iets lijkt te moeten. Dit deel is het thuis waar de rest van het stuk steeds naar terugverlangt, dus onthoud hoe dit klinkt. De stemming is die van een ochtend waarop nog niets is misgegaan.

Deel 2: De akkoorden gaan op verkenning

Nu verlaat ik langzaam de vertrouwde toonsoort en laat ik de akkoorden naar andere toonsoorten glijden. Het patroon blijft precies hetzelfde, maar de sfeer wordt wat zoekender, soms een tikje weemoedig, en dan weer even hoopvol. Je hoort geen plotselinge sprongen, want elke verandering sluit zacht aan op de vorige. Het is alsof je op een bekende wandelroute ineens een zijpad neemt dat je nog niet kende.

Deel 3: De lage noot blijft staan

Hier wordt het spannend, want de laagste noot blijft liggen terwijl de akkoorden erboven doorgaan met wisselen. Daardoor loopt de spanning op, en je wilt eigenlijk dat het stuk eindelijk ergens landt. In sommige uitgaven staat rond deze plek, tussen maat 22 en 23, een extra maat, de Schwencke-maat, waar je als pianist of klavecinist soms over struikelt. Het geduld dat ik je hier laat oefenen, wordt zo meteen beloond.

Deel 4: Eén akkoord om de deur dicht te doen

Eindelijk keer ik terug naar C-majeur, en de spanning van daarnet lost op alsof je na een lange dag je schoenen uittrekt. Het golvende patroon valt weg, en op het einde klinkt één enkel C-majeurakkoord, waarin alle noten gelijktijdig klinken. Na al het golven klinkt dat als een punt aan het einde van een lange zin. Daarna kan de fuga beginnen, die 27 maten telt en een heel ander soort verhaal vertelt.

Nu is het jouw beurt

Druk dus op play en laat het prelude over je heen stromen. Denk onderweg aan de lage noten, aan het zijpad in het tweede deel en aan dat ene akkoord aan het einde. Nog een weetje: de beroemde Ave Maria bij deze muziek is niet van mij, want Charles Gounod bedacht er in 1853 een melodie bij, en in 1859 kwam de versie met de Latijnse tekst uit. Ik hoop dat je de reis door dit prelude net zo boeiend vindt als ik het vond toen ik het schreef.
---
Zo, daar sta ik dan aan het einde van deze luistergids, en ik hoop dat je er met plezier doorheen bent gegaan. Heb je genoten van de luistergids bij het Prelude No 1 in C Major? Misschien heb je het stuk nu al een paar keer gehoord en merk je dat het iedere keer weer iets anders vertelt. Dat is precies wat ik ervan hoop, want een eenvoudig patroon van gebroken akkoorden kan veel meer zeggen dan je op het eerste gehoor denkt. Er valt in dit prelude nog veel meer te ontdekken dan ik hier kwijt kon. Denk aan de oudere, kortere versie die ik voor mijn zoon Wilhelm Friedemann opschreef, of aan de melodie die Charles Gounod later over mijn akkoorden heen improviseerde. Ook de fuga die meteen op het prelude volgt, heeft zijn eigen verhaal, en Arvo Pärt bouwde zijn Credo rond mijn muziek. Klik gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te lezen over het Prelude No 1 in C Major. Neem er de tijd voor, want dit stuk wordt mooier naarmate je er langer naar luistert.