Ja zeggen met de Wedding March van Mendelssohn
De achtergrond

Wedding March in C major, Op. 61, No. 9

Mendelssohn vertelt de achtergrond van zijn Wedding March
Ik ben Felix Mendelssohn, en dit is het verhaal achter mijn Wedding March. Je ontdekt hoe een koning mij vroeg om muziek te maken bij een toneelstuk van Shakespeare, en hoe daar een melodie uit voortkwam die nu bijna elke bruiloft kent. Wil je weten of je dit stuk herkent als je het ergens hoort, dan leren mijn collega-componisten en ik je dat hier, dus  probeer de Trainer  gerust eens uit.
---

Een koning met een bestelling

Het begon met een verzoek van koning Frederick William IV van Pruisen, die in 1842 muziek wilde bij Shakespeare's A Midsummer Night's Dream. Zo'n opdracht van een koning sla je niet af, en ik hoefde er gelukkig ook niet bij nul mee te beginnen. Zestien jaar eerder had ik namelijk al een concertouverture bij datzelfde toneelstuk geschreven. Ik kon dus terugkeren naar een wereld die ik al goed kende.

Een zeventienjarige vol fantasie

Die ouverture voltooide ik op 6 augustus 1826, toen ik zeventien was. De eerste uitvoering volgde in Stettin op 20 februari 1827, onder leiding van Carl Loewe. Je hoort er al elfen doorheen fladderen, maar de Wedding March bestond toen nog helemaal niet. Die kwam pas jaren later, als een soort volwassen vervolg op wat ik als tiener had bedacht.

Een volle agenda in Leipzig

In die tijd was ik muziekdirecteur van het Gewandhaus in Leipzig, een functie die ik sinds 1835 vervulde. Tegelijk werkte ik voor dezelfde koning in Berlijn, al liepen de plannen voor een muziekschool daar uiteindelijk op niets uit. In 1843 richtte ik in Leipzig gelukkig wel het conservatorium op, dus helemaal vruchteloos was die periode niet. Tussen al het dirigeren en regelen door schreef ik dus ook nog even de muziek voor een toneelstuk.

De première in Potsdam

De muziek bij het toneelstuk klonk voor het eerst op 14 oktober 1843 in Potsdam. Ludwig Tieck regisseerde de voorstelling, en mijn muziek had vooral als taak om hem daarbij te helpen. Goede toneelmuziek werkt een beetje als een goede ober: je merkt hem vooral op als hij ontbreekt. De Wedding March was daarvan het negende nummer, uit een totaal van veertien.

Wie er allemaal meespeelt

Voor die muziek schreef ik voor fluiten, hobo's, klarinetten, fagotten, hoorns en trompetten telkens een duo, aangevuld met drie trombones. Daar komt een ophicleide bij, een bas onder de koperblazers die je tegenwoordig bijna nooit meer ziet. Ook pauken, triangel en bekkens doen mee, naast de strijkers die het geheel bij elkaar houden. In andere nummers van de partituur wordt bovendien gezongen, dus het geheel is veel meer dan alleen die ene mars.

Een bruiloft in Tiverton

De eerste bruiloft waarop mijn mars aantoonbaar klonk, was die van 2 juni 1847 in St Peter's Church in het Engelse Tiverton. Dorothy Carew trouwde daar met Tom Daniel, en organist Samuel Reay speelde het stuk. Niemand in dat kerkje kon bevroeden dat dit bruidspaar een gewoonte begon die nog eeuwen zou doorlopen. Ik vind het een mooie omweg dat een toneelmars uit Pruisen via een Engels dorpskerkje in de trouwerij terechtkwam.

Een prinses geeft het voorbeeld

Echt bekend werd het stuk nadat prinses Victoria het koos voor haar huwelijk met prins Frederick William van Pruisen op 25 januari 1858. Je leest soms dat zij en haar man de eersten waren die het gebruikten, maar dat klopt niet, want in Tiverton had het al eerder geklonken. Wat zij wel deed, was de mars bij een veel groter publiek in de smaak laten vallen. Als een prinses ergens voor kiest, volgt de rest van de wereld doorgaans graag.

Orgel, uitgeleide en een andere bruid

Tegenwoordig klinkt de mars meestal op een kerkorgel. Vaak speelt men hem als uitgeleide, wanneer het bruidspaar de kerk weer verlaat, en dan meestal zonder de rustigere tussenstukken. Voor de binnenkomst van de bruid kiest men liever iets anders, zoals het "Bridal Chorus" uit Lohengrin van Wagner of de "Prince of Denmark's March" van Jeremiah Clarke. Dat bekende "Hier komt de bruid" is dus niet van mij, al halen veel mensen het door elkaar met mijn mars.

Liszt en Horowitz laten de vingers vliegen

Liszt maakte in 1849–50 een virtuoze pianobewerking van mijn mars, onder de titel "Wedding March and Dance of the Elves". Later maakte Vladimir Horowitz er zijn eigen showstuk van. Zulke bewerkingen vragen handen die zo snel over de toetsen gaan dat je ze nauwelijks kunt volgen. Zo kwam een stuk dat voor het toneel was bedoeld en in de kerk bekend werd ook nog in de concertzaal terecht.

Een carrière die ik niet meer meemaakte

Ik overleed op 4 november 1847 in Leipzig, 38 jaar oud, een paar maanden na de bruiloft in Tiverton. Sinds 1837 was ik getrouwd met Cécile Jeanrenaud, en samen kregen we vijf kinderen. Van de wereldwijde loopbaan van mijn mars heb ik dus alleen het allereerste begin gezien. Telkens als er ergens een bruidspaar de kerk uitloopt, klinkt er een stukje van mij mee.
---
Als ik terugdenk aan de Wedding March, verbaas ik me nog steeds over de weg die dit stuk heeft afgelegd. Ik schreef het voor het toneel, en toch klinkt het nu in kerken overal ter wereld zodra een bruidspaar het gangpad uitloopt. In 1847 werd het voor het eerst bij een echte bruiloft gespeeld, in het Engelse Tiverton, en een paar maanden later overleed ik. De grote roem van het stuk heb ik dus niet meer zelf meegemaakt. Heb je met plezier gelezen hoe de Wedding March is ontstaan? Er valt nog veel meer te ontdekken. Franz Liszt maakte er kort na mijn dood al een schitterende pianobewerking van, en later maakte Vladimir Horowitz daar weer zijn eigen showstuk van. Het is bijzonder om te zien hoe een melodie die ik voor een toneelstuk bedacht, door anderen steeds opnieuw wordt overgenomen en vormgegeven. Klik daarom gerust op de links hieronder om verder te luisteren en meer over de Wedding March te ontdekken. Misschien hoor je het stuk de volgende keer dat je het ergens tegenkomt met heel andere oren.