Johann Strauss II
Componist

1825 – 1899

Portret van Johann Strauss II
Ik ben Johann Strauss II, in mijn tijd de Walsenkoning genoemd. Op deze pagina vertel ik je graag het verhaal van mijn leven, zoals ik het zelf heb beleefd. Samen met mijn collega-componisten leer ik je op deze site bovendien om mijn stukken te herkennen zodra ze klinken, dus  probeer het zelf in de Trainer  gerust uit.
---

Een bankier met een vioolprobleem

Ik ben op 25 oktober 1825 geboren in St Ulrich, vlak bij Wenen, en muziek zat bij ons letterlijk in het behang, want mijn vader was de componist Johann Strauss I. Juist daarom wilde hij niet dat ik musicus werd: hij zag mij liever als bankier, met een nette baan en een rustig leven. Ik heb toch lessen gekregen in harmonie en contrapunt bij Joachim Hoffmann, en vioolles van Anton Kollmann. Een bankier ben ik dus nooit geworden, al heb ik later wel behoorlijk wat noten geteld.

Een debuut met mijn eigen naam op de lessenaar

In oktober 1844 stond ik voor het eerst voor een orkest in Dommayer's Casino in Hietzing. Ik dirigeerde daar mijn eigen eerste werkjes, de opus 1, 3 en 4, en dat was een flinke stap voor iemand die nog maar net uit zijn vaders schaduw kwam. Het publiek was nieuwsgierig, want in Wenen kende iedereen de naam Strauss, en nu wilde men weten of die naam twee keer kon bestaan. Dat bleek te kunnen, en mijn broers Josef en Eduard werden later ook componist, zodat er uiteindelijk een heel Strauss-orkestje in de familie zat.

Wenen, waar de dans nooit stilstond

Wenen was mijn stad, en wie daar woonde, danste, of hij nu wilde of niet. In 1863 werd ik k.k. Hofballmusikdirektor, dus ik mocht de muziek verzorgen voor de balzalen van het keizerlijk hof. Tussendoor ging ik van 1856 tot 1865 in de zomer naar het Vauxhall in Pavlovsk in Rusland, waar ik een trouw publiek had. Ik pendelde dus tussen de keizerlijke bals in Wenen en de zomeravonden in Rusland, en op beide plekken moest de muziek vooral licht en gracieus klinken.

Een walsje dat de wereld rondging

Mijn bekendste werk is An der schönen blauen Donau, opus 314, en het begon op 15 februari 1867 als koorwerk voor de Wiener Männergesang-Verein. Die eerste uitvoering was maar een matig succes, en dat zal u misschien verbazen als u de melodie kent. Daarom schreef ik het stuk om tot een zuiver orkestwerk voor de wereldtentoonstelling van 1867 in Parijs, en daar sloeg het wel geweldig aan. In 1872 dirigeerde ik de wals in Boston voor meer dan duizend uitvoerenden, wat ik me nog altijd een flinke toeloop vind voor drie kwartier walsen.

Een huwelijk dat de kerk niet wilde loslaten

Ik ben driemaal getrouwd: in 1862 met Henriette "Jetty" Treffz, in 1878 met Angelika Dittrich en in 1887 met Adele Deutsch. Mijn tweede huwelijk liep stuk en eindigde in 1882 in een scheiding, maar de katholieke kerk wilde het niet nietig verklaren, en zonder dat kon ik niet opnieuw trouwen. Dus veranderde ik van religion en werd ik in januari 1887 burger van Saksen-Coburg-Gotha, zodat het toch kon. Er zijn maar weinig componisten die voor hun huwelijk van nationaliteit moesten wisselen, en ik weet niet of ik daar trots op moet zijn.

Een vriend met een baard en een laatste wals

Een van mijn beste vrienden was Johannes Brahms, en ik droeg de wals Seid umschlungen, Millionen! (opus 443) aan hem op. Het is een vriendschap die ik koester, want twee zulke verschillende musici hoeven elkaar niet altijd te begrijpen om elkaar te waarderen. Op 3 juni 1899 overleed ik in Wenen aan een longvliesontsteking, op 73-jarige leeftijd. Ik ben begraven op de Zentralfriedhof, en daar lig ik tot op de dag van vandaag in goed gezelschap.

De Walskoning blijft dansen

Tijdens mijn leven noemde men mij de "Walskoning", en een titel als die draag je liever met een glimlach dan met een kroon. Mijn walsen, polka's en operettes, zoals Die Fledermaus, worden nog steeds gespeeld, ver buiten de balzalen van Wenen. Veel mensen kennen een melodie van mij zonder te weten dat ik hem geschreven heb, en dat vind ik eigenlijk het mooiste compliment. Een goede melodie hoeft haar maker niet te kennen, want ze redt zich best alleen.

Wat ik u wil meegeven

Ik hoop dat u bij mijn muziek vooral even vergeet dat u haast hebt. Een wals draait rond, en wie meedraait merkt vanzelf dat de zorgen een beetje achterblijven. U hoeft niets te weten over noten of regels, want u hoeft alleen maar te luisteren en te laten gebeuren wat er gebeurt. Zet de Blauwe Donau eens op, ga zitten, en kijk of uw voet niet vanzelf begint mee te tikken.
---
Ik hoop dat je er met plezier achter bent gekomen hoe mijn leven eruitzag, van de eerste walsen tot de jaren waarin ze me de Walsenkoning noemden. Op deze site kun je de muziek van mij ontdekken die hier te vinden is: An der schönen blauen Donau. Klik gerust op de links hieronder, dan kun je het zelf beluisteren.
The Blue Danube
The Blue Danube, Op. 314