Vlaggetjes zwaaien bij Elgars Pomp and Circumstance March No 1
De luistergids

Pomp and Circumstance March No. 1 in D major, Op. 39 No. 1

Elgar presenteert een luistergids bij zijn Pomp and Circumstance March No 1
Ik ben Edward Elgar, en dit is de luistergids bij mijn Pomp and Circumstance March No 1. Je leest hier waar de strijkers, de hoorns en uiteindelijk ook het orgel het woord nemen, zodat je de brede melodie uit het midden precies op tijd hoort aankomen. Wie klaar is met luisteren, kan hier ook van mijn collega-componisten en mij leren om onze stukken te herkennen, en daar begin je meteen mee in  de Trainer van deze site .
---

Wie speelt wat, en wie mag er lawaai maken

Je hoeft niets van klassieke muziek te weten om dit stuk te volgen, je hoeft alleen te horen wie op welk moment het woord neemt. De strijkers dragen de grote melodieën, de vier hoorns geven de plechtige kleur en de twee piccolo's glinsteren daar hoog bovenop, als vlaggetjes langs de route. Pauken, grote trom, bekkens en rinkelende belletjes houden de pas erin, terwijl de twee harpen het geheel een feestelijke glans geven. Het orgel bewaar ik tot de allerlaatste keer dat de brede melodie klinkt, dus let maar op het moment waarop het binnenkomt.

Waarom ik er zo'n deftige naam op plakte

De woorden Pomp and Circumstance heb ik bij Shakespeare geleend, uit zijn Othello. Ik bedoelde ze niet als titel voor één enkel stuk, maar als een algemene naam die boven een hele reeks marsen kon hangen. Daarom staat er ook een nummer in: dit is de eerste van vijf marsen die ik zelf afmaakte, en later voltooide Anthony Payne er nog een zesde. Wie gewoon over Pomp and Circumstance praat, bedoelt meestal deze eerste, maar hij hoort eigenlijk bij een heel gezin.

Geen sonate, geen rondo, maar een boterham met een zoete vulling

Bij de vorm koos ik niet voor een sonate en ook niet voor een rondo, maar voor een mars met een zingend middenstuk. Eerst komt een pittig marsdeel dat ik herhaal, dan een overgang, en dan het lyrische trio in G majeur, dat ook twee keer klinkt. Daarna volgt het trio nog eens vollediger in D majeur, en het stuk eindigt met een herinnering aan de opening. Dat zijn vijf stukjes, en ik loop ze zo een voor een met je door.

Deel 1: Iedereen in het gelid

Het eerste deel staat in D majeur, de toonsoort waar de hele mars thuishoort, en het gaat meteen levendig en vurig van start. Het ritme loopt strak en stevig, de strijkers en de hoorns drijven elkaar voort, en je wordt als vanzelf meegenomen in de pas. Ik herhaal dit hele deel, zodat je een tweede kans krijgt om de melodie goed te onthouden. In Liverpool klonk het voor het eerst op 19 oktober 1901, en volgens de krant van die week stond ik zelf voor het orkest, al is daar later over gediscussieerd.

Deel 2: Even de hoek om

Na het marsdeel komt een brug, en die laat het stuk van stemming veranderen. De stevige pas maakt plaats voor een zachtere beweging, alsof de optocht een hoek omslaat en je ineens uitzicht krijgt. Ik gebruik deze overgang om je klaar te maken voor wat komt, zonder dat je het meteen doorhebt. Luister maar hoe de spanning wegzakt en er ruimte ontstaat voor een melodie die de tijd nodig heeft.

Deel 3: Een raam gaat open in G majeur

Nu is het trio aan de beurt, in G majeur, en het is alsof er na al dat marcheren een raam wordt opengezet. De melodie is breed en zangerig, en de violen laten haar zonder enige haast uitklinken. Ook dit deel herhaal ik, want zo'n melodie wil je graag twee keer horen. Later kreeg dezelfde melodie woorden, als "Land of Hope and Glory", maar hier klinkt ze nog precies zoals ik haar schreef, zonder tekst.

Deel 4: Dezelfde melodie, nu in gala

Het trio keert terug in D majeur, dus we zijn weer thuis, maar nu met een veel voller geluid. Het hele orkest doet mee en pas hier schuift het orgel aan, zodat het klinkt alsof een kathedraal meezingt. Dit is het moment waarop je bij de Last Night of the Proms een zaal vol mensen hoort meezingen. De mars zelf is trouwens sinds 1944 in elk seizoen van de Proms gespeeld.

Deel 5: Een knipoog naar het begin

Het slot brengt het marsdeel van het begin nog even terug, als een herinnering aan waar we mee zijn begonnen. Het tempo is weer vurig en het ritme weer strak, en na al dat zingen voelt die pas bijna als een afscheidsgroet. Zo vertelt de muziek een klein verhaal: aantreden, even op adem komen, uit volle borst zingen en dan weer op weg. Henry Wood dirigeerde de mars twee dagen na Liverpool in Londen, en hij vertelde later dat het publiek opstond en riep.

Nu is het aan jou

Nu nodig ik je uit om mijn Pomp and Circumstance March No 1 zelf te beleven. Druk op play en laat de muziek rustig over je heen komen. Denk tijdens het luisteren nog eens terug aan wat we hebben besproken: wie het woord neemt, waar de toonsoort verschuift en wanneer het orgel opduikt. Ik hoop dat de reis door deze mars je net zo meesleept als mij toen ik hem schreef.
---
Zo zijn we aan het eind van deze luistergids gekomen, en ik hoop dat je er met plezier naar hebt geluisterd. Heb je genoten van deze luistergids bij mijn Pomp and Circumstance March No 1? Als ik er nu op terugkijk, vind ik het mooi dat een mars die ik in 1901 schreef nog steeds zoveel mensen bij elkaar brengt. Toch is dit nog lang niet alles, want er valt in deze mars nog veel meer te ontdekken. Je kunt bijvoorbeeld nog eens letten op hoe de melodie in het trio steeds weer anders klinkt, of op de manier waarop het orkest zich opbouwt. Klik gerust op de links hieronder om verder te verkennen wat mijn Pomp and Circumstance March No 1 nog meer te bieden heeft. Luister daarna nog eens naar de mars, want je hoort er vast iets in dat je de eerste keer is ontgaan.