Vlaggetjes zwaaien bij Elgars Pomp and Circumstance March No 1
De achtergrond

Pomp and Circumstance March No. 1 in D major, Op. 39 No. 1

Elgar vertelt de achtergrond van zijn Pomp and Circumstance March No 1
Ik ben Edward Elgar, en dit is het verhaal achter mijn Pomp and Circumstance March No 1. Je ontdekt hier hoe de brede melodie uit het midden van deze mars in 1902 een lied werd en in 1905 aan Yale de muziek van diploma-uitreikingen. Ook leren mijn vakgenoten en ik je op deze site onze stukken herkennen wanneer je ze hoort, en wie dat wil proberen, kan beginnen bij  onze Trainer .
---

Een componist met wind mee

In 1901 ben ik vierenveertig en begint het erop te lijken dat heel Engeland mijn naam kent. Mijn Enigma Variations uit 1899 en The Dream of Gerontius uit 1900 hebben me een flink eind op weg geholpen. Mijn vrouw Alice regelt intussen mijn afspraken en mijn zaken, want ik ben veel beter in noten dan in agenda's. Met die steun in mijn rug schrijf ik een mars die ik zelf nog niet als iets bijzonders zie.

Een titel van Shakespeare geleend

De woorden Pomp and Circumstance haal ik uit Othello van Shakespeare, uit de derde akte, derde scène. Ik noem het zelf slechts een algemene naam voor een hele reeks marsen. Het stuk waar we het over hebben is dus het eerste van een serie: ik voltooi er vijf, en Anthony Payne maakt later een zesde af. Wie dus vraagt naar dé Pomp and Circumstance zonder nummer, krijgt van mij eerst een vriendelijke wwedervraag.

Opgedragen aan een vriend en zijn orkest

Ik draag de mars op aan Alfred E. Rodewald en aan het Liverpool Orchestral Society. Zo komt de eerste uitvoering op 19 oktober 1901 te staan in de Philharmonic Hall in Liverpool. Op hetzelfde programma staat ook mijn tweede mars, dus het publiek krijgt meteen twee nieuwe stukken in één avond. Het is een bescheiden begin voor een melodie die later de hele wereld rondgaat.

Wie stond er eigenlijk voor het orkest?

Over die eerste avond in Liverpool bestaat een klein misverstand, en dat is niet eens mijn schuld. Jerrold Northrop Moore schrijft in 1984 dat Rodewald dirigeerde. De Liverpool Mercury van 21 oktober 1901 meldt echter dat ik zelf de mars dirigeerde, en later onderzoek geeft de krant gelijk. Rodewald nam de rest van het programma voor zijn rekening, dus hij heeft die avond zeker niet stilgezeten.

Henry Wood krijgt het erg warm

Twee dagen na Liverpool klinken de marsen 1 en 2 op een promenadeconcert in Londen, onder leiding van Henry Wood. Hij vertelde later dat het publiek opsprong en schreeuwde van enthousiasme. Volgens hem is het de enige keer dat een orkeststuk op de Proms een dubbele toegift kreeg. Voor een dirigent is zoiets prettig, al moet hij daarna wel dezelfde mars nog eens spelen.

Een orkest met jingles

Voor deze mars heb ik een groot orkest nodig, met twee piccolo's, vier hoorns, drie pauken en twee harpen. Daarbovenop komen de strijkers en het slagwerk, met grote trom, bekkens en jingles die de boel laten glinsteren. Het orgel houd ik lang achter de hand en laat ik pas meedoen bij de laatste keer dat het trio klinkt. Dat is een beetje alsof de gastheer pas bij het toetje de beste fles opentrekt.

Zo zit de mars in elkaar

Ik laat de mars beginnen met een vlotte marsmelodie die ik herhaal, zodat je haar goed kunt onthouden. Dan volgt een korte brug, en daarna komt het zangerige trio, dat ook herhaald wordt. Vervolgens speelt het orkest het trio vol en rijk in D majeur, de toonsoort waarin het hele stuk is geschreven. De laatste woorden zijn voor de marsmelodie van het begin, die nog even terugkomt om af te sluiten.

Van mars naar lied

In 1902 gebruik ik de melodie van het trio opnieuw in mijn Coronation Ode voor koning Edward VII, met tekst van A. C. Benson. De kroning wordt uitgesteld doordat de koning ziek is, en daarom maak ik van de melodie een zelfstandig lied. Dat wordt Land of Hope and Glory, dat Clara Butt in juni 1902 voor het eerst zingt. Men zegt dat de koning zelf voorstelde om woorden bij die melodie te zetten, maar ik kan dat verhaal niet met zekerheid bevestigen.

Een vaste gast op de Last Night

Als ik de Last Night of the Proms zie, bedenk ik dat ik die melodie nooit als slotnummer van een feest heb bedoeld. Toch zingt het publiek daar Land of Hope and Glory uit volle borst mee, met vlaggen erbij. De mars zelf klinkt sinds 1944 in elk seizoen van de Proms. Het begon dus als een nieuwe mars in een concertzaal en groeide uit tot een gewoonte waar niemand meer omheen kan.

Een diploma met mijn muziek erbij

Ik schreef de mars niet voor afstudeerplechtigheden, maar in Canada, de Filipijnen en de Verenigde Staten hoort het trio er inmiddels bij. Het begint op 28 juni 1905 aan de universiteit van Yale, waar ik een eredoctoraat krijg. Sindsdien heet de melodie daar Pomp and Circumstance of The Graduation March, en bijna elke student loopt er ooit op naar zijn diploma. Dat ik in 1904 al tot ridder was geslagen, vond ik al een mooie erkenning, maar dit had ik echt niet zien aankomen.
---
Zo ben je aan het einde gekomen van het verhaal achter mijn Pomp and Circumstance March No 1. Heb je het leuk gevonden om te lezen hoe deze mars is ontstaan? Ik hoop het, want ik denk er zelf met veel plezier aan terug. Een melodie die ik in 1901 nog gewoon als onderdeel van een mars zag, is later een eigen leven gaan leiden, op plekken waar ik het nooit had verwacht. Dat vind ik eigenlijk het mooiste aan muziek: zodra ze klinkt, is ze niet meer van mij alleen. Er valt nog veel meer te ontdekken over dit stuk. Je kunt bijvoorbeeld luisteren naar de manier waarop het trio zich opbouwt, of nagaan hoe de andere marsen uit dezelfde reeks klinken. Klik gerust op de links die je hier ziet om verder te kijken en te luisteren. Misschien hoor je de mars daarna met heel andere oren.