Meeklappen op nieuwjaarsdag bij de Radetzky March van Johann Strauss I
De luistergids
Radetzky March, Op. 228

Leuk dat je meeluistert, ik ben Johann Strauss I en dit is de luistergids bij mijn Radetzky March. Je hoort hier hoe ik een fiere koperklank combineer met zulke veerkrachtige strijkers dat zelfs een strakke mars klinkt als een vrolijk Weens feest. Verder leren ik en mijn collega-componisten je op deze site hoe je onze werken meteen kunt herkennen wanneer ze voorbijkomen, dus start hier de Trainer om het zelf te ervaren.
---
Een orkest zonder zware laarzen
Als je straks naar mijn Radetzky March luistert, let dan eens op hoe de strijkers en houtblazers het vrolijke hoofdthema zo lichtvoetig oppakken dat het bijna een dansje lijkt. De hoorns, trompetten, trombones en de tuba zorgen intussen voor die fiere, feestelijke klank die bij een echte mars hoort, zonder dat het ooit log of zwaar wordt. Onder dat alles leggen de kleine trom en de grote trom een heerlijk strakke hartslag neer waarop je voeten bijna vanzelf gaan meetikken. In latere orkestversies hoor je trouwens ook nog bekkens vrolijk meekletteren, al liet ik die in mijn eigen handschrift uit 1848 nog achterwege om het geheel lekker luchtig te houden.Een maarschalk op de muzieklessenaar
De titel van mijn Opus 228 is natuurlijk een rechtstreekse buiging naar veldmaarschalk Joseph Radetzky von Radetz, die in juli 1848 de Slag bij Custoza had gewonnen. Toen ik in augustus in Wenen de opdracht kreeg om een stuk te schrijven voor een groot overwinnings- en liefdadigheidsfeest, lag zijn naam dan ook meteen voor op mijn tong. Tijdens die feestelijke première in het park Wasserglacis op 31 augustus 1848 stond ik zelf voor het Strauss-orkest om dit muzikale eerbetoon voor het eerst te laten klinken. Volgens de overlevering klapten en stampten de aanwezige Oostenrijkse officieren toen direct op de maat mee, waarmee mijn mars meteen de feestelijke sfeer kreeg waar ik op hoopte.Een muzikaal broodje met drie lagen
Voor de opbouw van mijn Radetzky March koos ik geen ingewikkelde sonate of rondo, maar een heldere driedelige marsvorm waarin je nooit de weg kunt kwijtraken. Je kunt die vorm een beetje vergelijken met een goed belegd broodje: je begint met het stevige eerste deel, proeft in het midden iets heel anders en eindigt weer met die vertrouwde eerste hap. Het hele stuk staat in een kwieke tweekwartsmaat met de tempoaanduiding Vivo, wat simpelweg betekent dat het orkest er lekker levendig vandoor mag gaan. In de volgende alinea's wandel ik stap voor stap met je door de drie delen heen, zodat je straks precies hoort hoe de toonsoorten en stemmingen elkaar afwisselen.Deel 1: Met de deur in huis in D-groot
In het eerste deel val ik na een korte, prikkelende introductie meteen met de deur in huis met het hoofdthema, dat zelf weer uit twee aanstekelijke muzikale zinnen bestaat. Bij de allereerste uitvoering liet ik dit gedeelte nog in het felle E-groot spelen, maar na een goed gesprek met mijn collega Philipp Fahrbach Sr. besloot ik dat voor de uitgave aan te passen. Ik zette de mars een stapje lager in het warme D-groot en haalde het tempo een klein beetje terug, waardoor de muziek net wat ronder en gemoedelijker in het gehoor ligt. De stemming is hier opgetogen en vol zelfvertrouwen, met die veerkrachtige staccatonoten die ervoor zorgen dat niemand in de zaal nog stil op zijn stoel kan blijven zitten.Deel 2: Een Weens volksliedje leert marcheren
Voor het tweede deel, dat we in de muziekwereld het trio noemen, schakel ik over naar de toonsoort G-groot en wordt de sfeer ineens een stuk zachter en gemoedelijker. Hiervoor leende ik een ouder Weens volkswijsje dat bekendstaat als de Alter Tanz aus Wien of het Tinerl-Lied, en het verhaal gaat dat ik terugkerende soldaten uit Milaan dit op straat hoorde zingen. Dat liedje stond oorspronkelijk in een zwierige driekwartsmaat, dus ik moest het eerst netjes in mijn strakke tweekwartsmaat passen zodat je er ook echt op kunt lopen. Net als het eerste deel bestaat ook dit trio uit twee muzikale helften, waarin de melodie veel meer zingt en glijdt in plaats van strak in het gelid te springen.Deel 3: Nog één keer met z'n allen
Na dat ontspannen uitstapje in het midden geef ik het orkest het teken voor een zogeheten da capo, wat betekent dat we weer helemaal terugkeren naar het begin. We verlaten het vriendelijke G-groot en stappen vol goede moed terug naar het stralende D-groot van de hoofdmars, alsof de stoet na een rustpauze weer vrolijk de hoofdstraat indraait. Omdat je die pittige melodie uit het eerste deel nu al goed kent, werkt deze terugkeer als een warm weerzien met een oude bekende. Zo rond ik het verhaal krachtig en feestelijk af, precies op het punt waar de vonk aan het begin ook al oversloeg.Zet je beste beentje maar voor
Nu je precies weet hoe mijn mars in elkaar zit, nodig ik je van harte uit om de Radetzky March zelf te gaan beluisteren. Druk lekker op de afspeelknop en laat je meevoeren door de vrolijke energie van het orkest. Houd onder het luisteren gerust in je achterhoofd wat ik je net over de instrumenten en de drie delen heb verteld. Ik hoop dat je net zoveel plezier beleeft aan deze muzikale tocht door mijn Radetzky March als ik had toen ik hem op papier zette!---
Hopelijk heb je ervan genoten om zo samen met mij in het klankbeeld van mijn Radetzky March te duiken. Natuurlijk valt er naast deze luisterwijzer nog veel meer over dit feestelijke stuk en de roerige tijd waarin ik het schreef te vertellen. Klik dus gerust op de links hieronder als je zin hebt om mijn Radetzky March nog wat verder te verkennen.
