Meeklappen op nieuwjaarsdag bij de Radetzky March van Johann Strauss I
De achtergrond
Radetzky March, Op. 228

Fijn dat je er bent, ik ben Johann Strauss I en ik neem je graag mee in het ontstaansverhaal van mijn Radetzky March. Je ontdekt hoe deze vrolijke feestmars voor een Weens liefdadigheidsfestival in het woelige revolutiejaar 1848 uitgroeide tot een wereldberoemd werk terwijl het thuis tussen mij en mijn oudste zoon flink knetterde. Als je onze stukken voortaan meteen wilt herkennen zodra je ze ergens hoort, probeer dan onze Trainer waar ik samen met mijn collega-componisten voor je klaarsta.
---
Een veldheer met een goed gevoel voor ritme
In augustus 1848 kreeg ik in Wenen het verzoek om muziek te schrijven voor een groot overwinningsfeest en liefdadigheidsfestival. De opbrengst was bestemd voor gewonde soldaten en de Weense Nationale Garde, dus voor zo'n goed doel pakte ik mijn ganzenveer natuurlijk graag op. Veldmaarschalk Joseph Radetzky von Radetz had in juli bij de Slag bij Custoza de Italiaanse troepen verslagen, en die overwinning moest muzikaal gevierd worden. Zo kreeg mijn nieuwe mars meteen de naam van een generaal mee, al marcheren mijn vrolijke noten gelukkig een stuk vriendelijker dan een echt leger.Ruzie aan de keukentafel
Dat jaar 1848 was in Wenen behoorlijk onrustig door de revoluties die overal in de stad uitbraken. Als keizerlijk-koninklijk hofbalmuziekdirecteur bleef ik natuurlijk trouw aan de Habsburgse monarchie, want je bijt nu eenmaal niet in de hand die je het dansorkest laat leiden. Mijn oudste zoon Johann Strauss II koos daarentegen de kant van de revolutionairen, wat zorgde voor een flinke politieke en zakelijke breuk tussen ons. Mensen beweerden later weleens dat ik mijn Radetzky March puur schreef om mijn zoon dwars te zitten, maar het was gewoon een eerlijke opdracht voor dat benefietfeest.De verkeerde Johann krijgt de eer
Over mijn oudste zoon gesproken: veel mensen denken tegenwoordig dat hij dit stuk heeft gecomponeerd. Omdat Johann Strauss II beroemd werd als de enige echte walskoning, schuiven muziekliefhebbers mijn bekendste mars voor het gemak ook maar op zijn naam. Als vader ben ik natuurlijk best trots op zijn succes, maar deze melodie komt toch echt uit mijn eigen koker. Het is alsof je uren in de keuken hebt gestaan voor een feestmaal en iedereen na afloop je zoon complimenteert met de lekkere saus.Gezellig stampen in het park
Op 31 augustus 1848 dirigeerde ik mijn eigen Strauss Orchestra tijdens de eerste uitvoering in het Weense park Wasserglacis. Het verhaal gaat dat de aanwezige Oostenrijkse officieren zo enthousiast werden dat ze spontaan op de maat begonnen mee te klappen en met hun laarzen stampten. Of dat die eerste avond echt al zo uitbundig gebeurde weet eigenlijk niemand zeker, want de kranten schreven toen over een vrij bescheiden ontvangst met twee toegiften. Toch legde die zomerse avond in de buitenlucht de basis voor een traditie waarbij geen enkele luisteraar meer stil op zijn stoel kan blijven zitten.Even sleutelen met een collega
Na die eerste avond in het park was ik zelf nog niet helemaal tevreden over hoe de mars klonk. Samen met mijn collega Philipp Fahrbach Sr. boog ik me nog eens goed over de bladmuziek om te kijken wat er soepeler kon. We besloten de hoofdtoonsoort een stukje omlaag te halen en het tempo iets rustiger te maken, zodat de melodie minder gehaast overkwam. Je kunt het vergelijken met een nieuw pak dat na de eerste keer dragen nog net even door de kleermaker moet worden ingenomen voor het echt lekker zit.Van de piano naar de fanfare
In september 1848 was het werk klaar voor de drukpers en bracht de Weense uitgever Tobias Haslingers Witwe und Sohn het stuk op de markt. Mijn compositie kwam eerst uit in een bewerking voor piano, zodat de mensen thuis in de salon alvast konden oefenen. Pas daarna volgden de uitgaven voor volledig orkest en voor militaire kapellen, die er natuurlijk buiten op straat mee aan de slag gingen. Vanaf dat moment ging mijn vrolijke mars officieel als Opus 228 door het leven, keurig voorzien van het tempo-opschrift Vivo.Soldaten op de terugweg
Voor het rustigere middenstuk, dat we het trio noemen, zocht ik destijds nog een melodie die echt de sfeer van Wenen ademde. Ik koos voor een ouder plaatselijk volksliedje dat ook wel bekendstond als de Alter Tanz aus Wien. Er gaat een hardnekkig verhaal dat ik dit deuntje op straat hoorde zingen door soldaten die net terugkeerden uit Milaan en het toen direct heb opgeschreven. Of dat echt zo gegaan is kan niemand meer bewijzen, maar na het trio laat ik de openingsmars gewoon weer van voren af aan beginnen.Zuinig met het slagwerk
Als je mijn oorspronkelijke orkestpartituur uit 1848 bekijkt, valt meteen op dat ik het instrumentarium vrij licht en bescheiden heb gehouden. In mijn eigen handschrift vind je bijvoorbeeld helemaal geen bekkens terug, terwijl latere uitvoeringen vaak klinken alsof er een compleet pannenrek omvalt. Decennialang speelde men namelijk een veel zwaardere bewerking van Leopold Weninger uit 1914, en iedereen dacht ten onrechte dat die dikke klank van mij kwam. Pas in 2020 heeft het orkest in Wenen die versie vanwege het naziverleden van Weninger vervangen door een bewerking die weer veel dichter bij mijn luchtige origineel blijft.Engelse ruiters en dikke boeken
Ik heb zelf helaas niet lang van het succes kunnen genieten, want in september 1849 overleed ik aan roodvonk. Mijn mars reisde intussen vrolijk verder de wereld over en werd in 1896 zelfs de vaste snelle mars van de Britse 1st King's Dragoon Guards. In 1932 vernoemde de schrijver Joseph Roth zijn beroemde roman over de ondergang van het Oostenrijks-Hongaarse rijk ook nog eens naar mijn muziekstuk. Het blijft een gek idee dat een melodie die ik voor een zomers tuinfeest schreef, later symbool ging staan voor zowel Britse cavalerie als een heel keizerrijk.Kijken naar het publiek
De allergrootste roem kreeg mijn compositie op 1 januari 1946, toen dirigent Josef Krips haar voor het eerst op de lessenaar zette tijdens het Nieuwjaarsconcert. Sindsdien is het stuk uitgegroeid tot de vaste, feestelijke afsluiter van dit jaarlijkse concert van de Wiener Philharmoniker. Het mooiste moment is wanneer de dirigent zich omdraait naar de zaal en niet de muzikanten, maar het klappende publiek begint te dirigeren. Zo dirigeert een dirigent op nieuwjaarsdag dus eigenlijk een zaal vol nette mensen die zich precies gedragen als die stampende officieren uit mijn eigen tijd.---
Hopelijk vond je het mooi om te horen hoe mijn Radetzky March in dat roerige Wenen van 1848 tot leven kwam. Natuurlijk valt er aan de muziek zelf ook nog van alles te beleven en te ontdekken. Klik gerust verder op de linkjes hier op de pagina om nog veel meer moois rond mijn Radetzky March te verkennen.
