Puffen en onweersbuien bij Summer (Four Seasons) van Vivaldi
III. Presto

Concerto No. 2 in G minor, Op. 8, RV 315

Vivaldi presenteert een luistergids bij III. Presto uit zijn Summer (Four Seasons)
Leuk dat je weer meeluistert, ik ben Vivaldi en nu leg ik je het slotdeel, III. Presto, uit mijn Summer (Four Seasons) uit. Je hoort in dit deel hoe ik met razendsnelle dalende toonladders in het hele orkest een zomers onweer vol bliksem en hagel laat losbarsten, zodat je precies snapt hoe noten klinken als een natuurramp. Hier op de site helpen ik en mijn medecomponisten je trouwens ook om onze muziek meteen te herkennen wanneer je die ergens hoort, dus  ontdek onze Trainer eens .
---

Geen paraplu die hier tegen bestand is

Als je straks naar III. Presto uit mijn Summer (Four Seasons) luistert, let dan vooral op hoe de hele strijkersgroep en de solo-viool elkaar opjagen. De twee vioolpartijen, de altviool en de basso continuo van cello met klavecimbel of orgel zetten samen een massieve muur van geluid neer. Daarbinnen hoeft niemand meer op een ander te wachten, want iedereen stort zich tegelijk in het muzikale noodweer alsof de sluizen van de hemel ineens wagenwijd openstaan. De solo-viool duikt er telkens tussendoor met razendsnelle sprongen over de snaren, waardoor je niet alleen de zware windvlagen voelt, maar ook elke afzonderlijke bliksemschicht voorbij ziet schieten.

Haastige spoed bij slecht weer

De titel III. Presto betekent heel eenvoudig dat er geen seconde te verliezen valt en dat de muzikanten zo snel moeten spelen als hun vingers toelaten. In de partituur heb ik dit slotdeel niet voor niets de bijnaam Tempo impetuoso d'estate meegegeven, omdat het woeste zomerweer hier eindelijk met volle kracht losbarst. Waar we in de eerdere delen nog zaten te wachten in de drukkende hitte en opschrokken van gerommel in de verte, zitten we nu midden in de bui. Een rustiger tempo had hier simpelweg niet gepast, want een zomers onweer vraagt tenslotte niet beleefd of het even binnen mag komen.

Een storm met een strak bouwplan

Hoe chaotisch zo'n wolkbreuk ook klinkt, op papier heb ik voor III. Presto gekozen voor een strakke ritornello-vorm in een voortrazende driekwartsmaat. Dat houdt in dat het volledige orkest steeds terugkeert met een herkenbare, felle passage, terwijl de solo-viool in de tussenliggende stukken vrij baan krijgt om uit te pakken. Zie het orkest maar als de donkere onweerslucht die boven het veld blijft hangen, en de solist als de felle windstoten en bliksems die telkens op een nieuwe plek toeslaan. In de volgende alinea's lopen we stap voor stap door de drie hoofdfasen van deze storm, zodat je straks precies hoort hoe ik de ravage opbouw.

Sectie 1: De hemel valt naar beneden

We trappen direct af in de duistere toonsoort G-mineur, waarbij het hele gezelschap in razendsnelle toonladders naar beneden stort. Door die dalende lijnen te combineren met felle tremolo's op dezelfde noot, klinkt het meteen alsof de eerste stortregen en donderslagen tegelijk op het dak kletteren. Er zit geen enkele aarzeling meer in de maat en de sombere stemming van het eerdere wachten slaat in één klap om in pure paniek. Het orkest zet hier de toon zo dwingend neer dat je als luisteraar eigenlijk al na een paar maten het gevoel hebt dat je tot op het bot doorweekt bent.

Sectie 2: Vingervlugge bliksemschichten

Zodra het eerste orkestblok even gas terugneemt, schiet de solo-viool naar voren voor de tussenspelen waarin de virtuositeit pas echt op de proef wordt gesteld. Ik laat de solist hier halsbrekende sprongen over de verschillende snaren maken, die de bliksem verbeelden die grillig door de zwarte lucht snijdt. Terwijl de muziek onderweg kort door verwante toonsoorten jaagt om de onrust nog verder op te voeren, blijft het moordende Presto-tempo onverbiddelijk doortikken. Het is voor de violist bijna topsport om al die noten zuiver te raken, maar juist die uiterste inspanning maakt de dreiging van het noodweer tastbaar.

Sectie 3: Platgeslagen graan en de laatste klap

In het laatste gedeelte keren het orkest en de solist samen terug naar de thuistoort G-mineur om het zwaarste deel van het Italiaanse sonnet tot leven te wekken. Met felle herhalingen en razende loopjes hoor je hoe de genadeloze hagelstenen het rijpe graan op het veld compleet platbranden en knakken. De sfeer blijft tot de allerlaatste maat woest en onstuimig, zonder een vrolijke opklaring of een zonnig einde om je gerust te stellen. Pas wanneer het laatste akkoord plotseling wegzakt, keert de stilte terug en kun je als het ware de schade op het land gaan opnemen.

Tijd om zelf nat te regenen

Nu weet je precies waar je op kunt letten en nodig ik je van harte uit om III. Presto zelf te gaan beleven. Druk op de afspeelknop en laat je midden in het muzikale geweld meeslepen door mijn strijkers. Houd tijdens het luisteren gerust in je achterhoofd hoe de dalende toonladders, de snelle snaarsprongen en de ritornello-vorm samen deze zomerstorm schilderen. Ik hoop dat je de rit door mijn III. Presto net zo meeslepend vindt als ik destijds toen ik deze noten op papier zette!
---
Hopelijk vond je het leuk om zo met mij door dit kolkende slotdeel, III. Presto, uit mijn Summer (Four Seasons) te lopen en hoor je bij de volgende luisterbeurt meteen waar de bliksem inslaat en de hagel het graan platstrijkt. Nu deze zomerse storm weer is gaan liggen, valt er natuurlijk nog veel meer te vertellen over de voorafgaande broeierige delen en de rest van het verhaal achter mijn Summer (Four Seasons). Klik dus gerust op de links hier op de pagina om nog veel meer moois over dit vurige vioolconcert te ontdekken.