FRANZ LISZT

Portret van Liszt
Yo yo yo, wollah, kijk mij hier staan, ik ben Franz Liszt, jonguh, de gozer die die piano in 1811 in Doborján al bijna zat te bashen en later heel Europa liet tollen, tintin! Ik ga nu mijn hele levensverhaal droppen, mattie, van begin tot eind, lekker breezy, zonder gezeik en zonder filter, check! Dus zeg eens eerlijk, boy, ben jij al nieuwsgierig naar de ouwe beest achter die muziek, of wat?
---

Een wonderboy uit Doborján

Yo mattie, ik ben geboren op 22 oktober 1811 in Doborján, dat nu Raiding heet en in Oostenrijk ligt, maar toen was dat gewoon Hongarije, wollah! Mijn ouwe Adam was rentmeester voor prins Nikolaus II Esterházy en die gozer kende Joseph Haydn persoonlijk, dus ik groeide op als een muziekbeest zonder dat ik het doorhad! Rond 1820 stond ik al op het podium in Sopron, negen jaartjes jong, en die show knalde zo hard dat ik daarna ook in Pressburg mocht scheuren, tintin! Daarna richting Wenen voor pianoles bij Carl Czerny en compositieles bij Antonio Salieri, lekker bezig, jonguh, geen gezeur aan mijn hoofd!

Van Paganini-fan tot popster

In december 1823 verhuisde de hele familie naar Parijs, fissa fissa, want daar lag het cash op straat voor een jochie met vingers als bliksem! Het verhaal gaat dat Beethoven me in Wenen een kus op m'n voorhoofd gaf, maar of dat echt zo ging, weet niemand zeker, dus neem dat niet als gospel, fam! In april 1832 hoorde ik Niccolo Paganini spelen in Parijs en ik dacht meteen: die viool-kanjer ga ik evenaren op de piano, no cap, ouwe! In 1844 verzon Heinrich Heine het woord Lisztomania voor de gekte bij mijn concerten, en bizar, bro, mensen gilden en gingen helemaal los alsof ik een raket was!

Weimar, mijn eigen speeltuin

In 1848 plofte ik neer in Weimar als Kapellmeister en prinses Carolyne zu Sayn-Wittgenstein woonde daar gewoon bij mij, lekker gezellig, mattie! Daar begon ik aan dertien symfonische gedichten, jonguh, dertien, zo'n orkeststuk dat een heel verhaal vertelt zonder dat iemand een woord zegt, breezy! Ze zien mij als de uitvinder van het symfonisch gedicht als orkestgenre, maar Carl Loewe gebruikte het woord Tondichtung al in 1828 voor een pianostukje, dus ik pak niet alle credits, wollah, eerlijk blijven! Weimar was voor mij een kanjer van een plek, een soort speeltuin waar ik de beuk erin kon gooien zonder dat iemand zeurde, sws!

Mijn grootste banger

Check, de Hungarian Rhapsody No 2 is mijn allergrootste banger en die staat hier op deze site, mattie, dus pak je oren erbij! Dat ding kwam uit in 1851, samen met nummer 1, en het begint zwaar en statig, tot het ineens uit zijn dak gaat alsof iemand de dansvloer in de fik zet, wollah! In totaal maakte ik negentien van die Hongaarse rhapsodieën voor piano, jonguh, negentien, en nummer 3 tot en met 15 kwamen in 1853 uit, hella productief! De laatste vier kwamen pas in 1882 en 1886, dus tot in mijn ouwe dag bleef ik die Hongaarse vibe knallen, beest!

Verdriet, kinderen en een pij

In 1827 ging mijn vader ineens dood, totaal onverwacht, bro, en dat was een dikke klap in mijn gezicht, echt zwaar! In 1833 begon het met gravin Marie d'Agoult en we kregen drie kids, Blandine, Cosima en Daniel, dus thuis was het een chaos van jewelste, fam! In 1861 trok ik naar Rome en in 1865 liet ik mezelf de tonsuur en de vier lagere wijdingen van de katholieke kerk geven, dus ik was ineens Abbé Liszt, gozer, wie ziet dat nou aankomen, tintin! Mijn dochter Cosima trouwde met dirigent Hans von Bülow en in 1870 met Richard Wagner, dus mijn schoonzoon was een kanjer van een componist, dope toch, wollah!

Laatste jaren, harde val

In 1875 werd de muziekacademie van Boedapest opgericht en ik mocht eerste president zijn, jonguh, ik kreeg een hele school cadeau, lekker bezig! In 1881 donderde ik in Weimar van de trap en lag ik weken vast, mattie, geen fissa meer, alleen maar plat op mijn rug, safe niet leuk! Op 31 juli 1886 ging ik dood in Bayreuth, 74 jaar oud, en dat was het dan voor mij, ouwe, einde verhaal! Officieel was het longontsteking, dus geen drama of mysterie, gewoon klaar, breezy, tot ziens, fam!

Wat ik naliet

Dat symfonisch gedicht van mij werd een heel genre voor orkesten, gozer, en dat blijft tot nu toe een beest van een erfenis! Die academie in Boedapest begon met mij als eerste president, dus er staat een stukje van mij in de bouwstenen, wollah, tintin! En die Lisztomania van Heine was eigenlijk gewoon fan-gekte zoals bij een popster, mattie, ik was de baas van het gilgedoe, no cap! Ik speelde zo gruwelijk goed dat andere pianisten daarna zweetdruppels kregen, jonguh, echt kek en heftig!

Mijn cadeau aan jou

Wat ik jou wil geven, fam, is gewoon een knal van een pianoshow, zonder dat je er iets van hoeft te snappen, lekker chill! Zet de Hungarian Rhapsody No 2 op, volume vol open, en laat je meesleuren door die trage start en dat wilde einde, wollah, dat is pure lit! Je hoeft geen studie of gouden oren, mattie, alleen maar een beetje lef, en voor de rest doe ik het werk, ouwe! Dus ga je los of niet, kanjer, of blijf je die hele dag stilletjes op de bank zitten als een saaie gozer?
---
Wollah jonguh, was het lekker bezig om door mijn leven te scrollen, of had je er geen reet aan, mattie? Check die Hungarian Rhapsody No 2 hier op de site, ouwe, want dat is een absoluut beest van mij, tintin! Klik snel op die links hieronder, gozer, en duik erin, breezy, wollah, niks te laat!
Hungarian Rhapsody No 2
Hungarian Rhapsody No. 2 in C-sharp minor, S. 244 No. 2