Schuilen voor de regen met Chopins Prelude in D-flat major, Op. 28, No 15 "Raindrop"
De achtergrond
Prelude in D-flat major, Op. 28, No. 15

Ik ben Chopin, en hier vertel ik je het verhaal achter mijn Prelude in D-flat major, Op. 28, No 15 "Raindrop". Je komt te weten hoe een koude, vochtige winter in een verlaten klooster op Majorca en een nachtelijke regenbui dit pianostuk voorgoed een bijnaam bezorgden die ik zelf nooit heb gewild. Wil je onze stukken voortaan meteen herkennen wanneer je ze hoort, laat mij en mijn collega-componisten je daar op deze site dan bij helpen en ga aan de slag met de Trainer .
---
Een flinke klus voor de vingers
Tussen 1835 en 1839 werkte ik aan mijn vierentwintig preludes voor solo piano, waar mijn Prelude in D-flat major, Op. 28, No 15 "Raindrop" er eentje van is. De Franse pianobouwer en uitgever Camille Pleyel had mij dit werk gevraagd en betaalde me er uiteindelijk tweeduizend franc voor. Ik nam me voor om voor elke mogelijke grote en kleine toonsoort een eigen stuk te schrijven, netjes op een rijtje gezet. Dat is een beetje alsof je besluit om in elke kamer van een groot landhuis een compleet ander behangetje op de muur te plakken.Een winter vol kou en tocht
De laatste hand aan deze reeks legde ik in de winter van 1838 op 1839, toen ik op het Spaanse eiland Majorca verbleef. Ik logeerde daar samen met mijn partner, de Franse schrijfster George Sand, en haar kinderen in het oude kartuizerklooster van Valldemossa. Wie bij een Spaans eiland meteen aan wuivende palmbomen en een lekker zonnetje denkt, komt in een kil en vochtig winterklooster flink bedrogen uit. Ik was in die tijd bovendien ernstig ziek en had door klachten die aan tuberculose werden toegeschreven heel veel last van de kou en de nattigheid.Wachten op de douane
Omdat ik natuurlijk wel een instrument nodig had om te componeren, had Camille Pleyel een goede piano voor me opgestuurd. Helaas hield de douane dat instrument eindeloos vast, alsof ze dachten dat ik geheime staatsdocumenten tussen de snaren had verstopt. Daardoor zat er voor mij niets anders op dan mijn muziek maar op een klein lokaal pianootje uit te werken. Geleerden discussiëren er trouwens nog altijd over of ik nummer vijftien daar in Valldemossa helemaal nieuw heb geschreven of dat ik in Parijs al een opzetje had gemaakt.De natte droom van George Sand
Over die tijd in het klooster schreef George Sand later een beroemd verhaal in haar memoires, Histoire de ma vie. Ze vertelde over een stormachtige avond waarop de regen ritmisch op het dak kletterde en ik na een nachtmerrie over verdrinken een prelude op de piano speelde. Volgens haar had ik het getik van die regendruppels letterlijk in mijn muziek nagebootst, al heb ik me tegen dat idee altijd fel verzet. Ik gaf mijn vierentwintig preludes bij de publicatie namelijk helemaal geen verhalende titels mee, want muziek heeft echt geen weersverwachting nodig om mooi te zijn.Welke druppel was het eigenlijk?
Grappig genoeg heeft George Sand in haar boek nooit precies opgeschreven welke van mijn preludes ik die bewuste avond eigenlijk speelde. De meeste luisteraars en critici wijzen meteen naar mijn nummer vijftien, die daardoor de bijnaam "Raindrop" heeft gekregen. Toch zijn er ook muziekwetenschappers die vermoeden dat het best eens om mijn zesde of mijn achtste prelude gegaan kan zijn. Het blijft kortom een raadsel waar zelfs de beste speurders waarschijnlijk nooit meer helemaal uit gaan komen.De langste van de familie
Wat wel helemaal vaststaat, is dat dit vijftiende stuk met een speelduur van vijf tot zeven minuten de langste prelude uit de hele verzameling is. Ik heb boven de partituur Sostenuto gezet in een gewone vierkwartsmaat, zodat de pianist de tijd neemt en niets afraffelt. Na de rustige opening en dat donkere middendeel laat ik het lieflijke hoofdthema aan het einde nog een keer kort terugkeren. Zie het maar als een wandeling waarbij je onderweg even moet schuilen voor een flinke bui, om daarna weer vrolijk in het zonnetje naar huis te lopen.Vrienden en boekenwurmen
Toen de bundel in 1839 eindelijk klaar was, verscheen hij tegelijk in Parijs, Leipzig en Londen bij drie verschillende uitgevers. De Franse en Engelse uitgaven droeg ik natuurlijk op aan Camille Pleyel, maar de Duitse versie was voor de pianist en componist Joseph Christoph Kessler. Hij had eerder namelijk zijn eigen reeks van vierentwintig preludes aan mij opgedragen, en voor wat hoort tenslotte wat. Mocht je trouwens van nette lijstjes houden: in de catalogus van Maurice J. E. Brown staat dit stuk bekend als B. 107 en bij Józef Michał Chomiński als C. 180.Vleugels en ruïnes
Mijn collega-componist Robert Schumann schreef destijds een opvallende recensie over mijn nieuwe bundel. Hij prees de originaliteit van de muziek, maar noemde de stukken tegelijkertijd schetsen, ruïnes en losse adelaarsveren. Dat klinkt misschien alsof ik mijn werkkamer niet helemaal netjes had opgeruimd, maar hij bedoelde het gelukkig als een groot compliment. Zelf heb ik de hele serie van vierentwintig stukken overigens nooit achter elkaar in het openbaar gespeeld.Alleen de krenten uit de pap
Er is dan ook geen officiële datum bekend waarop deze vijftiende prelude voor het eerst voor publiek heeft geklonken. Tijdens mijn concerten pikte ik er liever gewoon een paar losse preludes uit waar ik op dat moment zin in had. Dat deed ik bijvoorbeeld ook tijdens mijn optreden in de Parijse Salle Pleyel in april 1841. Vierentwintig verschillende stemmingen direct achter elkaar spelen is tenslotte net zoiets als een heel kookboek op één avond proberen klaar te maken.Van het klooster naar het witte doek
Lang na mijn tijd bleek mijn rustige melodie met die koppige herhaalde noot trouwens ook prima te werken op een scherm. Zo dook het stuk in 1979 op in de James Bond-film Moonraker en gebruikte regisseur Akira Kurosawa het in 1990 voor zijn film Dreams. In 2007 was de muziek zelfs te horen in een televisereclame voor het computerspel Halo 3. Wie had daar in dat koude klooster op Majorca ooit kunnen denken dat mijn pianomuziek nog eens tussen de geheimagenten en ruimtesoldaten zou belanden?---
Hopelijk vond je het leuk om zo een kijkje achter de schermen te krijgen bij het ontstaan van mijn Prelude in D-flat major, Op. 28, No 15 "Raindrop". Het verhaal achter dit stuk ken je nu, maar er valt in de muziek zelf nog veel meer te ontdekken. Klik gerust op een van de links op deze pagina om nog wat dieper in mijn Prelude in D-flat major, Op. 28, No 15 "Raindrop" te duiken.
