JOHANNES BRAHMS

Ik ben Johannes Brahms, geboren in Hamburg, en ik heb mijn leven lang geprobeerd om met noten te zeggen wat ik in woorden nooit goed kwijt kon. In dit verhaal vertel ik je zelf hoe mijn leven verliep, van de eerste pianolessen als jongen tot de jaren die ik in Wenen doorbracht. Ben je benieuwd naar de man achter de muziek?
---
Een kind met een contrabas in huis
Ik ben op 7 mei 1833 in Hamburg geboren, als zoon van een muzikant en een naaister. Mijn vader speelde contrabas, hoorn en fluit, dus in ons huis was muziek gewoon iets wat bij het dagelijks leven hoorde, zoals brood. Mijn moeder, Johanna Nissen, zat intussen te naaien, en ik denk dat ik van haar geleerd heb dat je een goede naad net zo goed met geduld maakt als een goede melodie. Vanaf 1840 kreeg ik pianoles van Otto Cossel, en van 1845 tot 1848 leerde ik bij Eduard Marxsen, die me alles bijbracht wat ik moest weten over de ambacht van het componeren.Een brief, een bezoek en een lofzang
In 1850 ontmoette ik de Hongaarse violist Ede Reményi, en door hem raakte ik gefascineerd door die vurige zigeunerachtige muziek. In de herfst van 1853 klopte ik in Düsseldorf aan bij Robert en Clara Schumann, met een aanbevelingsbrief van Joseph Joachim in mijn zak. Op 28 oktober van dat jaar schreef Schumann het artikel 'Neue Bahnen', waarin hij mij, een jongen van twintig die nog geen noot had laten drukken, de hemel in prees. Dat was prachtig, maar het legde ook een enorme last op mijn schouders, want nu wachtte iedereen op het grote werk dat ik nog helemaal niet geschreven had.Een appartement in Wenen
Wenen was de stad waar de muziek leek te hangen in de lucht, en ik wilde daar steeds vaker zijn. Wanneer ik me precies definitief vestigde, weet men niet helemaal zeker, want de bronnen spreken elkaar daarover tegen. Zeker is wel dat ik vanaf december 1871 een appartement aan de Karlsgasse 4 had, en dat heb ik gehouden tot aan mijn dood. Ik had daar mijn vaste rondjes, mijn vaste koffie en mijn vaste vrienden, en een man van mijn leeftijd mag best een beetje gehecht zijn aan zijn gewoontes.Eenentwintig jaar voor één symfonie
Mijn Symphony No 1 heeft me ongeveer eenentwintig jaar gekost, en ik heb er dus echt geen haast mee gemaakt. Op 4 november 1876 klonk ze voor het eerst in Karlsruhe, onder leiding van Felix Otto Dessoff, en het begin is zwaar, dreigend en vol spanning, alsof er een storm aankomt. Later wordt het licht en warm, en aan het einde krijg je een melodie die je zo mee zou kunnen zingen. Hans von Bülow noemde het stuk 'Beethovens Tiende', wat bedoeld was als compliment, maar mij irriteerde het mateloos, want wie wil er nu altijd in de schaduw van een ander staan?De grote vernietiging
Ik was ontzettend streng voor mezelf, en ik heb zelfs beweerd dat ik twintig strijkkwartetten had vernietigd voordat ik mijn eerste liet publiceren. Of het er echt precies twintig waren, laat ik graag in het midden, maar het geeft wel goed weer hoe ik over mijn eigen werk dacht. Ik trouwde nooit, en mijn diepe, gevoelige band met Clara Schumann heeft gevoeld als de belangrijkste van mijn leven, tot aan haar dood. Haar man was in februari 1854 opgenomen in een inrichting bij Bonn en overleed in 1856, en ik heb Clara dus in een heel zware tijd leren kennen.Een eerbetoon aan het einde
In 1889 werd ik ereburger van Hamburg, de stad waar ik als jongen met een heel bescheiden bestaan was begonnen. Dat vond ik een mooie afsluiting van de lange weg die ik had afgelegd, ook al woonde ik allang in Wenen. Daarna werd ik ziek, en op 3 april 1897 stierf ik in Wenen, op 63-jarige leeftijd, aan kanker van de alvleesklier en de lever. Ik heb gelukkig lang genoeg mogen leven om te zien dat mijn muziek werd gespeeld en gewaardeerd.Wat er van mij overbleef
Na de eerste kwamen er nog drie symfonieën: de tweede in 1877, de derde in 1883 en de vierde in 1885. Een opera heb ik nooit geschreven, want ik hield het liever bij muziek die zonder toneel, kostuums en decor voor zichzelf kon spreken. Dat ik zo zorgvuldig werkte, is denk ik wat anderen later aansprak: elke noot moest op zijn plek zitten, en niets mocht er zomaar bij hangen. Ik hoop dat componisten na mij hebben gezien dat je een oude vorm kunt gebruiken en er toch iets persoonlijks mee kunt zeggen.Wat ik je wil meegeven
Als je naar mijn muziek luistert, hoef je helemaal niets te weten van noten, tempo's of vormen. Ik wil dat je gewoon even gaat zitten en je laat meenemen, ook als het stuk begint met iets zwaars en donkers. Wie geduld heeft, krijgt van mij vaak een warme, troostrijke wending, net als na een lange wandeling in de regen, wanneer je eindelijk thuiskomt. Als je dat gevoel van thuiskomen even ervaart, dan heeft die lange arbeid van eenentwintig jaar zijn nut gehad.---
Heb je genoten van het verhaal van mijn leven, zoals ik het je heb verteld? Op deze site kun je nu ook luisteren naar mijn Symphony No 1, het werk waar ik ruim twintig jaar over heb gedaan. Klik gerust op de links hieronder, dan kun je die muziek zelf ontdekken.
Symphony No 1
Symphony No. 1 in C minor, Op. 68
