WOLFGANG AMADEUS MOZART

Portret van Mozart
Ik ben Wolfgang Amadeus Mozart, geboren in Salzburg in januari 1756, en je kent mijn naam waarschijnlijk van de muziek die ik schreef. Op deze pagina ga ik het verhaal van mijn leven vertellen, van de eerste noten als kind tot de laatste die ik in Wenen heb nagelaten. Ben je benieuwd naar de man achter de muziek?
---

Een kind met een hele volle agenda

Ik werd geboren op 27 januari 1756 in Salzburg, in het huis aan de Getreidegasse 9. Salzburg was toen de hoofdstad van een aartsbisdom, een kerkelijk vorstendom binnen het Heilige Roomse Rijk, en mijn vader Leopold speelde viool en componeerde aan het hof van die stad. Mijn zus Nannerl was een begaafde pianiste, en ik keek met grote ogen mee naar alles wat zij en mijn vader deden. Op mijn vijfde schreef ik mijn eerste stukjes op, die staan in het Nannerl Notenbuch, en op mijn achtste had ik al een symfonie geschreven, terwijl andere kinderen nog bezig waren met hun schoenveters.

Het wonderkind gaat op reis

Tussen juni 1763 en december 1766 trok ik met mijn familie door Europa. We kwamen in Parijs, Londen en Den Haag, reisden door het zuiden en westen van Duitsland en bezochten ook Zwitserland. Overal speelde ik voor mensen die zich afvroegen of zo'n kleine jongen echt zulke muziek kon maken. Zo leerde ik veel muziekstijlen kennen, en dat hoor je later in alles wat ik schreef.

Weg uit Salzburg, hallo Wenen

In maart 1781 kreeg ik ruzie met aartsbisschop Colloredo, en na die ruzie vertrok ik uit Salzburg naar Wenen. Daar ging ik als zelfstandig musicus aan de slag, zonder vaste werkgever die me kon zeggen wat ik moest doen. Op 4 augustus 1782 trouwde ik in de Stephansdom met Constanze Weber. Wenen werd de stad waar ik mijn mooiste jaren beleefde, en waar bijna alles gebeurde wat ik jullie nu vertel.

De hits van de familie Mozart

In Wenen ging op 1 mei 1786 Le Nozze di Figaro in première, een opera waarin dienaren hun bazen te slim af zijn, en in 1787 volgde in Praag Don Giovanni, die vrolijk begint en akelig spookachtig eindigt. Op 30 september 1791 ging Die Zauberflöte in première, een sprookjesachtige opera met een vogelvanger, een nachtkoningin en veel muziek waar je meteen aan mee wilt fluiten. Voor piano schreef ik het Piano Concerto No 21, waarvan het zachte middendeel zo kalm is dat je er bijna van vergeet adem te halen, en het Rondo Alla Turca, dat zo vrolijk door de noten huppelt dat je er niet stil bij kunt blijven zitten. Daarnaast heb ik Eine kleine Nachtmusik, dat zo opgewekt begint dat je het zelfs in je slaap nog kunt zingen, de onrustige Symphony No 40 en het Requiem, dat ik niet meer heb kunnen afmaken.

Verdriet tussen de partituren

Constanze en ik kregen zes kinderen, maar maar twee van hen bleven in leven: Karl Thomas, geboren in 1784, en Franz Xaver Wolfgang, geboren in 1791. Dat is een zwaar stuk van mijn leven, en als je mijn muziek goed beluistert, hoor je dat vrolijkheid en verdriet bij mij vaak vlak naast elkaar liggen. Ook mijn vertrek uit Salzburg was geen zorgeloze stap, want ik liet het hof achter waar mijn vader had gewerkt. Ik koos toch voor de vrijheid, ook al wist ik dat het leven als zelfstandig musicus nooit zeker zou zijn.

Een bestelling van een onbekende

In 1791 kreeg ik een opdracht voor een Requiem, een mis voor de doden, en ik wist niet precies van wie die kwam, want de opdrachtgever bleef anoniem en werkte via een tussenpersoon. Later bleek dat graaf Franz von Walsegg het wilde laten maken om zijn overleden vrouw te herdenken. Of hij van plan was het stuk als zijn eigen werk te laten doorgaan, weet niemand zeker, al zegt men dat hij dat bij andere stukken wel deed. Op 5 december 1791 stierf ik in Wenen, 35 jaar oud, en het Requiem was toen nog niet af.

Een graf zonder naambordje

Mijn leerling Franz Xaver Süssmayr maakte het Requiem af, en hoeveel van het stuk van hem is en hoeveel van mij, daarover wordt nog altijd gediscussieerd. Op 6 december 1791 werd ik begraven op het kerkhof van Sint Marx, in een graf zonder naam. Dat was in Wenen in die tijd heel gewoon, want men begroef mensen toen in gemeenschappelijke graven, en waar ik precies lig, weet niemand. Mijn muziek is gelukkig wel te vinden, en die klinkt nog steeds voor iedereen die een keer wil luisteren.

Wat ik jullie wil meegeven

Ik hoop dat je bij mijn muziek even de tijd neemt om niets anders te doen dan luisteren. Je hoeft niets over muziek te weten, want een melodie die je raakt, raakt je ook zonder uitleg. Misschien lach je, misschien word je even stil, en beide is goed. Als je daarna iets lichter naar buiten stapt dan je binnenkwam, ben ik meer dan tevreden.
---
Heb je er plezier in gehad om meer over mijn leven te lezen? Op deze site vind je ook een aantal van mijn werken om te ontdekken: Die Zauberflöte, Don Giovanni, Eine kleine Nachtmusik, Le Nozze di Figaro, Piano Concerto No 21, Requiem, Rondo Alla Turca en Symphony No 40. Klik gerust op de links hieronder en luister zelf hoe die muziek klinkt.
Die Zauberflöte
Die Zauberflöte, K. 620, opera in two acts (1791)
Don Giovanni
Don Giovanni, K. 527, opera in two acts (1787)
Eine kleine Nachtmusik
Serenade No. 13 in G major, K. 525 ("Eine kleine Nachtmusik")
Le Nozze di Figaro
Le nozze di Figaro, K. 492, opera in four acts (1786)
Piano Concerto No 21
Piano Concerto No. 21 in C major, K. 467
Requiem
Requiem in D minor, K. 626
Rondo Alla Turca
Piano Sonata No. 11 in A major, K. 331: III. Rondo alla turca
Symphony No 40
Symphony No. 40 in G minor, K. 550