Nikolai Rimsky-Korsakov
Componist

1844 – 1908

Portret van Rimsky-Korsakov
Ik ben Nikolai Rimsky-Korsakov, componist en vroeger ook zeeofficier, en ik heet je graag welkom op mijn pagina. Hier vertel ik je het verhaal van mijn leven, van mijn geboortedorp Tikhvin tot aan mijn laatste jaren. Samen met mijn collega-componisten leer ik je op deze site bovendien mijn stukken herkennen zodra je ze hoort, dus probeer het gerust met  de Trainer .
---

Een zeeman die liever noten las

Ik werd in 1844 geboren in Tikhvin, een stadje ruim tweehonderd kilometer ten oosten van Sint-Petersburg. Ik kreeg pianoles, eerst van Ulikh en daarna van Feodor Kanille, en Kanille zorgde ervoor dat ik me aan het componeren wilde wijden. Mijn oudere broer Voin was navigator en ontdekkingsreiziger, en hij moedigde me aan om bij de Russische marine te gaan. Zo werd ik adelborst op de klipper Almaz en ging ik op een tocht van twee jaar en acht maanden, wat voor iemand met zijn hoofd vol melodieën een bijzondere plek is om te werken.

Een symfonie met zeewater erbij

In november 1861 maakte iemand me bekend met Mily Balakirev, en dat was voor mij het begin van alles. Balakirev juichte mijn eerste symfonie toe en gaf me richting, zoals een goede leraar doet met een leerling die nog zoekt. In 1871 werd ik professor in compositie en orkestratie aan het conservatorium van Sint-Petersburg. Mijn echte doorbraak was dus niet één mooie avond in een concertzaal, maar een gestage stroom van werk en lessen die nooit meer ophield.

Een stad vol uniformen en violen

Sint-Petersburg was mijn thuis, en ik werkte er in meer dan één wereld tegelijk. Van 1873 tot 1884 was ik Inspector van de marinekapellen, een burgerbaan waarmee ik het actieve zeemansleven achter me kon laten. Daarnaast was ik tot 1894 de plaatsvervanger van Balakirev bij de Hofkapel en gaf ik in totaal zo'n 250 leerlingen les, onder wie Glazoenov, Prokofjev en Respighi. Stravinsky kwam niet naar het conservatorium, maar studeerde bij mij thuis, wat hem een prettig kopje thee dichter bij de leraar bracht.

Een bij die niet stilzit

Aan het eind van de jaren 1880 schreef ik Scheherazade, waarvan ik de partituur afmaakte op mijn dacha in Nyezhgovitsy en die ik op 28 oktober 1888 zelf dirigeerde. Uit mijn opera The Tale of Tsar Saltan komt het stukje dat jullie waarschijnlijk al kennen: Flight of the Bumblebee. Het is dus geen los werkje, maar een intermezzo in een sprookjesopera, waarin een prins in een bij verandert om zijn boosaardige tantes te kunnen steken. De muziek zoemt in razendsnelle noten op en neer, en wie het hoort, wil spontaan zijn armen om zich heen slaan.

Een renegaat op het conservatorium

Niet iedereen was het eens met mijn keuzes, want de criticus Stasov noemde me een renegaat toen ik dichter bij Tsjaikovski en de academische studie kwam te staan. In 1905 schreef ik tijdens de revolutie brieven om studenten te steunen, en dat kostte me mijn plek aan het conservatorium. De studenten legden uit protest hun studie neer, en uiteindelijk werd ik teruggehaald, in december, onder de nieuwe directeur Glazoenov. Het was een rare les in hoe snel een leraar zonder leerlingen ook zonder baan kan zitten, en andersom.

Een haan die me de das omdeed

Vanaf ongeveer 1890 had ik last van angina, en na 1905 werd het steeds erger. Toch begon ik in 1906 aan The Golden Cockerel, dat in september 1907 klaar was en bedoeld was als messcherpe satire op de autocratie. Na december 1907 kon ik niet meer werken, en in 1908 eisten de censors een heleboel veranderingen waar ik niet aan wilde toegeven. Twee dagen na mijn laatste brief hierover stierf ik op 21 juni 1908 op mijn landgoed Lubensk bij Luga, op 64-jarige leeftijd, en ik ben begraven in het Alexander Nevski-klooster in Sint-Petersburg.

De brug tussen de oude en de nieuwe garde

The Golden Cockerel werd pas op 7 oktober 1909 voor het eerst opgevoerd, door de Zimin Opera in Moskou, dus het kwam er toch nog, al heb ik het zelf niet meer meegemaakt. Ik zie mezelf graag als een brug tussen Glinka en De Vijf aan de ene kant en de latere, professioneel opgeleide componisten aan de andere. Ravel, Debussy, Dukas en Respighi hebben veel van mijn manier van orkestreren geleerd, en mijn schoonzoon Maximilian Steinberg maakte in 1912 mijn leerboek over orkestratie af. Ook werk van vrienden bleef me bezighouden: ik bewerkte muziek van Mussorgsky en maakte Borodins Prince Igor af, en over die bewerkingen wordt tot vandaag nog gediscussieerd.

Wat ik jullie wil meegeven

Ik hoop dat jullie bij mijn muziek vooral kleur horen, alsof het orkest een doos met verfpotten is. Je hoeft niets over klassieke muziek te weten om te horen hoe een fluit kan glinsteren of hoe een bij door de lucht schiet. Als je nieuwsgierig wordt, lees dan mijn autobiografie My Musical Life, dan hoor je mijn verhaal nog een keer in mijn eigen woorden. En zet voor alles de muziek gewoon aan, ga zitten en laat de klank het werk doen.
---
Heb je het leuk gevonden om meer over mijn leven te weten te komen? Op deze site kun je ook luisteren naar een van mijn werken, de Flight of the Bumblebee, een stukje uit mijn opera The Tale of Tsar Saltan. Klik op de links hieronder en ontdek deze muziek zelf.
Flight of the Bumblebee
Flight of the Bumblebee
Scheherazade
Scheherazade, Op. 35