ERIK SATIE

Portret van Satie
Ik ben Erik Satie, componist uit Honfleur, een man die liever zacht en eenvoudig sprak dan luid en ingewikkeld. In de pagina's die volgen vertel ik je het verhaal van mijn leven, van mijn jeugd in Normandië tot de stille jaren in Arcueil. Ben je nieuwsgierig naar de man achter de muziek?
---

Een Normandische jongen die liever niet op school zat

Ik werd op 17 mei 1866 geboren in Honfleur, een havenstadje in Normandië, als zoon van een scheepsmakelaar en een Engelse moeder van Schotse afkomst. Mijn moeder overleed in 1872, toen ik zes was, en mijn broer en ik werden teruggestuurd naar onze grootouders van vaderskant in Honfleur. Van 1879 tot 1882 studeerde ik aan het conservatorium van Parijs, of liever gezegd: ik stond er ingeschreven. Daarna werd ik weggestuurd als een onbevredigende leerling, en dat vind ik nog altijd een streng oordeel over een jongen die gewoon op zijn eigen tempo wilde werken.

Een slechte long en een goed begin

In 1886 ging ik in militaire dienst, maar vanwege bronchitis werd ik ontslagen, en ik denk dat het leger er niet veel van heeft gemist. Twee jaar later, in 1888, verscheen mijn eerste Gymnopédie in het tijdschrift La Musique des familles. Tussen 1888 en 1890 schreef ik de Gymnopédies en de Gnossiennes, muziek die zacht en eenvoudig klonk en nergens mee wilde pronken. Een tijdschrift voor het gezin is niet de plek waar je een omwenteling verwacht, maar zo is het toch begonnen.

Pianist met een glas wijn binnen handbereik

Om mijn brood te verdienen speelde ik piano in de cabarets van Montmartre, onder andere in Le Chat Noir en Le Lapin Agile. Daar luisterde het publiek met een glas in de hand, en dat beviel me wel, want niemand verwachtte een plechtige toespraak van de pianist. In 1898 verhuisde ik naar Arcueil, ten zuiden van Parijs, en ik bleef daar wonen tot mijn dood. Zo zat ik aan de rand van de stad: ver genoeg voor de rust en dichtbij genoeg om er altijd weer naartoe te kunnen.

Drie stukjes stilte en één rel

Als je maar één stuk van mij kent, is het waarschijnlijk Gymnopedie No 1, en gelukkig staat precies dat stuk hier op deze site. Je hoort een zachte, wiegende begeleiding met daarboven een melodie die nergens haast mee heeft, en voor je het weet is het stil in je hoofd. Heel anders was Parade uit 1917, een samenwerking met Diaghilev, Jean Cocteau en Pablo Picasso, dat je hier overigens niet zult vinden. Bij de eerste uitvoering brak er een rel uit, dus je ziet dat dezelfde man het publiek in slaap kon sussen én kon laten schreeuwen.

Mijn eigen kerk en zeven keer hetzelfde pak

Ik was componist van de Rozenkruisersorde van Joséphin Péladan, de Ordre de la Rose-Croix, en tussen 1893 en 1895 stichtte ik mijn eigen kerk, de Église Métropolitaine d'Art de Jésus Conducteur. Ik leidde die kerk ook zelf, wat het voordeel had dat niemand me kon vertellen hoe het moest. In 1895 kocht ik van een kleine erfenis zeven identieke pakken. Zo hoefde ik 's ochtends nooit na te denken over wat ik aantrok, en dat raad ik iedereen aan die ooit te lang voor de kast heeft gestaan.

Terug naar de schoolbanken, en dan het einde

In 1905 schreef ik me in aan de Schola Cantorum in Parijs, dus ik ging als volwassen man gewoon weer naar school. Ik dronk mijn hele leven stevig, en dat heeft mijn lichaam uiteindelijk niet kunnen verdragen. Op 1 juli 1925 overleed ik in Parijs, 59 jaar oud, aan cirrose van de lever. Ik ben begraven in Arcueil, het dorp waar ik sinds 1898 woonde.

Meubels die muziek maken

Een groep jonge Franse componisten, bekend als Les Six, zag mij als inspiratiebron, wat me nog steeds verbaast voor iemand die van school was gestuurd. Claude Debussy bewerkte de eerste en de derde Gymnopédie voor orkest, zodat mijn pianomuziek ineens met een heel gezelschap klonk. Zelf bedacht ik de term musique d'ameublement, meubelmuziek, voor muziek die op de achtergrond klinkt zoals een stoel in de kamer staat. Sommigen noemen mij een voorloper van het minimalisme, maar dat is een kwestie van uitleg, en die laat ik graag aan jullie over.

Een stoel om even in te zitten

Wat ik jou vooral wil geven is ruimte. Je hoeft niets over muziek te weten, niets te herkennen en niets te begrijpen, want luisteren is genoeg. Laat een stuk als Gymnopedie No 1 gewoon klinken terwijl je thee drinkt of uit het raam kijkt. En als je ineens merkt dat je even niet aan je agenda denkt, dan heb ik mijn werk gedaan.
---
Heb je er plezier in gehad om meer over mijn leven te lezen? Op deze site kun je ook luisteren naar een werk van mij, de Gymnopédie No 1, die zo rustig begint dat je vanzelf wat langzamer gaat ademen. Klik gerust op de links hieronder, dan neem ik je er graag mee naartoe.
Gymnopedie No 1
Trois Gymnopédies, No. 1 (1888)