BOLERO VAN RAVEL
DE LUISTERGIDS

Boléro, M. 81

Ravel presenteert een luistergids bij zijn Bolero
Ik ben Maurice Ravel, en ik ga je graag mijn luistergids bij Boléro laten zien. Ben je benieuwd naar wat er achter dit stuk schuilgaat, een stuk dat zo eenvoudig begint en toch zo lang blijft hangen? Ik loop de hele luistergids met je mee, stap voor stap, zodat je precies weet waar je op kunt letten. Na afloop geef ik je nog een paar manieren om Boléro verder te ontdekken, voor als je daarna nog niet genoeg hebt van dat ene thema.
---

Drie lagen, twee oren

Als je nog nooit een klassiek stuk hebt beluisterd, raad ik je aan Boléro in drie lagen te horen, dan heb je het meeste al te pakken. De onderste laag is het ritme van de snaartrom, dat zijn oorsprong vindt in het geluid van fabrieken en dat je 169 keer hoort terugkomen. Daarboven ligt de melodie, die steeds afwisselt tussen twee vormen, en daaronder houdt de bas met zijn twee noten koppig vol. Het leukste is raden wie de melodie op dat moment heeft, want bijna elk instrument van het orkest krijgt een solomoment, en dat gaat ongeveer een kwartier lang als een estafette waarin niemand wordt overgeslagen.

Van Fandango naar Boléro

Mijn stuk heette eerst Fandango, en pas later veranderde ik de titel in Boléro. Allebei de namen klinken Spaans, en dat past bij de opdracht, want Ida Rubinstein had om een ballet met Spaans karakter gevraagd. Op de partituur staat bovendien Tempo di Bolero, moderato assai, dus ik zeg het zelf nog een keer: dit is een dans, en wel een die zich niet haast. Ik vind dat de nieuwe titel beter past bij wat je te horen krijgt: één dans, één thema en bijna geen verrassingen.

Eén thema, veel herhaling

Er is maar één thema, dat achttien keer terugkomt, of negentien als je de laatste keer meetelt. In de melodie of de harmonie ontwikkelt er niets, alleen het volume en de combinaties van instrumenten veranderen, in één langzame crescendo van heel zacht naar heel luid. Voor deze gids deel ik het stuk in vijf stukken in, al is dat mijn eigen manier van kijken, want de muziek zelf zet nergens een bordje neer. Ik loop ze in de volgende alinea's een voor een met je door, en dat is meer avontuur dan je zou denken bij een stuk waarin zo weinig verandert.

Deel 1: Zo zacht dat je het volume opendraait

Het begin is zo stil dat je misschien even denkt dat er iets mis is met je speakers. Dat is precies de bedoeling, want hier ligt alles nog open: de toonsoort is C-majeur, het tempo is rustig en het orkest houdt zich nog bijna helemaal in. Dit is het beste moment om het ritme en de bas goed in je oren te prenten, want die blijven bijna het hele stuk hetzelfde. De stemming is kalm en afwachtend, en er is nog niets dat je zorgen baart.

Deel 2: De melodie krijgt een andere stem

Dan neemt het ene instrument het thema van het andere over, bijvoorbeeld de klarinet en de fagot. De melodie blijft precies dezelfde, maar elk instrument kleurt hem anders, een beetje zoals dezelfde zin klinkt uit de mond van verschillende mensen. Het volume stijgt hier nog nauwelijks, en ook de toonsoort en het tempo blijven waar ze waren. Je merkt vooral dat de sfeer nieuwsgieriger wordt, omdat je steeds wilt horen wie er daarna aan de beurt is.

Deel 3: Er komt gezelschap

In het middenstuk spelen steeds meer instrumenten tegelijk mee, en de melodie wordt dikker en voller. Het thema wordt nu door combinaties van instrumenten gespeeld, en onderweg hoor je onder meer de saxofoons en de trompetten voorbijkomen. Het ritme gaat intussen ongestoord door, dus het voelt alsof de spanning toeneemt, terwijl het tempo helemaal niet verandert. De stemming schuift van nieuwsgierig naar vastberaden, en daarvoor doe ik niets anders dan er meer instrumenten bij zetten.

Deel 4: Nu is iedereen aan het werk

Nu is het orkest echt bezig, want de partituur vraagt alles wat ik in huis had, van piccolo tot contrafagot en van harp tot tam-tam. Het volume is hier erg luid, terwijl het thema nog steeds dezelfde melodie is die de fluit helemaal in het begin zachtjes speelde. Dat is het eigenaardige aan dit stuk: de noten blijven gelijk, en toch heb je het gevoel dat je een heel ander land binnenloopt. De stemming wordt dringend, bijna overweldigend, en het bijzondere is dat dit alleen komt door volume en klankkleur en niet doordat het tempo versnelt.

Deel 5: Acht maten om de hoek kijken

Vlak voor het einde gebeurt de enige echte afwijking: in een passage van acht maten schuift de muziek naar E-majeur. Na al die tijd in C-majeur voelt dat als een raam dat even openzwaait, en daarna keert C-majeur terug. Het is de enige keer dat de harmonie echt van plaats verandert, dus je hoort het ook als je niets van muziek weet. Daarna blijft het slot trouw aan alles wat eraan voorafging: hetzelfde ritme, hetzelfde thema en een orkest dat zijn volle kracht laat horen.

Zet hem maar aan

Nu mag je het zelf beleven: druk op afspelen en laat de muziek over je heen komen. Denk onderweg nog even aan de drie lagen en aan het raden wie de melodie heeft, dan hoor je meer dan je verwacht. Bij de première in november 1928 in de Opéra in Parijs reageerde het publiek met geschreeuw en gestamp, maar ik reken erop dat jij rustig blijft zitten. Ik hoop dat je de reis door mijn Boléro net zo spannend vindt als ik hem vond toen ik hem maakte.
---
Heb je genoten van deze luistergids over Boléro? Ik hoop dat je na het lezen met andere oren naar het stuk luistert. Zelf noemde ik het een experiment in een heel bijzondere en beperkte richting, en misschien hoor je nu waarom ik dat zo zei. Een thema, een ritme dat blijft doorgaan en een orkest dat langzaam aan groeit: meer heb ik er niet voor nodig gehad. Toch is er nog veel meer over Boléro te vertellen. Je kunt bijvoorbeeld ontdekken hoe het publiek in november 1928 in de Opéra in Parijs reageerde, met geroep en gestamp in de zaal. Of hoe Torvill en Dean in 1984 olympisch goud wonnen met een ijsdans op deze muziek. Klik daarom gerust op de links hieronder om verder op ontdekking te gaan. En zet daarna de muziek nog een keer op, want bij elke keer luisteren valt je weer iets anders op.