Doodkistdrager graaft rouwgeheimen op bij Chopins Funeral March
De backstory

Piano Sonata No. 2 in B-flat minor, Op. 35

Chopin vertelt de backstory van zijn Funeral March
Ewa soldaat, Chopin hierzo achter de toetsen, en ik ga je het hele lijpe verhaal achter mijn eigen Funeral March droppen, wollah! Je checkt hier hoe ik in 1837 in Parijs eerst deze duistere dodenmars in mijn eentje fikste en daar pas twee jaar later drie andere delen omheen timmerde, keiharde chaos toch, neef? Wil je onze dikke tunes voortaan meteen herkennen als ze ergens uit de speakers klappen, mattie, kom dan ff met mij en mijn collega-componisten op deze site  knallen in de Trainer !
---

Hele sonate achterstevoren gebouwd, wollah!

Ewa drerrie, luister dan, iedereen kent die legendarische Funeral March, maar die tune heet eigenlijk Marche funèbre en zit gewoon verstopt als derde deel in mijn Piano Sonata No. 2 in B-flat minor, Op. 35, geen grap! Normale gasten bouwen een track netjes van voren naar achteren, maar ik ben anders gebouwd, mattie, dus ik knal in 1837 in Parijs eerst die dodenmars op papier, twee jaar vóór de rest! Pas later bedenk ik: laat ik drie extra delen om die dikke banger heen timmeren, anders staat dat ding daar ook maar zo zielig in z'n eentje te bevriezen, toch, neef? Geen rijke tatta die mij doekoe gaf voor een opdracht of een chique opdrachtgever voorin, broer, ik dropte deze hele Op. 35 gewoon puur uit m'n eigen zieke hoofd op die solo piano!

Gebroken hart en hoestbuien, faka daarmee!

Jonguh, die tijd tussen 1837 en 1839 was echt zwaar klote voor mij, want m'n gezondheid ging compleet naar de knoppen en ik liep de hele dag te blaffen als een oude zeehond, ouwe! Alsof dat nog niet genoeg drama was, klapte in 1837 ook nog eens m'n verloving met Maria Wodzińska uit elkaar, dus ik zat daar met een gebroken hart vol in de ellende, gap! Daarna vlucht ik voor de winter van 1838 op 1839 met die schrijfster George Sand naar Majorca, maar dat eiland werd me toch een partij natte, koude horror, sahbi, ik ging bijna knock-out daar! Alles zat tegen, m'n longen piepten aan alle kanten, mijn liefdesleven lag in de prullenbak en precies uit die donkere malaise perste ik dus die gruwelijke klanken, tantoe bizar!

Spookverhalen en Poolse strijders, je weet toch!

Mensen lullen altijd kapot veel, vriend, want op mijn eigen handgeschreven blaadje van dat middelste trio-stuk in Parijs staat 28 november 1837, precies de vooravond van de herdenking van die Poolse Novemberopstand uit 1830! Daarom roepen allerlei slimme koppen dat ik die Marche funèbre schreef om mijn gevallen Poolse broeders te eren, maar wollah, ik heb zelf nooit ergens opgeschreven waar ik aan dacht, dus niemand weet het zeker! Er gaat zelfs een lijpe roddel rond dat ik in Parijs in het atelier van de schilder Félix Ziem zat te chillen en me daar helemaal de pleuris schrok van een nep-skelet, neef! Volgens dat wilde verhaal had die gast dat bottenrek achter de piano gezet en begon ik toen spontaan de Funeral March te improviseren, maar of dat echt zo ging, joost mag het weten, gozer!

Chillen bij mijn chick in Nohant, lekker bezig!

Na die rampzalige winter op Majorca sleepte George Sand mij in de zomer van 1839 mee naar haar dikke landgoed in Nohant in Frankrijk, waar ik eindelijk weer een beetje lucht kreeg, strijder! Daar in het zonnetje had ik m'n energie weer terug en ramde ik in één zomer die overige drie delen van de sonate eruit om het pakketje compleet te maken, koud kunstje! Ik trap af met Grave – Doppio movimento, gooi er een Scherzo achteraan, laat dan die Marche funèbre op Lento binnenwandelen en sluit af met een Finale op Presto die als een bezetene voorbijraast, bro! Die twee nieuwe eerste delen en die laatste storm omsingelen mijn oude mars uit 1837 dus als een stel lijfwachten, zodat die hele Piano Sonata No. 2 in B-flat minor, Op. 35 eindelijk stond als een huis, niffo!

Schumann vond mijn kids te wild, die man trippet!

In oktober 1839 gaf ik in Parijs alvast een exclusief privéconcertje van de hele sonate voor mijn collega-pianist Ignaz Moscheles, gewoon even kijken of die man weggeblazen werd, toch! Wanneer de grote openbare concertpremière precies was en wie er toen achter de knoppen zat weet trouwens geen hond zeker, kil, want ik speelde mijn grote sonates bijna nooit zelf in enorme zalen! Toen dat meesterwerk in mei 1840 eindelijk gedrukt werd bij Breitkopf & Härtel in Leipzig, Troupenas in Parijs en Wessel in Londen, ging het publiek meteen compleet uit z'n plaat, wollah! Alleen de critici liepen te zuurpruimen over de vorm, en Robert Schumann riep zelfs dat ik vier van mijn meest roekeloze kinderen aan elkaar had geknoopt, faka met die jaloerse praatjes, ouwe!

Niet mijn eerste dodenmars, schrik niet, neef!

Trouwens, grote vriend, veel gasten denken dat deze beroemde knaller uit Op. 35 mijn enige dodenmars is, maar dan sla je de plank echt volledig mis, mattie! Toen ik nog een jong broekie was, ergens in 1826 of 1827, had ik namelijk al een hele andere Funeral March in c-mineur in elkaar geknutseld, lang voordat Parijs überhaupt in beeld kwam, gap! Die vroege track hebben ze pas na mijn dood uitgebracht onder het nummertje Op. 72, No. 2, dus ik had al lang en breed geoefend met die sombere begrafenis-vibes, je weet zelf! En voor de echte nerds met een brilletje op: die grote Piano Sonata No. 2 in B-flat minor, Op. 35 staat in de catalogus van Maurice J. E. Brown ook nog eens geregistreerd als B. 128, tantoe officieel allemaal!

Geen brassband of rare kinderrijmpjes, kappen nou!

Wat mij echt de keel uithangt, drerrie, is dat mensen tegenwoordig denken dat ik die Marche funèbre voor een heel orkest of een luidruchtige brassband met toeters heb geschreven, echt onzin! Ik zweer het je, sahbi, geen enkele trompet of grote trom komt uit mijn pen, want ik heb elke noot van dit beest honderd procent puur voor solo piano gemaakt, punt uit! En dan heb je ook nog van die bijdehandjes op Engelse schoolpleinen die er dat gare versje Pray for the dead overheen blèren alsof ik dat zo bedoeld heb, doe even normaal hoor, jonguh! Bij mij zingt er helemaal niemand, broer, het zijn alleen mijn tien vingers op het ivoor die in een driedelige ABA-vorm van duisternis in bes-mineur naar dat dromerige Des-majeur en weer terug glijden!

Van mijn eigen kist naar de allergrootste VIPs, bizar!

Het allerlijpste komt nog, neef, want toen ik in 1849 in Parijs zelf het loodje legde en begraven werd op Père Lachaise Cemetery, draaiden ze mijn eigen Marche funèbre bij mijn graf, kippenvel toch! Napoléon Henri Reber had mijn pianostuk speciaal voor die dag omgebouwd voor orkest, en later konden grote bazen als Edward Elgar en Henry Wood het ook niet laten om een eigen orkestversie te brouwen, ouwe! Sindsdien is mijn track dé ultieme afscheidsknaller voor wereldleiders geworden, want bij de staatsbegrafenissen van zowel John F. Kennedy als Winston Churchill en zelfs Leonid Brezhnev galmde mijn melodie door de straten, wollah! En tot in deze tijd toe blijft dat ding onsterfelijk, vriend, want ook toen Margaret Thatcher en Queen Elizabeth II naar hun laatste rustplaats werden gebracht, klonk mijn eigen klassieker, lekker bezig toch!
---
Ewa strijder, ging je een beetje lekker op dit leipe verhaal achter mijn Funeral March of hoe zit dat, ouwe? Geloof mij maar, mattie, er valt nog kapot veel meer te checken rond deze gruwelijke tune van mij, geen grap! Klap dus snel die linkjes hieronder aan, neef, en duik nog dieper in mijn Funeral March, let's go!