BRANDENBURG CONCERTO NO 2 VAN BACH
DE ACHTERGROND

Brandenburg Concerto No. 2 in F major, BWV 1047

Bach vertelt de achtergrond van zijn Brandenburg Concerto No 2
Ik ben Johann Sebastian Bach, en ik ga je vertellen hoe Brandenburg Concerto No 2 is ontstaan. Als ik terugkijk op dit werk, zie ik vooral een muziekstuk dat een eigen weg heeft afgelegd, lang voordat iemand er een bijnaam voor had. Ben je benieuwd naar het verhaal achter Brandenburg Concerto No 2? Ik neem je er graag doorheen mee, want ik ben hier om je stap voor stap langs die geschiedenis te leiden. We nemen er de tijd voor, zodat je na afloop niet alleen weet hoe het begon, maar de muziek ook anders hoort. Als het verhaal verteld is, geef ik je bovendien een aantal manieren om Brandenburg Concerto No 2 zelf verder te ontdekken.
---

Een cadeau met een Franse titel

Ik gaf mijn zes concerten zelf de titel Six Concerts avec plusieurs instruments, dus het woord Brandenburg stond er zelf niet bij. De bijnaam komt van Christian Ludwig, markgraaf van Brandenburg-Schwedt, aan wie ik de hele bundel opdroeg. Concert nummer twee is er één van, en het is in F-majeur geschreven. Het is misschien wel het stuk uit die bundel waar ik het meest van hou.

Een klavecimbel als aanleiding

In 1719 was ik in Berlijn om te betalen voor een nieuw klavecimbel van Michael Mietke. Een klavecimbel lijkt op een piano, maar de snaren worden getokkeld in plaats van aangeslagen, en daardoor klinkt het helder en een beetje glinsterend. Tijdens dat bezoek ontmoette ik de markgraaf. Die kennismaking zou ik een paar jaar later goed kunnen gebruiken.

Een Kapellmeister in Köthen

Van 1717 tot 1723 was ik Kapellmeister van prins Leopold in Köthen. Dat betekent dat ik de muziek aan het hof leidde, ongeveer zoals een dirigent die ook zelf de stukken schrijft. Op die plek had ik alle ruimte om te schrijven wat ik wilde horen. Een deel van wat later in de bundel kwam te staan, is dus waarschijnlijk in Köthen ontstaan.

Het jaartal op het cadeaupapier

Op 24 maart 1721 zette ik mijn opdracht op papier en stuurde ik het handgeschreven manuscript van Köthen naar Berlijn. Dat jaartal zegt alleen iets over het cadeau, niet over het componeren, want de stukken zijn vermoedelijk ouder. Dit tweede concert dateert waarschijnlijk uit 1719 of 1720, en misschien zelfs uit mijn tijd in Weimar, maar dat weet niemand zeker. Het verhaal gaat ook dat er een verloren kamermuziekversie bestond voor kleine bezetting, maar of dat echt zo is, blijft een open vraag.

Vier solisten en een groot gezelschap

Ik schreef voor een kleine groep solisten: een trompet, een blokfluit, een hobo en een viool. Daartegenover staat de begeleidende groep, bestaande uit twee violen, een altviool, een violone, een cello en een klavecimbel. Het is een beetje alsof vier mensen uit een menigte stappen om het woord te nemen, terwijl de rest hen rustig laat praten. Dat levert een speels gesprek op, want elk instrument klinkt anders en wil toch gehoord worden.

Een trompet die bijna niemand kan spelen

Het trompetdeel is niet voor niets beroemd, want het geldt als een van de moeilijkste in de hele muziekliteratuur. Ik schreef het voor een specialist in het hoge clarinospel, iemand die precies wist wat er op zo'n instrument mogelijk is. Het gaat om een natuurtrompet in F, een instrument zonder hulpmiddelen, waarop alles van de lippen en de longen van de speler afhangt. Wie het goed hoort spelen, begrijpt waarom trompettisten er nog steeds met ontzag over praten.

Drie delen, als een boterham

Een concert bestaat uit delen, en een deel is een afgerond stuk binnen het geheel, ongeveer zoals een boterham uit twee sneetjes en een beleg bestaat. De twee buitenste delen, het Allegro en het Allegro assai, zijn de sneetjes: allebei in F-majeur, levendig en vol energie, waarbij assai ongeveer 'heel erg' betekent. Het beleg is het Andante in het midden, in d-mineur, waar het tempo rustiger wordt en alleen de solisten nog het woord voeren. Zo begin en eindig je vrolijk, en krijg je in het midden even de tijd om stil te worden.

Geen bedankbrief bewaard

Wat de markgraaf met mijn bundel heeft gedaan, weet niemand precies. Er is geen antwoord bewaard, er is geen betaling terug te vinden en niemand kan zeggen of de concerten ooit zijn uitgevoerd. Na zijn dood in 1734 stonden ze zelfs niet met naam in de inventaris van zijn bibliotheek. Mijn cadeau lijkt dus ergens in een la te zijn beland.

Een gelukkige vondst

Dat de concerten niet verloren zijn gegaan, is een klein wonder. In 1849 vond Siegfried Dehn ze terug. Een jaar later liet hij ze uitgeven, precies honderd jaar na mijn overlijden. Zo kwam er na een lange stilte alsnog een publiek voor.

Eindelijk op plaat

In 1936 volgde de eerste complete opname van alle zes de concerten, onder leiding van Adolf Busch. Daarmee kon iedereen met een grammofoon thuis horen wat ik ooit voor een markgraaf had opgeschreven. Sindsdien horen mensen over de hele wereld hoe de trompet, de blokfluit, de hobo en de viool elkaar de bal toespelen. Ik vind het mooi dat een brief uit Köthen uiteindelijk zo veel luisteraars heeft gevonden.
---
Zo, dat was het verhaal achter mijn Brandenburg Concerto No 2. Of de markgraaf er ooit iets mee heeft gedaan, weet niemand, want daarover is niets terug te vinden. Na zijn dood in 1734 stond de bundel zelfs niet met naam in de lijst van zijn bibliotheek. Toch is de muziek niet verloren gegaan: Siegfried Dehn vond de concerten in 1849, en een jaar later werden ze uitgegeven, precies honderd jaar na mijn dood. Ik vind het een mooi idee dat een stuk zo lang kan zwijgen en daarna nog steeds zo levendig klinkt. Vond je het leuk om te lezen hoe Brandenburg Concerto No 2 is ontstaan? Er valt nog veel meer te ontdekken, bijvoorbeeld hoe de solisten elkaar in het laatste deel het woord geven en hoe het stuk door de jaren heen is gespeeld en opgenomen. Klik gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te lezen. Ik hoop dat je daarna met nog meer plezier naar dit concert luistert.