JESU, JOY OF MAN'S DESIRING VAN BACH
DE ACHTERGROND

Herz und Mund und Tat und Leben, BWV 147: Chorale "Jesu bleibet meine Freude"

Bach vertelt de achtergrond van zijn Jesu, Joy of Man's Desiring
Ik ben Bach, en ik wil je graag het verhaal vertellen achter Jesu, Joy of Man's Desiring. Soms ken je een melodie al na een paar noten, en weet je toch bijna niets over waar ze vandaan komt. Ben je benieuwd naar het verhaal achter Jesu, Joy of Man's Desiring? Ik ben er om je er stap voor stap doorheen te leiden, zodat je het stuk straks met andere oren hoort. Als het verhaal verteld is, geef ik je ook een paar manieren om Jesu, Joy of Man's Desiring verder te ontdekken.
---

Ik ben eigenlijk maar een onderdeel

Veel mensen denken dat ik Jesu, Joy of Man's Desiring als los stuk heb geschreven, maar dat klopt niet. Het is een koraal uit mijn cantate Herz und Mund und Tat und Leben, BWV 147. Die cantate heeft tien delen, en het beroemde stuk komt pas helemaal aan het eind. Het is dus een beetje alsof je alleen het laatste hoofdstuk van een boek kent en denkt dat het hele boek uit die ene bladzijde bestaat.

Nieuwe baan, nieuwe stad

In 1723 was ik net Thomaskantor in Leipzig geworden. Dat betekende dat ik vrijwel elke week muziek moest leveren voor de kerkdiensten. Wie zo'n baan heeft, kijkt wel eens in zijn eigen la om te zien wat er al ligt. En in mijn la lag toevallig een cantate uit mijn Weimartijd.

Een cantate uit de oude la

Die oudere cantate heet BWV 147a en schreef ik in 1716 in Weimar. Ze was bedoeld voor de Advent, de weken voor Kerstmis, en de tekst kwam van Salomo Franck. In die versie ontbrak nog precies het stuk waar de wereld later verliefd op zou worden. Het is dus een soort slapend kiemplantje geweest, dat zeven jaar later in een andere stad pas echt tot bloei kwam.

Van Advent naar Maria Visitatie

In Leipzig kreeg de cantate een heel andere gelegenheid, want ze werd voor het feest van Maria Visitatie bestemd. De eerste uitvoering was op 2 juli 1723. Ik maakte er een werk in twee delen van en voegde recitatieven met begeleiding toe, en daarbij kwam ook het koraal. Wat in Weimar voor de Advent klonk, paste ik dus in de zomer van 1723 anders in, zonder dat de noten hun goede humeur verloren.

De woorden zijn niet van mij

De tekst van het koraal is van Martin Janus en dateert uit 1661. Ik kan dus ook voor de woorden geen eer opstrijken, hoe graag ik soms ook zou willen. Ze gaan over vreugde en over iemand die bij je blijft, en dat sluit mooi aan bij de rustige manier waarop de muziek erbij klinkt. Mijn bijdrage zat in wat ik met die woorden en die melodie deed, en dat vind ik nog altijd een eerlijke verdeling.

Een melodie met een eigen naam

De melodie die ik gebruikte hoorde al bij een ander lied, Werde munter, mein Gemüte. Het was dus een bekende wijs, die de mensen in Leipzig misschien al eens hadden gezongen. Ik gaf haar alleen een nieuw jasje, met een tekst van Janus en een stel instrumenten eromheen. Zo werkte dat in mijn tijd: een goede melodie ging niet na één keer in de prullenbak.

Twee titels voor één wijs

Het koraal staat twee keer in de cantate, als deel 6 en als deel 10. Deel 6 heet Wohl mir, daß ich Jesum habe en deel 10 heet Jesus bleibet meine Freude. Met dat tweede deel eindigt de cantate, en daar hoor je het stuk dat iedereen kent. Wie de cantate van het begin tot het eind volgt, heeft dus al een kleine voorsmaak gehad voordat het slot komt.

Wat er allemaal meespeelt

Het slotdeel staat in G-majeur en in een 9/8-maat, en daardoor wiegt de muziek rustig door in groepjes van drie. Behalve het koor spelen er een trompet, twee hobo's, twee violen, een altviool en een continuo mee. Het is een volle bezetting, maar toch klinkt het nergens zwaar of opdringerig. Alles lijkt er te zijn om elkaar te helpen en niet om op te vallen.

Hoe ik aan een Engelse titel kwam

Ik heb die Engelse titel nooit bedacht, want ik schreef in het Duits en voor een Duitse kerk. De naam Jesu, Joy of Man's Desiring werd pas bekend door de pianobewerking die Myra Hess in 1926 maakte. Zij haalde het stuk uit de cantate en liet het solo op de piano klinken, en zo raakte het los van zijn oorspronkelijke omgeving. Ik vind het een mooie gedachte dat iemand bijna twee eeuwen na mijn dood nog een nieuwe naam voor mijn muziek vond.

Een hit in de hitparade

In 1972 bereikte een instrumentale versie met de titel Joy van Apollo 100 de zesde plaats in de Billboard Hot 100 in de Verenigde Staten. Ik had mijn koraal dus nooit voor de hitlijsten geschreven, maar dat deed er kennelijk niet toe. Het laat zien dat een melodie van Johann Schop, met woorden van Martin Janus en een nieuwe bewerking, in zeer verschillende tijden kan werken. Voor mij blijft het vooral een stuk dat in 1723 in Leipzig begon, en dat vind ik zelf het mooiste deel van het verhaal.
---
Nu weet je dat het koraal waar je zo van houdt eigenlijk het slot is van een veel grotere cantate. Als ik erop terugkijk, vind ik het mooi dat muziek die ik voor een kerkdienst in Leipzig schreef nog steeds zoveel mensen weet te raken. De Engelse titel die je kent heb ik trouwens nooit zelf bedacht, want die werd pas bekend door de pianobewerking van Myra Hess in 1926. Vond je het leuk om te lezen hoe Jesu, Joy of Man's Desiring is ontstaan? Er valt nog genoeg te ontdekken over Jesu, Joy of Man's Desiring, bijvoorbeeld hoe de melodie in andere bewerkingen klinkt en hoe de rest van de cantate je meeneemt. Klik gerust op de links hieronder als je verder wilt luisteren en lezen. Misschien hoor je het stuk daarna met andere oren, en dan is mijn werk voor vandaag meer dan geslaagd.