Een opdracht doorstrepen bij Symphony No 3 "Eroica" van Beethoven
De achtergrond

Symphony No. 3 in E-flat major, Op. 55

Beethoven vertelt de achtergrond van zijn Symphony No 3 "Eroica"
Welkom, ik ben Beethoven, en hier vertel ik hoe mijn Symphony No 3 "Eroica" is ontstaan. Je leest hoe ik, terwijl ik doof werd, een symfonie schreef die twee keer zo lang werd als de symfonieën van mijn tijd, en dat maakt het verhaal erachter de moeite waard. Wie onze stukken wil leren herkennen zodra ze klinken, kan dat hier bij mij en mijn collega-componisten doen, dus  probeer de Trainer  gerust uit.
---

Een brief die ik nooit heb verstuurd

In oktober 1802 schreef ik het Heiligenstadt Testament, een brief aan mijn broers Carl en Johann. Ik werd steeds doover, en dat maakte me zo wanhopig dat ik zelfs aan een einde aan mijn leven dacht. Toch stond er ook in dat ik door wilde gaan met mijn muziek, want ik vond dat ik nog te veel te zeggen had. Uit dat besluit is, in de maanden daarna, de eerste schets van deze symfonie gegroeid.

Een held met een slecht einde

In die tijd bewonderde ik Napoleon Bonaparte, toen nog Eerste Consul, en ik wilde de symfonie aan hem opdragen. Voor mij was hij een man die oude machten opzijschoof en iets nieuws probeerde. Het schrijven zelf duurde van 1802 tot 1804, vooral in 1803 en 1804, en begin 1804 heb ik nog laatste veranderingen aangebracht. Ik werkte dus lang aan een eerbetoon voor iemand die zijn eigen naam intussen aan het veranderen was.

Het titelblad en de woede

In 1804 riep Napoleon zichzelf uit tot keizer, en ik trok de opdracht in. Mijn leerling Ferdinand Ries vertelde later dat ik het titelblad uit boosheid in stukken scheurde, maar dat is een verhaal uit de tweede hand. Het titelblad dat bewaard is gebleven is wel gescheurd en opnieuw overgeschreven, dus helemaal vernietigd heb ik het in elk geval niet. Het verhaal dat ik Napoleon een tiran noemde die de mensenrechten zou vertrappen wordt ook vaak verteld, maar zeker weet niemand het.

Een naam die er later bij kwam

Het werk droeg ik uiteindelijk op aan prins Joseph Franz Maximilian Lobkowitz, die mijn muziek genereus steunde. In de uitgave van 1806 staat in het Italiaans dat de symfonie is geschreven ter nagedachtenis van een "grande Uomo", een groot man. De titel Sinfonia eroica verschijnt pas in die uitgave, dus de bijnaam was geen eerbetoon aan Napoleon. Wie nu nog denkt dat het stuk zijn portret is, moet zich dus bij die naam neerleggen.

Eerst in kleine kring

De eerste uitvoering was niet openbaar, maar vond op 9 juni 1804 plaats in het Weense paleis van prins Lobkowitz, door zijn eigen orkest. Voor die gelegenheid huurde de prins 22 extra musici in, onder wie de derde hoornist die mijn partituur vraagt. Die derde hoorn was in een symfonie niet gebruikelijk, en dat zul je in het derde deel horen. Die zomer volgden er nog meer besloten uitvoeringen op de landgoederen van de prins in Bohemen.

Een symfonie die bleef doorgaan

Een gemiddelde symfonie van Haydn of Mozart duurde rond een halfuur, maar de mijne is ongeveer twee keer zo lang. Ze duurt zo'n vijftig minuten, afhankelijk van of het orkest in het eerste deel de herhaling speelt, en dan kom je op iets tussen de 45 en 55 minuten. Daarvoor heb ik een orkest nodig met twee fluiten, twee hobo's, twee klarinetten, twee fagotten, drie hoorns, twee trompetten, pauken en strijkers. Het publiek moest dus niet alleen goed luisteren, maar ook goed kunnen zitten.

Vier gangen, één maaltijd

Een symfonie is verdeeld in delen, en die kun je zien als de gangen van een diner: ze horen bij elkaar, maar elke gang smaakt anders. Het eerste deel, Allegro con brio, is het krachtige voorgerecht waarin één eenvoudig idee tot grote hoogte groeit. Het tweede deel, de Marcia funebre, is een treurmars met Adagio assai als aanwijzing, dus heel langzaam en met veel gewicht; daarna komt het Scherzo, Allegro vivace, dat vol rusteloze beweging zit en waarin de drie hoorns schitteren. Het Finale, Allegro molto, is de afsluiting met variaties, een fuga, een rustig Poco andante en een snelle coda, en het sluit het geheel af.

Het publiek weet het nog niet

De openbare première was op 7 april 1805 in het Theater an der Wien in Wenen, en ik stond zelf voor het orkest. De recensies waren gemengd: men vond het stuk lang, ingewikkeld en bijzonder oorspronkelijk. Eén criticus meende dat het beter zou worden als het korter was. Op hetzelfde concert klonk ook de Symphony in E-flat van Anton Eberl, en die kreeg betere kritieken dan de mijne.

Muziek voor het afscheid

Mijn treurmars is later gespeeld bij herdenkingen van mensen die veel mensen raakten. Ze klonk bij de uitvaart van Mendelssohn in 1847, en ook bij de herdenking van Franklin D. Roosevelt in 1945 en van John F. Kennedy in 1963. In 1972 werd ze gespeeld voor de elf Israëlische atleten die tijdens de Olympische Spelen om het leven kwamen. Het is stemmig om te weten dat iets wat ik voor een held schreef, zoveel mensen heeft geholpen om verdriet een plek te geven.

Een stap naar een nieuwe tijd

Veel mensen zien deze symfonie als de overgang van de Klassieke periode naar de Romantiek. In 2016 vroeg BBC Music Magazine aan 151 dirigenten welke symfonie de beste is, en zij kozen deze. Dat maakt me trots, ook al begon alles met een brief vol wanhoop in 1802. Als je de Eroica hoort, hoor je dus iemand die tegen zijn lot in toch doorgaat.
---
Zo heb je gezien hoe de Symphony No 3 "Eroica" is ontstaan, uit wanhoop, bewondering en teleurstelling. Ik ben benieuwd of je het een mooi verhaal vond om te lezen. Als je dit stuk nu opnieuw opzet, hoor je misschien meer dan eerst: de twee akkoorden waarmee ik begin, de treurmars, het scherzo en de variaties waarmee ik afsluit. Het mooie van een symfonie als deze is dat je er telkens iets nieuws in ontdekt. Over de Symphony No 3 "Eroica" valt namelijk nog veel meer te vertellen en te beluisteren. Denk aan de eerste uitvoering in het paleis van prins Lobkowitz, aan de gemengde reacties in 1805 of aan de manier waarop de treurmars later bij zoveel afscheidsmomenten is gespeeld. Klik daarom gerust op de links hieronder om verder te ontdekken wat deze symfonie nog meer te bieden heeft. Neem er de tijd voor, want dit werk is bijna twee keer zo lang als een gewone symfonie van Haydn of Mozart, en het wordt er alleen maar mooier op.