LUDWIG VAN BEETHOVEN

Ik ben Ludwig van Beethoven, geboren in Bonn en later in Wenen thuisgeraakt, een man die zijn gevoelens vaak makkelijker in noten kwijt kon dan in woorden. Ik sta op het punt het verhaal van mijn leven te vertellen, met alles wat erbij hoort: de vroege jaren, de stilte die langzaam over me heen kwam en de muziek die ik ondanks alles bleef schrijven. Ben jij benieuwd naar de man achter de muziek?
---
Een doopakte en een strenge vader
Ik ben gedoopt op 17 december 1770 in Bonn, en mijn echte geboortedag weet niemand zeker, dus ik neem het de wereld niet kwalijk dat ik er zelf ook maar een slag naar sla. Muziek zat bij ons in de familie: mijn vader Johann was tenor en muziekleraar, en mijn grootvader, ook een Ludwig van Beethoven, was Kapellmeister in Bonn. Mijn echte vormer werd de hoforganist Christian Gottlob Neefe, en in 1784 had ik al mijn eerste vaste baan als organist aan het hof, een leeftijd waarop andere kinderen nog moeite hebben om stil te zitten. In juli 1787 overleed mijn moeder, en dat verdriet heb ik nooit helemaal van me af kunnen schudden.Met de postkoets naar de grote stad
In november 1792 verhuisde ik voorgoed naar Wenen, want daar gebeurde alles wat in de muziek de moeite waard was. Op 12 december begon ik met lessen bij Joseph Haydn, en daarnaast leerde ik contrapunt van Johann Georg Albrechtsberger en Italiaanse zangcompositie van Antonio Salieri, dus aan leraren geen gebrek. Als pianist maakte ik daar snel naam, en ik schreef muziek die vol zat met vuur en contrast. De pianosonate die de uitgever in 1799 de 'Grande sonate pathétique' noemde, een titel die mij trouwens best beviel, hielp daar flink bij.Wenen en zijn edellieden
Wenen was een stad waar een componist kon leven van de steun van mensen met geld en liefde voor muziek. Prins Karl Alois Lichnowsky, prins Joseph Franz Lobkowitz, baron Gottfried van Swieten en aartshertog Rudolf hoorden bij mijn vaste beschermers. Ze lieten me schrijven, speelden mijn werk in hun salons en hielden het geduld vol als ik weer eens niet naar de maatstaven van het hof gedroeg. Toch wilde ik geen hofcomponist in de oude zin zijn, want ik vond dat muziek van de maker zelf moest komen en niet van de opdrachtgever.De hits, als je dat zo mag zeggen
De Moonlight Sonata voltooide ik in 1801, maar die naam heb ik nooit bedacht, want die kwam pas na mijn dood in gebruik, en ik vind het eerlijk gezegd een mooie naam voor die rustige, stille eerste klanken. De Appassionata is het tegenovergestelde, een sonate waarin het vuur nooit helemaal uitdooft, terwijl Für Elise een klein, vriendelijk stukje is dat tijdens mijn leven nooit is uitgegeven en pas in 1867 door Ludwig Nohl is gevonden en gepubliceerd, en wie die Elise was weet niemand zeker. In de Symphony No 5 begin ik met vier korte noten die als een klop op de deur klinken, in de Symphony No 6 neem ik je juist mee naar buiten, naar een rustig landschap, en met de Symphony No 9 sluit ik af met een koor dat Schillers 'Ode aan de Vreugde' zingt. Wie liever een enkele solist hoort, kan terecht bij het Violin Concerto in D Major, waarin de viool zingt alsof ze nooit ergens haast mee heeft.Het ergste wat een componist kan overkomen
Vanaf 1798 begon mijn gehoor achteruit te gaan, en dat was voor een musicus ongeveer wat een blinde schilder zou overkomen. In oktober 1802 schreef ik in Heiligenstadt een brief aan mijn broers over mijn wanhoop, een brief die ik nooit heb verstuurd en die we nu het Heiligenstadt Testament noemen. Helemaal doof ben ik nooit geworden, maar in 1818 had ik al gesprekschriften nodig, waarin mijn bezoekers hun vragen opschreven en ik hardop antwoordde. In 1810 vroeg ik ook nog Therese Malfatti ten huwelijk, en zij zei nee, dus het liefdesleven was bij mij evenmin een succesverhaal.Stilte, een neefje en een groot slotakkoord
Na de dood van mijn broer Kaspar Karl in 1815 raakte ik in een lange juridische strijd verwikkeld om de voogdij over mijn neef Karl, die ik in 1816 won en in 1820 in hoger beroep opnieuw bevestigd kreeg. Dat was voor ons allebei geen gemakkelijke tijd, en ik was zeker geen eenvoudige oom. Op 7 mei 1824 klonk in het Kärntnertortheater in Wenen de eerste uitvoering van mijn Negende, terwijl ik zelf bijna helemaal niets meer hoorde. Op 26 maart 1827 overleed ik in Wenen, 56 jaar oud, na maanden van ziekte.Wat er van me overbleef
Na mijn dood ging mijn muziek gewoon door, en dat is het mooiste dat een componist kan overkomen. Muziek hoefde na mij niet meer alleen mooi te zijn: ze mocht ook worstelen, boos zijn, twijfelen en uiteindelijk winnen. Veel componisten na mij hebben met die vrijheid gewerkt, en sommigen vonden mijn symfonieën zo imponerend dat ze er jaren over deden om zelf een te durven schrijven. Dat vind ik een compliment, al hoop ik dat ze er ook plezier aan beleefden.Een uitnodiging om te luisteren
Ik hoop dat je mijn muziek niet beluistert als een lesje geschiedenis, maar als een gesprek met iemand die precies weet hoe het voelt om iets te willen zeggen. Je hoeft niets te weten over vormen of regels, want een goede melodie bereikt je ook zonder uitleg. Als mijn muziek je op een slechte dag wat moed geeft, of op een goede dag nog wat vreugde, dan heb ik gekregen wat ik wilde. Zet dus maar iets op, en begin gerust met de Moonlight Sonata, die doet je niets.---
Heb je er plezier in gehad om meer over mijn leven te lezen? Op deze site vind je een aantal van mijn werken: de Appassionata, Für Elise, de Moonlight Sonata, de Symphony No 5, de Symphony No 6, de Symphony No 9 en het Violin Concerto in D Major. Klik gerust op de links hieronder en luister zelf hoe ze klinken.
Appassionata
Piano Sonata No. 23 in F minor, Op. 57 ("Appassionata")
Für Elise
Bagatelle No. 25 in A minor, WoO 59 ("Für Elise")
Moonlight Sonata
Piano Sonata No. 14 in C-sharp minor, Op. 27 No. 2 ("Moonlight")
Symphony No 5
Symphony No. 5 in C minor, Op. 67
Symphony No 6
Symphony No. 6 in F major, Op. 68 ("Pastoral")
Symphony No 9
Symphony No. 9 in D minor, Op. 125 ("Choral")
Violin Concerto in D Major
Violin Concerto in D major, Op. 61
