Rondjes draaien met Chopins Waltz in D-flat major, Op. 64 No. 1 "Minute Waltz"
De achtergrond

Waltz in D-flat major, Op. 64 No. 1

Chopin vertelt de achtergrond van zijn Waltz in D-flat major, Op. 64 No. 1 "Minute Waltz"
Ik ben Fryderyk Chopin, en dit is het verhaal achter mijn Waltz in D-flat major, Op. 64 No. 1 "Minute Waltz". Je hoort hier hoe ik in 1847 een bijna onbezorgde wals schreef terwijl mijn leven er veel zwaarder uitzag, en juist daardoor krijgt die lichtheid iets bijzonders. Herkennen leer je hier ook van mijn collega-componisten en mij, dus ga gerust aan de slag met  een rondje in de Trainer .
---

Drie walsen in één bundel

Dit stuk staat niet alleen, want ik schreef het als eerste van drie walsen die samen Op. 64 vormen. Ik werkte aan die bundel in 1846 en 1847, en in 1847 kwam hij ook uit. Elke wals in die reeks heeft een eigen karakter, alsof ik drie verschillende mensen op een feestje wilde laten zien. Deze eerste is de vluchtigste van de drie, en juist daardoor kent bijna iedereen hem.

Een moeilijk jaar

Als ik dit stuk schreef, dan was dat in een periode waarin het in mijn leven niet bepaald vrolijk was. Mijn gezondheid ging al sinds 1842 langzaam achteruit, en ik schreef daardoor elk jaar minder. In 1847 eindigde ook mijn relatie met George Sand, na een boze briefwisseling. Het is bijzonder dat juist in zo'n tijd een wals ontstaat die zo licht en speels klinkt.

Een cadeau voor een gravin

Ik droeg deze wals op aan gravin Delfina Potocka. De andere twee walsen uit de bundel kregen een andere eigenaar: de tweede ging naar Charlotte de Rothschild en de derde naar gravin Katarzyna Branicka. Zo kreeg elke wals een eigen naam bij zich, een beetje zoals je cadeaus niet allemaal aan dezelfde vriend geeft. Voor mij was zo'n opdracht een manier om dank te zeggen aan mensen die mij na aan het hart lagen.

Een naam die ik niet zelf bedacht

Ik moet eerlijk zijn: de bijnaam "Minute" komt niet van mij. Mijn uitgever gaf het stuk die naam, en hij bedoelde er een miniatuur mee. Of ik zelf ooit over een hondje sprak, kan niemand met zekerheid zeggen, want dat verhaal is nooit door mij vastgelegd. Zo kreeg mijn wals twee bijnamen die ik allebei niet met een handtekening kan bevestigen.

De rekensom

Wie het stuk in precies één minuut wil spelen, moet ongeveer 420 kwartnoten per minuut halen. Dat is zo snel dat de vingers elkaar bijna in de weg gaan zitten. Daarom klinkt het bij een gewone uitvoering veel mooier, omdat de melodie dan de ruimte krijgt om te zingen. Ik heb liever een pianist die de noten laat glinsteren dan een pianist die de seconden telt.

Twee uitgevers, één jaar

In 1847 verscheen de wals bij Breitkopf & Härtel in Leipzig. In datzelfde jaar gaf Brandus et Cie in Parijs de bundel ook uit. Welke van de twee het eerst klaar was, weet ik niet meer met zekerheid te zeggen, en de bronnen zijn er evenmin duidelijk over. Het is in elk geval fijn dat mijn muziek in twee steden tegelijk op de lessenaar kon komen.

Een buurman in mineur

Mijn wals staat in Des-groot, een toonsoort met een warme, ronde klank. De wals die erna komt in de bundel staat in cis-klein, en dat is dezelfde toon in een donkerder jasje. Wie de twee achter elkaar speelt, hoort hoe snel een zonnige kamer in een schemerige kan veranderen. Zo'n tegenstelling vond ik altijd prettig, omdat ze elk stuk iets meer betekenis geeft.

Wie speelde het eerst?

Misschien vraag je je af wie mijn wals voor het eerst voor publiek speelde. Daar kan ik je geen antwoord op geven, want een datum, een zaal of een pianist heb ik nergens teruggevonden. Het stuk lijkt vooral van piano naar piano te zijn gegaan, in salons en woonkamers. Dat past eigenlijk bij een wals, want die is gemaakt om te klinken terwijl mensen gewoon bij elkaar zijn.

Van radio tot zangeres

De opname van Arthur Rubinstein, in een vlot tempo, is sinds het begin het herkenningsmelodietje van het BBC Radio 4-programma Just a Minute. In 1966 zong Barbra Streisand er woorden bij op haar album Color Me Barbra, en dat bereikte nummer 23 in de Easy Listening-lijst van Billboard. James Booker maakte in 1976 een instrumentale versie op Junco Partner, met een heel eigen swing. Het doet me plezier dat een wals van anderhalve minuut zoveel verschillende muzikanten aan het spelen heeft gezet.

Wat er na mij gebeurde

Later vonden componisten dat de wals nog een tweede leven verdiende, en Godowsky, Reger en Hamelin schreven er paraphrases op. Ze namen mijn melodie en bouwden er nieuwe versieringen en wendingen omheen. Zelf kreeg ik daar weinig tijd voor, want ik overleed op 17 oktober 1849, op mijn negenendertigste. Ik vind het mooi dat zo'n kort stuk dat ik in een zwaar jaar schreef nog steeds zo vrolijk door anderen wordt gespeeld.
---
Zo, dat was het verhaal achter mijn Waltz in D-flat major, Op. 64 No. 1 "Minute Waltz". Ik hoop dat je het met plezier hebt gelezen, en dat je nu een wat andere indruk hebt van dit korte stuk. Vond je het leuk om de achtergrond van de Waltz in D-flat major, Op. 64 No. 1 "Minute Waltz" te leren kennen? Het is een wals die vrolijk en onbezorgd klinkt, maar ik schreef hem in een tijd waarin mijn leven allesbehalve licht was. Misschien luister je er daarom de volgende keer net iets anders naar, en hoor je achter al dat gedraai ook de rustige, zingende melodie in het midden. Er valt nog veel meer te ontdekken over deze Waltz in D-flat major, Op. 64 No. 1 "Minute Waltz". Denk aan de twee andere walsen uit de bundel, aan de mensen aan wie ik ze opdroeg, en aan de manier waarop andere musici dit stuk later op hun eigen wijze hebben gespeeld en bewerkt. Klik gerust op de links hieronder om verder te ontdekken wat er nog meer in deze wals te vinden is. Neem er de tijd voor, want een stuk dat zo kort duurt, heeft vaak meer te vertellen dan je op het eerste gehoor zou denken.