Stilte voor de storm in Mascagni's Cavalleria rusticana Intermezzo
De achtergrond

Intermezzo from Cavalleria rusticana

Mascagni vertelt de achtergrond van zijn Cavalleria rusticana Intermezzo
Leuk dat je er bent, ik ben Pietro Mascagni en ik vertel je hier de voorgeschiedenis van mijn Cavalleria rusticana Intermezzo. Je ontdekt hoe een prijsvraag uit Milaan mij vanuit een armzalig bestaan in Zuid-Italië in één klap naar een triomf in Rome bracht. Wil je onze muziek voortaan meteen herkennen wanneer je haar ergens hoort,  oefen dan met onze Trainer , waar ik samen met mijn collega-componisten voor je klaarsta.
---

Muziekles voor een appel en een ei

Eind 1888 zat ik behoorlijk aan de grond in Cerignola, een stadje in het zuidelijke Apulië. Na jarenlang rondtrekken met operettegezelschappen probeerde ik daar het hoofd boven water te houden als gemeentelijk muziekleraar en dirigent van de plaatselijke harmonie. Mijn portemonnee was destijds zo leeg dat zelfs de kerkmuizen medelijden met mij kregen. Toch bleef ik dromen van een echte doorbraak in het operatheater, hoe ver weg die wereld vanuit het zuiden ook leek.

Mijn reddingsboei uit Milaan

Gelukkig schreef de Milanese muziekuitgever Edoardo Sonzogno in datzelfde jaar een wedstrijd uit voor jonge Italiaanse componisten die nog nooit een opera op de planken hadden gebracht. De opdracht was om een nieuwe opera in één bedrijf in te sturen, en dat leek mij de uitgelezen kans om eindelijk uit de vergetelheid te raken. Voor het verhaal koos ik het korte verhaal en toneelstuk Cavalleria rusticana van Giovanni Verga. Mijn vrienden Giovanni Targioni-Tozzetti en Guido Menasci schreven er een prachtig Italiaans libretto bij, waarna ik begin 1889 koortsachtig de laatste noten op papier zette.

De geheime postbode in huis

Na al dat zwoegen sloeg bij mij op het laatste moment de twijfel natuurlijk weer eens genadeloos toe. Het verhaal gaat dat ik het vertrouwen in mijn eigen werk volledig verloor en de partituur moedeloos aan de kant gooide. Volgens diezelfde overlevering heeft mijn vrouw Lina het pakket toen stiekem ingepakt en vlak voor de sluitingsdatum op de post gedaan. Of het nu precies zo gegaan is of niet, zonder die inzending had ik waarschijnlijk nog jarenlang valse fluiten moeten stemmen in Cerignola.

Een prijs uit drieënzeventig enveloppen

Er kwamen uiteindelijk maar liefst drieënzeventig inzendingen binnen bij de jury van Edoardo Sonzogno. Tot mijn grote vreugde koos men mijn opera uit die enorme stapel papier als de grote winnaar van de eerste prijs. Sonzogno gaf de partituur in 1890 direct uit in Milaan, nog zonder dat ik er een opusnummer aan had gehangen. Ik heb mijn opera's namelijk nooit standaard catalogusnummers gegeven, want een goede titel onthoudt nu eenmaal een stuk makkelijker dan een droog getal.

Spierpijn van het buigen in Rome

Op 17 mei 1890 ging het stuk in première in het Teatro Costanzi in Rome, waar Leopoldo Mugnone op de bok stond om het orkest te leiden. Het publiek was zo enthousiast dat het Intermezzo uit Cavalleria rusticana ter plekke nog een keer gespeeld moest worden. Aan het einde van de avond moest ik maar liefst veertig keer het podium op voor een buiging, al beweren sommige verhalen zelfs dat het er zestig waren. Met die ene avond gaven we meteen het startschot voor het verismo, een nieuwe stroming in de Italiaanse opera waarin het rauwe, echte leven centraal staat.

Geen maffia, wel messen

Door dat rauwe randje denken mensen tegenwoordig weleens dat mijn opera over de Siciliaanse maffia gaat, maar daar klopt helemaal niets van. Het draait namelijk gewoon om negentiende-eeuwse Siciliaanse dorpelingen die verstrikt raken in een huiselijk drama vol liefde en verraad. Aan het einde loopt dat zo hoog op dat het uitmondt in een dodelijk gevecht met messen. Voor dat noodlot toeslaat en terwijl het hele dorp voor Pasen in de kerk zit, geef ik de luisteraar met dit instrumentale tussenspel nog één keer rust.

Een blokje om in achtenveertig maten

In mijn oorspronkelijke partituur en in latere orkestuitgaven heb ik dit rustpunt trouwens ook wel Intermezzo sinfonico genoemd. Het stuk staat in F-groot en heeft een driekwartsmaat die heel rustig en gedragen voorbijtrekt, precies zoals ik met de aanduiding Andante sostenuto heb voorgeschreven. In totaal heb ik maar achtenveertig maten nodig om die kalmte over het voetlicht te brengen. Het is een beetje alsof je tijdens een verhitte familieruzie even in je eentje een blokje om loopt in de avondlucht.

Van dorpsplein naar zangstem

Die eenvoudige melodie bleek zo aanstekelijk dat het stuk al snel een eigen leven ging leiden buiten het operatheater. Later heeft men er zelfs een versie voor solostem van gemaakt met gewijde Latijnse of Italiaanse teksten, waarvan Piero Mazzoni de Italiaanse woorden leverde. Onder de naam Ave Maria is mijn orkestrale rustmoment daardoor ook een geliefd lied geworden voor zangers. Zo zie je maar dat een melodie die ik voor een verlaten dorpsplein schreef, net zo makkelijk een plekje in de kerkbanken vindt.

Bokshandschoenen en filmcamera's

Ongeveer een eeuw na mijn tijd in Cerignola ontdekten ook grote Amerikaanse filmregisseurs de kracht van mijn achtenveertig maten. Martin Scorsese gebruikte het in 1980 voor zowel de openingstitels als de slotscène van zijn boksfilm Raging Bull. Tien jaar later, in 1990, liet Francis Ford Coppola de muziek klinken tijdens de ontknoping van The Godfather Part III. Het blijft een grappig idee dat mijn kalme strijkers nu voor altijd verbonden zijn met zwaaiende vuisten en filmische afrekeningen.

Middenin is ook een mooie plek

Juist doordat regisseurs en orkesten het zo graag aan het begin of het einde van een programma zetten, ontstaat er weleens een hardnekkig misverstand. Veel mensen denken namelijk dat mijn Cavalleria rusticana Intermezzo een ouverture of een grote afsluiter is. In werkelijkheid klinkt het pas op tweederde van mijn eenakter, precies op het scharnierpunt tussen het kerkbezoek en de fatale confrontatie. Het bewijst maar weer dat het mooiste moment van een avond soms gewoon ergens halverwege verstopt zit.
---
Vond je het mooi om te lezen hoe mijn Cavalleria rusticana Intermezzo destijds tot stand is gekomen? Achter die 48 maten schuilt in elk geval een wereld die laat zien hoe snel een componistenleven kan omslaan. Er valt trouwens nog veel meer te ontdekken over Cavalleria rusticana Intermezzo en de manier waarop mijn muziek in elkaar zit. Klik gerust op de links hieronder als je zin hebt om nog wat verder in Cavalleria rusticana Intermezzo te duiken.