REQUIEM VAN MOZART
DE ACHTERGROND
Requiem in D minor, K. 626

Ik ben Mozart, en ik ga je vertellen hoe mijn Requiem is ontstaan. Het is een werk waar ik zelf nog vaak aan terugdenk, omdat het zo dicht bij het einde van mijn leven ligt. Ben je benieuwd naar het verhaal achter dit Requiem? Ik loop de hele geschiedenis met je door, stap voor stap en op mijn gemak. En als ik klaar ben met vertellen, geef ik je een aantal manieren om het Requiem zelf verder te ontdekken.
---
Een bezoeker zonder naam
In de zomer van 1791 stond er een bode voor mijn deur met een opdracht, maar zonder te zeggen van wie die kwam. Het ging om een requiem, een mis voor de doden, dus muziek om afscheid te nemen van iemand. Achteraf weet iedereen dat graaf Franz Walsegg von Stuppach erachter zat en dat het werk bedoeld was voor zijn vrouw, die in februari van dat jaar was overleden. Een anonieme opdrachtgever en een stuk over de dood: het had zo een toneelstuk kunnen zijn.Een graaf met geleende veren
Walsegg was een amateurmusicus die graag werk bij componisten bestelde en het daarna als zijn eigen werk liet doorgaan. Dat is ongeveer alsof je een taart bij de bakker koopt en tegen je verjaardagsgasten zegt dat je urenlang in de keuken hebt gestaan. In Wenen kwamen er mensen bij mij langs die niet wilden zeggen wie hun opdrachtgever was. Wie de bode precies was, weet niemand zeker, al wordt meestal gedacht aan Franz Anton Leitgeb.Zes weken, één partituur
Ik ging er ongeveer vanaf 8 oktober 1791 mee aan de slag, tot ik op 20 november mijn bed niet meer uit kon. Mijn partituur had twaalf notenbalken onder elkaar, en daarop schreef ik in een groot deel van het werk eerst het koor en de baslijnen uit. Voor de rest zette ik een becijferde bas en schetsen neer, kleine aanwijzingen voor de ingewikkelde stukken die ik later wilde uitwerken. Dat later heeft helaas nooit meer plaatsgevonden.Schreef ik dit voor mezelf?
Er is een bekend verhaal dat ik dit requiem schreef in de overtuiging dat het voor mijn eigen begrafenis was. Dat idee komt uit verhalen van Constanze en van schrijvers die later over mij schreven, dus echt bewezen is het niet. Ik laat het dan ook liever een mooi gerucht blijven dan een vaststaand feit. Wel is zeker dat de muziek een ernst heeft die je niet vergeet, wat de reden daarvoor ook was.Acht maten en dan stilte
Op 5 december 1791 stierf ik in Wenen, en het Requiem bleef onaf achter. Mijn pen stopte acht maten ver in het Lacrimosa, het deel waarin het gaat om tranen. Het is een van de meest aangrijpende plekken uit de muziekgeschiedenis, omdat je hoort waar het ophoudt. In de jaren zestig is er nog een schets voor een Amen-fuga gevonden, maar of die na het Lacrimosa hoort, blijft onder kenners een open vraag.Constanze zoekt een oplossing
Mijn weduwe Constanze wilde dat het werk werd afgemaakt, want alleen dan kon ze het honorarium van de opdracht ontvangen. Op 21 december 1791 kreeg Joseph Leopold Eybler de partituur in handen en begon aan de orkestratie, maar hij gaf het uiteindelijk op. Toen kwam Franz Xaver Süssmayr aan de beurt, mijn leerling, die van 1766 tot 1803 leefde. Hij kende mijn manier van werken goed genoeg om het karwei af te maken.Een menu in acht gangen
Een requiem bestaat uit delen: zelfstandige stukken binnen het grote geheel, zoals de gangen van een diner, die elk anders smaken en samen één maaltijd vormen. Het begint met het Introitus en het Kyrie, daarna volgt de lange Sequenz, die weer uit zes stukjes bestaat: Dies irae, Tuba mirum, Rex tremendae, Recordare, Confutatis en Lacrimosa. Dan komt het Offertorium met twee onderdelen, Domine Jesu en Hostias. Daarna volgen het Sanctus, het Benedictus en het Agnus Dei, en als laatste sluit het Communio het geheel af.Een gerucht dat niet doodgaat
Er wordt nog altijd verteld dat Salieri mij vergiftigd zou hebben, of dat hij mij als een gemaskerde figuur in het grijs de stuipen op het lijf joeg. Daar is geen enkel bewijs voor, en het is ook niet waar. Het verhaal is groot geworden door een toneelstuk van Pushkin, een opera van Rimsky-Korsakov en in 1979 door Peter Shaffers Amadeus. Een goed verhaal reist nu eenmaal sneller dan de waarheid.Eerst stukjes, toen het geheel
Delen van het Requiem klonken al op 10 december 1791 in Wenen, bij een herdenkingsdienst voor mij. De eerste complete uitvoering was op 2 januari 1793 in de Jahn-Saal in Wenen, een benefietconcert voor Constanze. Walsegg hield zijn eigen herdenking op 14 december 1793 in Wiener Neustadt. Het idee dat niemand het werk gehoord had na mijn dood klopt dus niet: het werd al vrij snel gespeeld.Van wie is wat?
Süssmayr zei dat hij het Sanctus, het Benedictus en het Agnus Dei helemaal zelf had geschreven, maar kenners twisten over hoeveel daar echt van hem is. Misschien volgde hij ook aanwijzingen van mij, en dat zullen we nooit helemaal weten. In 1796 klonk het werk al in Leipzig, en tegenwoordig duurt een uitvoering ongeveer vijftig minuten. Het is dus een stuk van mij, maar met de handschriften van meerdere mensen erin.---
Zo ziet het verhaal achter mijn Requiem eruit, en ik moet bekennen dat ik het zelf nooit helemaal heb kunnen afmaken. Ik stopte na acht maten van het Lacrimosa, en wat daarna kwam, is door andere handen geschreven. Toch vind ik het mooi dat het werk niet bij mij is blijven liggen. Mijn vrouw Constanze, mijn leerling Franz Xaver Süssmayr en nog een aantal anderen hebben ervoor gezorgd dat het Requiem klonk, ook toen ik er zelf niet meer bij was. Zo is het een stuk geworden dat van veel mensen tegelijk is, en dat past op een vreemde manier bij een muziek die over afscheid gaat. Heb je genoten van het verhaal achter dit Requiem? Ik hoop dat je nu iets anders hoort wanneer die donkere klanken van de bassethoorns en fagotten beginnen. Er is nog veel meer te ontdekken aan dit werk, zoals de manier waarop de delen op elkaar volgen en de vragen waar kenners nog steeds over discussiëren. Wil je verder luisteren en lezen, klik dan gerust op de links hieronder. Neem er de tijd voor, want een uitvoering duurt ongeveer vijftig minuten en dat is precies lang genoeg om er even helemaal in te verdwijnen.
