RONDO ALLA TURCA VAN MOZART
DE ACHTERGROND

Piano Sonata No. 11 in A major, K. 331: III. Rondo alla turca

Mozart vertelt de achtergrond van zijn Rondo Alla Turca
Ik ben Mozart, en ik ga je vertellen hoe mijn Rondo alla Turca is ontstaan. Sommige melodieën hoor je zo vaak dat je bijna vergeet dat ze ooit ergens vandaan zijn gekomen. Ben je nieuwsgierig naar het verhaal achter het Rondo alla Turca? Ik ben hier om je er rustig doorheen te leiden, stap voor stap en zonder haast. Als ik het verhaal heb verteld, geef ik je een paar manieren om het Rondo alla Turca zelf verder te verkennen.
---

Een finale die zich voordoet als solist

Veel mensen kennen mijn Turkse mars, maar weten niet dat hij niet alleen op de wereld is gekomen. Hij is het slotdeel van mijn Pianosonate nr. 11 in A-majeur, en ik schreef erboven: Alla turca, Allegretto. Pianisten spelen hem vaak los, en dan heet hij gewoon de Turkse mars. Toch is het de laatste bladzijde van een groter verhaal, en dat vertel ik je graag helemaal.

Wenen, ergens rond 1783

Ik schreef die sonate rond 1783, en preciezer is het niet te zeggen. Waarom ik hem schreef en of ik hem ooit in het openbaar heb gespeeld, staat nergens opgetekend, dus daar kan niemand je iets zekers over vertellen. Wat we wel weten, is dat uitgever Artaria hem begin 1784 in Wenen uitbracht. Vanaf dat moment kon iedereen met een piano en een beetje geduld zelf achter de toetsen gaan zitten.

Een doos met drie bonbons

Artaria verkocht mijn sonate niet alleen, maar samen met twee andere sonates. Een daarvan stond in C-majeur en de andere in F-majeur, dus het was een soort doos met drie verschillende bonbons. In de mijne zat het stuk dat later zo beroemd zou worden. Dat kon ik in 1784 natuurlijk nog niet weten.

Eerst drie delen, dan pas de mars

Wie alleen de mars kent, heeft het grootste deel van de sonate nog niet gehoord. Ik begin met een Andante grazioso, een zacht thema met variaties, en daarna volgt een Menuetto met een Trio. Alle drie de delen blijven in A-majeur of a-mineur, zodat de sonate als één geheel aanvoelt. Een uitvoering van het hele werk duurt ongeveer twintig minuten, en de mars is daar maar een klein gedeelte van.

Op z'n Turks

Alla turca betekent zoiets als op de manier van de Turken. Ik probeerde de klank na te maken van een janitsarenkapel, met steeds terugkerende zware slagen van trommen, bekkens, trompetten en belletjes. Janitsaren waren elitesoldaten die al van kinds af aan werden opgeleid, en hun kapel was de oudste soort militaire marskapel. Op een piano kan ik geen echte bekkens laten klinken, dus ik liet de linkerhand het stampwerk doen.

Het verleden van een stad

Voor een Wener uit mijn tijd was die Turkse muziek niet zomaar een leuk geluid. In 1683 was Wenen bijna in handen van de Ottomanen gevallen, en in 1685 versloeg Oostenrijk hen bij Buda. Je kunt je voorstellen dat zo'n geschiedenis blijft hangen in het geheugen van een stad. Of dat de reden was dat ik de mars schreef, weet niemand, want dat heb ik zelf nergens opgeschreven.

Ik kwam er graag op terug

Het Turkse geluid was voor mij geen eenmalige gril. Zo'n twee jaar voor deze sonate had ik al mijn opera Die Entführung aus dem Serail op het toneel gebracht, ook in die stijl. De Turkse stijl dook ook op in twee andere werken van mij. Het was dus een kleurtje dat ik graag in mijn doos met verf bewaarde.

Een rondo met een eigen wil

Een rondo is een stuk waarin het refrein telkens terugkeert, als een bekende die het huis niet kan laten. Bij mij loopt de volgorde wat onregelmatig: A, B, C, B, A, B, en daarna sluit een coda het geheel af. Zo blijft de luisteraar steeds net op het goede moment verrast. Mijn rechterhand schreef ik trouwens in de sopraansleutel, en ook dat staat zwart op wit in de bladmuziek.

Het handschrift raakte zoek

Mijn eigen manuscript van deze sonate raakte voor een groot deel kwijt, dus de eerste uitgave van Artaria bleef lang de belangrijkste bron. Pas in 2014 vond Balázs Mikusi in de Nationale Széchényi-bibliotheek in Boedapest een dubbel blad van mijn handschrift. Het gaat om vier pagina's met het grootste deel van het eerste deel, vanaf de derde variatie. Daarbij zit ook het hele Menuetto en de eerste tien maten van het Trio.

Wat er nog ontbreekt

Uit die vondst blijkt dat mijn handschrift oorspronkelijk negen pagina's telde. De eerste twee pagina's en pagina 7 en 8 zijn nog altijd zoek. Het papier heeft hetzelfde watermerk, Tyson nr. 67, als een fragment dat in Salzburg bewaard wordt. De vondst leidde tot verbeteringen in de Urtext-uitgave van Henle, die in juni 2015 verscheen.
---
Zo, nu weet je waar mijn Turkse mars vandaan komt: uit een sonate, uit het Wenen van rond 1783 en uit mijn eigen, verwesterde kijk op een janitsarenkapel. Ik vind het nog steeds mooi dat zo'n vrolijk voortmarcherend stukje al zo lang zijn weg vindt naar mensen die er verder niets over weten. Heb je genoten van het verhaal achter het Rondo alla Turca? Er valt nog veel meer te ontdekken, bijvoorbeeld in de andere delen van de sonate of in het handschrift waarvan in 2014 een dubbelblad opdook in Boedapest. Klik daarom gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te lezen. Wie weet hoor je mijn mars daarna met net iets andere oren.