Slapeloos in Peking bij Nessun dorma van Puccini
De achtergrond

Nessun dorma, from Turandot, SC 91

Puccini vertelt de achtergrond van zijn Nessun dorma
Ik ben Giacomo Puccini, en dit is het verhaal achter Nessun dorma. Je hoort hoe deze aria ontstond in een opera die ik in 1924 onvoltooid moest achterlaten, en hoe dit lied daarna toch de wereld rondging. Wie onze muziek wil leren herkennen zodra ze klinkt, kan op deze site bij mij en mijn vakgenoten terecht, dus  ga naar de Trainer  en probeer het zelf.
---

Een prinses met een verleden

Mijn Turandot komt niet helemaal uit mijn eigen koker, want Carlo Gozzi schreef er in 1762 al een toneelstuk over. Hij had daarvoor weer geput uit een verhaal van François Pétis de la Croix. Mijn eigen aanleiding was de bewerking die Schiller in 1801 maakte. Die prinses had dus al een lange reis achter de rug voordat ze bij mij in de opera belandde.

Eerst de noten, dan de woorden

In maart 1920 begon ik aan het werk, en in januari 1921 schreef ik al muziek, terwijl het libretto nog niet af was. Dat libretto kwam van Giuseppe Adami en Renato Simoni, die ik geregeld om nieuwe regels moest vragen. Het is een beetje alsof je al aan het schilderen bent terwijl de lijst nog bij de timmerman ligt. Toch heeft die manier van werken me nooit gehinderd, want de muziek wist vaak eerder dan de tekst wat er moest gebeuren.

Laat niemand slapen

De titel Nessun dorma betekent in het Italiaans 'laat niemand slapen'. Het zijn de woorden van het bevel dat prinses Turandot in de opera uitvaardigt. Calaf maakt er in de aria een eigen lied van, en zijn toon is dan ook niet angstig maar bijna tevreden. Hij weet namelijk dat hij als enige de naam kent die iedereen zoekt, en dat geeft een bijzonder rustige zelfverzekerdheid.

Bijna bij het einde

In maart 1924 had ik de partituur af tot aan het slotduet. Dat duet moest twee mensen die elkaar tot dan toe nauwelijks mochten zien, geloofwaardig bij elkaar brengen. Ik bleef er lang over nadenken, want een goede liefdesscène laat zich niet haasten. Het is een van de dingen die ik niet meer heb kunnen oplossen.

Een opera zonder laatste bladzijden

In oktober 1924 kreeg ik te horen dat ik keelkanker had. Op 29 november 1924 overleed ik, en Turandot bleef onaf achter. Dat is voor een componist een pijnlijk vooruitzicht, maar de schetsen voor het slot lagen er gelukkig nog. Zo kreeg het werk toch een kans om uiteindelijk helemaal klaar te komen.

Een première die halverwege stopte

Op 25 april 1926 ging Turandot in première in het Teatro alla Scala in Milaan, onder leiding van Arturo Toscanini. Rosa Raisa zong Turandot en Miguel Fleta zong Calaf, dus de rol van onze aria zat bij een tenor die er alle ruimte voor kreeg. Het verhaal gaat dat Toscanini de muziek op de plek stopte waar ik was overleden. Wat hij precies zei, vertellen de bronnen op verschillende manieren, dus daar blijf ik voorzichtig mee.

Een afsluiter van een ander

Het slot is uiteindelijk geschreven door Franco Alfano, die mijn schetsen als uitgangspunt nam. In zijn einde komt het thema van Nessun dorma terug in een groots, zegevierend slot. Of ik dat zelf ook zo had bedoeld, weet niemand zeker, want dat is een aanname die we niet kunnen bewijzen. Het publiek vindt het in elk geval een prettig weerzien met een melodie die het dan al goed kent.

De lange noot die ik niet heb opgeschreven

Bij het slot 'Vincerò!' houden tenoren de hoge noot vaak zo lang vast dat het publiek bijna vergeet adem te halen. In mijn partituur staat die B echter als een heel kort zestiende noot, gevolgd door een lange A die een hele noot duurt. Ik schrijf nergens voor dat een van beide extra lang moet worden aangehouden. Die traditie hebben zangers er zelf bij bedacht, en het publiek lijkt er geen bezwaar tegen te hebben.

Van opera naar voetbalstadion

Ik schreef de aria in de jaren twintig voor een opera, en dus zeker niet voor een wereldkampioenschap voetbal. Toch werd de opname die Pavarotti in 1972 maakte het themalied van de BBC bij hun uitzendingen van het WK van 1990 in Italië. In Groot-Brittannië bereikte die opname de tweede plaats in de hitlijst, wat ik van een aria uit een opera niet had verwacht. Calaf zelf zong Pavarotti overigens maar twee keer op het toneel: in 1977 in San Francisco en zo'n twintig jaar later in de Met.

Een aria die overal opduikt

Pavarotti zong de aria ook bij het eerste concert van de Drie Tenoren in Rome, op de avond voor de WK-finale van 1990, en de Drie Tenoren deden dat later nog bij de finales van 1994, 1998 en 2002. Je hoort de muziek ook in films, zoals The Killing Fields uit 1984 en Bend It Like Beckham uit 2002. In 2006 zong Pavarotti hem bij de opening van de Olympische Winterspelen, al kwam later naar buiten dat hij vanwege de kou playback had gezongen. Het is een lange reis voor drie of vier minuten muziek, en ik ben blij dat Calaf nog steeds wakker houdt.
---
Zo, dat was het verhaal achter Nessun dorma, van een oud toneelstuk uit 1762 tot een opera die ik zelf niet heb mogen afmaken. Toen ik in november 1924 overleed, was de partituur klaar tot aan het slotduet, en Franco Alfano heeft het werk daarna voltooid. Het is toch bijzonder dat een aria uit een onvoltooide opera zo'n lange reis heeft gemaakt, tot in stadions en voetbalfeesten aan toe. Heb je met plezier gelezen hoe Nessun dorma is ontstaan? Ik hoop het, want er valt nog veel meer over deze aria te ontdekken. Denk aan de manier waarop de slotnoot in de praktijk wordt aangehouden, terwijl ik dat zelf nergens heb voorgeschreven. Of aan de vele plekken waar je de aria later hoort, van films tot grote sportevenementen. Klik gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te ontdekken. Misschien hoor je Calafs 'Vincerò!' daarna met net iets andere oren.