Een prinsesje herdenken bij Ravels Pavane pour une infante défunte
De achtergrond

Pavane pour une infante défunte, M. 19

Ravel vertelt de achtergrond van zijn Pavane pour une infante défunte
Ik ben Maurice Ravel, en dit is het verhaal achter mijn Pavane pour une infante défunte. Je hoort hoe ik als jongeman van vierentwintig in 1899 een pianostuk schreef dat eerst nauwelijks opviel, maar later een van mijn geliefdste werken werd. Op deze site leren mijn vakgenoten en ik je bovendien onze stukken herkennen zodra ze klinken, en met  de Trainer  kun je dat meteen proberen.
---

Een leerling die met lege handen thuiskwam

Toen ik de Pavane schreef, zat ik sinds 1897 weer op het Conservatoire van Parijs, waar Gabriel Fauré mijn leraar compositie was. Prijzen won ik daar niet, en in 1900 stuurde de school me weg. Fauré's lessen bleef ik nog tot 1903 volgen, als toehoorder die officieel nergens meer bij hoorde. Dat is een beetje als blijven komen eten bij een restaurant dat je de deur heeft gewezen, maar de leraar vond het gelukkig prima.

Mijn vrienden de Hooligans

Rond 1900 kwam ik terecht in een los groepje dichters, schilders, critici en musici dat zichzelf de Apaches noemde. Ricardo Viñes, een pianist, had die naam bedacht, en hij betekent ongeveer 'de Hooligans'. We praatten urenlang over nieuwe kunst en lieten elkaar horen waar we mee bezig waren. Zo'n kring was voor een jonge componist zonder prijzen precies de plek waar je het meest leerde.

Een stuk voor een mecenas

Ik droeg de pianoversie op aan de Princesse de Polignac, Winnaretta Singer, die mijn beschermvrouwe was. Sommige bronnen zeggen dat zij het stuk ook bestelde, maar anderen spreken alleen van een opdracht, dus zeker weten doen we het niet. Wat vaststaat is dat ik haar het werk heb aangeboden en dat zij het in haar salon een goede plek kon geven. Een steunende vriendin met een mooie zaal is voor een componist van vierentwintig geen kleinigheid.

Een titel die vooral lekker klinkt

Veel mensen denken dat de Pavane een rouwklacht is om een gestorven kind. Dat is ze niet: ik bedoelde een pavane zoals een kleine prinses die aan het Spaanse hof had kunnen dansen. Tegen Manoah Leide-Tedesco zei ik eerlijk dat ik de klank van de woorden gewoon mooi vond. In 1925 voegde ik eraan toe dat het me alleen om het plezier van de alliteratie te doen was.

Het meisje op het schilderij

Sommige onderzoekers denken bij mijn infante aan de Infanta Margarita uit Las Meninas van Velázquez. Ik heb nooit een schilderij genoemd, dus het blijft gissen. Het is wel een mooie gedachte: een klein meisje in een stijf kleed, omringd door hovelingen, en daarbij een langzame, plechtige muziek. Of je dat beeld erbij neemt, mag je helemaal zelf weten.

Eerst bijna niemand die luisterde

De pianoversie verscheen bij Eugène Demets in Parijs, in 1899 volgens de ene bron en in 1900 volgens de andere. Op 5 april 1902 speelde Ricardo Viñes het stuk voor het eerst, op een concert van de Société nationale de musique. Veel aandacht trok het toen niet. Ik had er destijds geen idee van dat dit rustige stukje ooit mijn bekendste zou worden.

Kort, langzaam en toch af

Boven de noten staat gewoon 'Lent', langzaam dus, zonder omhaal. In de pianoversie telt het stuk maar 72 maten, dus je bent er snel doorheen. In mijn catalogus heeft het de code M. 19, en de orkestversie kreeg later M. 19a. Het is een van die stukken waarin elke maat tijd krijgt om uit te klinken, en dat kan alleen als je er niet te veel in propt.

Van piano naar orkest

In 1910 orkestreerde ik de Pavane, en Demets gaf in datzelfde jaar de partituur uit. Ik koos een bescheiden bezetting met fluiten, hobo, klarinetten, fagotten, hoorns, harp en strijkers, zodat alles zacht en doorzichtig bleef. De première vond plaats op 27 februari 1911 in Manchester, onder leiding van Henry Wood. De criticus Samuel Langford noemde de orkestversie daarna 'most beautiful', en ik zal niet ontkennen dat ik dat prettig vond om te lezen.

Het succes kwam van de uitvoerders

Het stuk werd na verloop van tijd erg geliefd, en ik schreef dat grotendeels toe aan bijzonder mooie vertolkingen. Daar zit veel waarheid in, want een trage melodie moet je spelen met een rustige hand en veel gevoel voor timing. In 1922 legde ik de Pavane zelf vast op een pianorol, zodat je me bijna kunt horen spelen. Het blijft een vreemd idee dat een mechanische rol met gaatjes een zo zacht stuk kan bewaren.

Een tweede leven bij anderen

Andere muzikanten hebben mijn Pavane later op hun eigen manier gebruikt, onder meer in het lied 'The Lamp Is Low'. Pedro Aznar maakte er in 1982 een versie voor synthesizer van, William Orbit deed in 2000 een bewerking en Hayley Westenra zong het stuk in 2004. In 2020 stond het op plaats 230 in de Hall of Fame van Classic FM. Voor een stuk waar ik zelf zo streng over was, vind ik dat een heel aardige reis.
---
Zo, nu weet je hoe mijn Pavane pour une infante défunte is ontstaan, van een leerling zonder prijzen tot een stuk dat de wereld over ging. Het blijft voor mij bijzonder dat ik in 1899 een rustige dans voor piano schreef en dat je hem meer dan honderd jaar later nog steeds speelt en beluistert. Ik heb zelf lang gedacht dat het stuk niet veel voorstelde, maar de manier waarop musici er telkens weer iets moois in vinden, heeft me van mening doen veranderen. Heb je genoten van het verhaal achter de Pavane pour une infante défunte? Er valt nog veel meer over dit stuk te ontdekken, bijvoorbeeld hoe het klinkt in de versie voor orkest die ik in 1910 maakte en hoe andere musici er later hun eigen weg mee zijn gegaan. Klik gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te ontdekken wat deze Pavane nog meer te vertellen heeft.