Appels en pijlen bij de William Tell Overture van Rossini
De achtergrond
William Tell Overture

Ik ben Gioachino Rossini, en ik vertel je hier het verhaal achter mijn William Tell Overture. Je leest hoe deze ouverture hoort bij de negenendertigste en laatste opera die ik schreef, een opera die in 1829 in Parijs in première ging. Wil je een stuk herkennen zodra het begint, dan leren mijn collega-componisten en ik je dat op deze site, en je begint met een rondje in de Trainer .
---
Een contract dat je niet zomaar weggooit
In 1824 tekende ik een contract met de Franse regering, en daar kon ik niet makkelijk meer onderuit. Ik moest een grote opera leveren voor de Académie Royale de Musique en daarnaast een opera voor het Théâtre-Italien. Dat klinkt als een nette afspraak, maar een grote opera schrijf je niet tussen de koffie en de lunch door. Zo begon het lange verhaal van William Tell, en mijn ouverture werd later het bekendste stuk ervan.Een estafette met een Zwitserse held
Het libretto kwam van Victor-Joseph Étienne de Jouy en Hippolyte Bis, en zij baseerden zich op het toneelstuk Wilhelm Tell van Schiller. Het verhaal gaat over Zwitsers die zich verzetten tegen de Oostenrijkse onderdrukking. Voordat er één noot klonk, had het verhaal dus al bij een schrijver, twee tekstdichters en mij gelegen, als een stokje dat steeds werd doorgegeven. Zo'n verhaal over vrijheid, bergen en weidse luchten vroeg om muziek met veel ruimte, en die wilde ik graag schrijven.Vijf jaar werk en een avond in Parijs
Volgens de bronnen werkte ik van 1824 tot 1829 aan Guillaume Tell, dus dit was geen opera die ik er even bij deed. Op 3 augustus 1829 ging hij eindelijk in première in de Salle Le Peletier in Parijs, bij de Paris Opéra. Mijn ouverture is het deel dat je ook zonder zangers en decors kunt horen. Ze hoort bij de opera zoals een voorportaal bij een huis hoort, maar veel mensen blijven tegenwoordig liever in het voorportaal staan.Wie zwaaide er met het stokje?
Ik zou je graag precies vertellen wie die avond voor het orkest stond, maar daarover zijn de meningen verdeeld. Meestal wordt Henri Valentino genoemd. Sommige schrijvers noemen liever François Habeneck. Wie het ook was, hij heeft in elk geval een première geleid die in muziekboeken blijft opduiken.Meteen de schaar erin
De ontvangst van de opera was gemengd, en dat zeg ik zonder een spoor van wrok. Al binnen drie voorstellingen begon men te schrappen, en na een jaar speelde men nog maar drie van de vier bedrijven. Een componist hoort dat natuurlijk liever anders, want ik had mijn noten niet voor niets zorgvuldig gekozen. De ouverture heeft zich daar gelukkig weinig van aangetrokken en is zelfstandig verdergegaan.Een symfonie die zich als ouverture verkleedt
Mijn ouverture duurt zo'n twaalf minuten en bestaat uit vier delen die zonder pauze in elkaar overlopen. Het derde deel, de Ranz des vaches, komt later in de opera terug als een melodie die steeds aan iets herinnert. Berlioz hield meestal niet van mijn werk, maar hij noemde dit stuk toch een symfonie in vier delen. Ik beschouw dat als een compliment, omdat het van hem kwam.De ruiters die er nooit waren
Het slotdeel is een snelle galop die wordt ingezet door de trompetten, en het beeld van galopperende paarden ligt dan voor de hand. In mijn opera komen echter geen paarden voor en ook geen charge van ruiters. Dat beeld is er later bijgekomen, vooral door The Lone Ranger, en alleen het finale deel is zijn herkenningsmelodie en niet de hele ouverture. Er bestaat een grap dat een intellectueel de ouverture kan horen zonder aan de Lone Ranger te denken, maar wie het precies heeft gezegd, weet niemand zeker.Collega's die ermee aan de haal gingen
Franz Liszt maakte in 1838 een pianobewerking van mijn ouverture, die een vast nummer werd in zijn concerten. Johann Strauss I nam het slot over in zijn William Tell Galop, Op. 29b. Ook Shostakovich liet de melodie horen in zijn Symphony No. 15, en dat vind ik een bijzondere plek om opnieuw te verschijnen. Het is fijn te weten dat componisten elkaar zo blijven aanhalen, ook over generaties heen.Van tekenfilm tot reclame
In de tekenfilm The Band Concert van Disney klinkt mijn melodie midden in een rommelig optreden, waar ze verrassend goed past. In A Clockwork Orange van Kubrick hoor je haar in een elektronische versie van Wendy Carlos. In 2001 gebruikte Reebok een bewerking van DJ Shadow in een reclame. Ik had in 1829 nooit kunnen bedenken dat mijn galop ooit zo ver van de Parijse opera zou rondzwerven.Een laatste opera en een lange pauze
Guillaume Tell was mijn laatste opera, de negenendertigste. Na de julirevolutie van 1830 kortte de nieuwe regering mijn jaargeld, en pas in 1835 won ik die strijd, terwijl de opera ook van mijn gezondheid had geëist. Toch bleef ik bijna veertig jaar daarna componeren, met cantates, kerkmuziek en de Petite messe solennelle die in 1864 voor het eerst klonk. Ik ben geboren op 29 februari 1792 in Pesaro, dus ik was al gewend dat sommige dingen lang op zich laten wachten.---
Zo, dat was het verhaal achter mijn William Tell Overture. Ik schreef het in een tijd waarin ik zelf nog niet wist dat het mijn laatste opera zou worden. Daarna heb ik nog bijna veertig jaar geleefd, en ik bleef muziek maken, al ging het niet meer om het toneel. Het is bijzonder om te zien dat vooral die twaalf minuten ouverture zijn blijven klinken, lang nadat de opera zelf uit de theaters was verdwenen. Hebben jullie met plezier meegelezen over hoe mijn William Tell Overture is ontstaan? Ik hoop dat je het stuk nu met andere oren hoort, van de stille cello's bij het ochtendgloren tot de laatste galop. Er valt nog veel meer over dit werk te ontdekken, bijvoorbeeld hoe andere componisten er hun eigen draai aan gaven en waar je de melodie nog allemaal tegenkomt. Klik gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te lezen. Wie weet ontdek je daar iets wat je bij de eerste keer luisteren nog niet had opgemerkt.
