Zonder maatstrepen bij Saties Gnossienne No 1
De achtergrond
Gnossienne No. 1

Ik ben Erik Satie, en dit is het verhaal achter mijn Gnossienne No 1. Je ontdekt waar de vreemde titel Gnossienne vandaan kan komen, want niemand weet zeker of hij verwijst naar een dans in een labyrint of naar kennis. Zodra een stuk klinkt, leren mijn collega-componisten en ik je op deze site om het te herkennen, dus probeer het eens uit .
---
Weg van huis, met lege zakken
Rond 1887 verliet ik het huis van mijn vader en nam ik een kamer in Parijs. Geld had ik zelden, en daarom woonde ik later in een heel klein kamertje aan de rue Cortot in Montmartre. Pas in 1898 ben ik naar Arcueil verhuisd, en daar ben ik tot het eind van mijn leven blijven wonen. Wie zo weinig ruimte heeft, leert vanzelf muziek te schrijven die niet meer plaats inneemt dan nodig is.Een tweede pianist met grote vrienden
In die jaren was ik ook tweede pianist in de Auberge du Clou. Daar sloot ik een hechte vriendschap met Debussy, en daar leerde ik ook Joséphin Péladan kennen. Dat ik die man toen ontmoette, was voor mijn muziek belangrijker dan het toen leek. Een pianist die 's avonds speelt, heeft overdag tijd genoeg om vreemde ideeën uit te broeden, en dat deed ik dan ook.Eerst de rustige broers
Voordat de Gnossiennes kwamen, had ik al mijn Sarabandes geschreven, in 1887, en de Trois Gymnopédies in 1888. Daarin hoor je al dat ik van langzame, eenvoudige melodieën hield die geen enkele haast hebben. De Gnossiennes volgen daarop, maar ze klinken geheimzinniger. Het is alsof hetzelfde huis ineens door een kaars wordt verlicht in plaats van door een lamp.Een woord dat naar een doolhof ruikt
Het woord Gnossienne heb ik niet zelf verzonnen, want het kwam al in de Franse literatuur voor. Het wordt in verband gebracht met de labyrintdans van Theseus en de Minotaurus. Maar het doet ook denken aan gnosis, wat kennis betekent. Welke van de twee ik bedoelde, weet niemand met zekerheid, en eerlijk gezegd laat ik dat graag zo.Rozenkruisers en plechtige woorden
Toen ik dit stuk schreef, was ik betrokken bij gnostische kringen. Péladan had me in contact gebracht met de Rozenkruisers, een sekte vol symbolen en plechtige taal. Later heb ik daar afstand van genomen, want lang achter elkaar plechtig blijven is vermoeiend. Het labyrint uit de titel past er wel bij: erin komen is gemakkelijk, eruit komen is een tweede zaak.Eén piano, geen toeschouwers
Voor de eerste drie Gnossiennes noteerde ik zelf het jaar 1890, al wordt ook wel 1889 genoemd. Het stuk is geschreven voor solopiano, dus er is geen orkest en er is geen zanger. Eén pianist en één melodie zijn genoeg, en daardoor staat elke noot helemaal bloot. Dat vind ik juist de bedoeling, want er valt niets te verstoppen als er verder niemand meespeelt.Eerst in een tijdschrift
Het stuk verscheen pas in september 1893 in druk, in Le Figaro musical. Het droeg daar nog een ander nummer dan het nu heeft, dus wees niet verbaasd als je oude bladmuziek tegenkomt die anders telt. Wie het voor het eerst speelde en wanneer dat was, weet nu niemand meer zeker. Soms verdwijnt het begin van een verhaal en blijft alleen de muziek over, en daar ben ik niet rouwig om.Alle drie onder één dak
In 1913 gaven Rouart, Lerolle & Cie. in Parijs de drie stukken voor het eerst samen uit, met de nummering die je nu kent. Mijn Gnossienne No 1 kreeg daar een opdracht aan Alexis Roland-Manuel. Die opdracht stond niet in de oorspronkelijke uitgave, maar kwam er pas in 1913 bij. Het stuk was dan al twintig jaar oud, dus je kunt zeggen dat het eindelijk een nette jas kreeg.Familie onder elkaar
Als je goed luistert, hoor je dat nummer 1 en nummer 3 verwant zijn. Ze delen akkoordopbouw, ritmes en thema's, alsof ze uit dezelfde gedachte zijn voortgekomen. De nummers 4 tot en met 6 horen niet bij de oorspronkelijke Trois Gnossiennes. Die zijn pas in 1968 uitgegeven, lang nadat ik er zelf iets van kon vinden.Ik kom nog overal voor
Een bewerking van mijn Gnossienne No 1 klinkt in de film Chocolat uit 2000, met muziek van Rachel Portman. Lang Lang speelt het stuk op de soundtrack van The Painted Veil uit 2006, die Alexandre Desplat componeerde. En in 2026 heeft Madonna er een stukje van gebruikt in haar nummer Betrayal, van Confessions II. Dat een stuk dat ik als pianist in Montmartre bedacht tot in die wereld doordringt, had ik me nooit kunnen voorstellen.---
Zo ben je met mij meegelopen van een kamertje in Montmartre tot aan de stille bladzijden van de Gnossienne No 1. Heb je genoten van het verhaal achter dit stuk? Ik hoop het, want het is een muziekstuk dat je steeds anders hoort naarmate je er meer over weet. Zelf blijf ik me verbazen over dat ene woord, Gnossienne, waarvan niemand zeker weet wat het precies betekent. Misschien komt het van de labyrintdans uit het verhaal van Theseus en de Minotaurus, misschien van het woord gnosis, dat kennis betekent. Ik laat het graag open, want een raadsel past bij deze muziek. Er valt trouwens nog veel meer te ontdekken aan de Gnossienne No 1. Je kunt bijvoorbeeld luisteren hoe de melodie later in films opduikt, zoals in Chocolat uit het jaar 2000. Of je let erop hoe verwant dit stuk is aan de derde Gnossienne, want ze delen akkoorden, ritmes en thema's. Klik gerust op de links hieronder om verder te zoeken en te luisteren. Neem er de tijd voor, net zoals de muziek zelf dat doet.
