GYMNOPEDIE NO 1 VAN SATIE
DE ACHTERGROND

Trois Gymnopédies, No. 1 (1888)

Satie vertelt de achtergrond van zijn Gymnopedie No 1
Ik ben Erik Satie, en ik wil je graag het verhaal vertellen achter mijn Gymnopédie No. 1. Achter een paar rustige noten zit vaak meer dan je bij het eerste luisteren zou denken. Ben je benieuwd naar hoe dit stuk is ontstaan? Ik ben er om je door dat verhaal heen te leiden, stap voor stap en zonder haast, ongeveer zoals het stuk zelf klinkt. Als we daarmee klaar zijn, geef ik je een paar manieren om de Gymnopédie No. 1 daarna nog verder te ontdekken.
---

Een jongen uit Honfleur

Ik werd op 17 mei 1866 geboren in Honfleur en schreef de Gymnopédie No. 1 toen ik nog jong was. Hoe oud ik toen precies was, eenentwintig of tweeëntwintig, daarover zijn de bronnen het niet eens. Ik schreef het stuk voor piano alleen, zonder orkest en zonder zang. Piano was dan ook het instrument waarmee ik mijn brood verdiende.

Pianospelen tussen de borrels

Mijn brood verdiende ik achter de piano in de cabarets van Montmartre, in Le Chat Noir en in Le Lapin Agile. Daar luisterde niemand met gevouwen handen naar je, want de gasten dronken, praatten en lachten dwars door de muziek heen. Misschien ben ik daardoor gaan houden van muziek die niet om aandacht schreeuwt, maar rustig blijft liggen tot iemand haar opmerkt. Een pianist in zo'n zaal leert snel dat een zachte noot soms verder reikt dan een harde.

Drie zusjes in een rij

Op 2 april 1888 had ik alle drie de Gymnopédies af, en ze horen bij elkaar als drie zusjes die op elkaar lijken maar elk een eigen bui hebben. Boven de tweede schreef ik "Lent et triste" en boven de derde "Lent et grave", dus zonnig werd het nergens, maar haast had ook niemand. Wie ze achter elkaar hoort, hoort eigenlijk één lange, rustige gedachte in drie versies. De eerste is daarvan het bekendst geworden, al kon ik dat toen nog niet weten.

Een titel waar je een woordenboek bij nodig hebt

De naam komt van "gymnopaedia", een feest in het oude Sparta waar mannen dansten en zongen en daarbij, zo wordt verteld, naakt waren. Of ze echt naakt waren of alleen zonder wapens, daarover wordt tot op vandaag gediscussieerd. Een nette huispianist die mijn noten kocht, had dus geen idee waar hij aan begon. Ik vond het vooral een prachtig, geheimzinnig woord, en daar mocht je gerust even over struikelen.

Wie zette mij op het spoor?

Ik beweerde zelf dat de roman Salammbô van Flaubert mij had geïnspireerd. Naast mijn muziek verscheen in 1888 echter ook een gedicht, "Les Antiques" van Contamine de Latour. Welke van de twee de titel echt heeft ingegeven, weet niemand zeker. Ik laat dat raadsel liever zitten, want een beetje nevel past bij dit stuk.

Een opdracht voor Mademoiselle de Bret

Op de gedrukte uitgave staat dat de eerste Gymnopédie is opgedragen aan Mademoiselle Jeanne de Bret. De tweede droeg ik op aan mijn broer Conrad Satie en de derde aan Charles Levadé, zodat elk zusje een eigen beschermer kreeg. Over de uitgave zelf zijn de bronnen het niet eens: volgens de één stond het stuk al in 1888 in het tijdschrift La Musique des familles, volgens de ander kwam het pas in 1895 op papier. Het was een stuk dat je thuis aan de piano kon spelen, zonder grote zaal of orkest.

Drie minuten en geen seconde te veel

Het stuk duurt ongeveer drie minuten, net genoeg om een kop thee in te schenken zonder dat hij koud wordt. Ik schreef het in D-majeur, in een drie-kwartsmaat, en er staan maar twee kruisen voorin. Boven die zachte begeleiding zweeft een eenvoudige melodie die nergens lijkt te willen aankomen. Juist doordat er zo weinig gebeurt, blijft elke noot in je hoofd hangen.

Debussy trekt het orkest erbij

Claude Debussy orkestreerde de eerste en de derde Gymnopédie op mijn verzoek, en daardoor kreeg mijn muziek veel meer aandacht. Hij draaide de nummering om, dus mijn eerste werd zijn derde. In zijn versie klinken onder meer een fluit en een harp, die mijn pianoklanken een heel nieuwe kleur gaven. De eerste uitvoering met orkest was volgens verschillende bronnen in 1896, al noemen sommige bronnen een jaar later.

Twintig jaar wachten op de roem

Na het schrijven duurde het meer dan twintig jaar voordat mijn stuk echt beroemd werd. Rond 1911 gebeurde dat, dankzij de pianist Maurice Ravel. Ik heb daar iets van geleerd: een stuk kan soms veel geduldiger zijn dan zijn componist. Het bleef al die tijd precies hetzelfde, alleen de wereld had er nog geen oren voor.

Wat er van mij overbleef

Ravel zei later dat ik invloed had gehad op meerdere generaties Franse componisten, op Debussy, op hemzelf en op de groep die Les Six werd genoemd. Ik werkte ook samen met Picasso, Diaghilev en Cocteau aan het ballet Parade, wat een heel andere wereld was dan de stille Gymnopédie. Op 1 juli 1925 stierf ik in Parijs. Dat een klein stuk van drie minuten uit mijn jonge jaren mij zo lang zou overleven, had ik nooit durven denken.
---
Ruim twintig jaar lang was mijn Gymnopédie No. 1 nog niet echt beroemd, en als ik er nu op terugkijk, vind ik dat eigenlijk best een troostrijke gedachte. Ik schreef het stuk in 1888, en pas rond 1911 begon het echt door te dringen, mede dankzij de pianist Maurice Ravel. Een stukje van ongeveer drie minuten bleek dus alle tijd te hebben om zijn weg naar de luisteraar te vinden. Dat past wel bij muziek die zelf ook nooit rent. Vond je het fijn om meer te leren over het verhaal achter de Gymnopédie No. 1? Er valt nog veel meer te ontdekken aan dit stuk, bijvoorbeeld hoe Claude Debussy er op mijn verzoek een versie voor orkest van maakte. Klik gerust op de links hieronder als je verder wilt luisteren en lezen over de Gymnopédie No. 1. Neem er rustig de tijd voor, want haast heb je bij deze muziek nergens voor nodig.