Per ongeluk bidden met Schuberts Ave Maria
De achtergrond
Ellens Gesang III in B-flat major, D. 839, Op. 52 No. 6

Ik ben Franz Schubert, en hier vertel ik u het verhaal achter mijn Ave Maria. U hoort hoe dit lied volgens het verhaal voor het eerst klonk op het kasteel van gravin Sophie Weissenwolff in Steyregg, de vrouw aan wie ik de eerste uitgave opdroeg. Wilt u onze stukken leren herkennen zodra ze klinken, iets wat mijn collega-componisten en ik u hier graag laten oefenen, begin dan met de Trainer te proberen .
---
Een vakantie waarin mijn pen meeging
In de zomer van 1825 trok ik erop uit voor een vakantie in Boven-Oostenrijk. Echt uitrusten deed ik daar niet, want ik had mijn schrijfgerei gewoon meegenomen. Onderweg schreef ik een reeks liederen op teksten van Walter Scott, en daar hoort ook dit lied bij. Je ziet het dus goed: wat nu overal klinkt, begon als iets dat ik op vakantie in elkaar zette.Een Schotse jongedame en haar meer
Scott had in 1810 een lang verhalend gedicht geschreven, The Lady of the Lake. Daaruit koos ik zeven teksten om als lied te zetten. De hoofdpersoon heet Ellen Douglas, en op één moment in het verhaal zingt zij een gebed tot de Maagd Maria. Dat gebed is dus ons Ave Maria: geen preek en geen kerkdienst, maar een jonge vrouw die in een verhaal haar hart uitstort.Een jaar met meer lucht in de portemonnee
Ik kan je verklappen dat 1825 voor mijn doen een redelijk goed jaar was. Mijn werk werd sneller uitgegeven, en de geldzorgen drukten een tijdlang minder zwaar. In dezelfde tijd schreef ik ook de Pianosonate in a-klein, D. 845, en begon ik aan wat later de Grote symfonie in C groot zou heten. Met zoveel rust in mijn hoofd kon zo'n lange, kalme melodie waarschijnlijk makkelijker ontstaan.Nummer zes van zeven
Officieel heet het stuk helemaal niet Ave Maria, maar Ellens Gesang III, of in het Duits Ellens dritter Gesang. Het is het derde van de drie liederen die Ellen bij mij zingt. In de bundel van zeven, mijn opus 52, staat het op de zesde plaats. Dat het juist dit lied zou worden dat alle andere in de schaduw zet, had ik van tevoren echt niet kunnen weten.Netjes gedrukt, met een opdracht erbij
Rond 1826 gaf de uitgever Artaria in Wenen de zeven liederen uit. De titelpagina luidde Sieben Gesänge aus Walter Scott's Fräulein vom See. De eerste uitgave droeg ik op aan gravin Sophie Weissenwolff, die van geboorte gravin Breunner was. Zo'n opdracht stond toen net zo vanzelfsprekend op de eerste bladzijde als tegenwoordig een naam op een sleutelhanger.Een kasteel als eerste podium
Het verhaal gaat dat het lied voor het eerst klonk op het kasteel van gravin Weissenwolff in Steyregg. Wanneer dat precies was en wie er zongen en speelden, weet niemand meer. Ik laat het dus liever bij een mooi verhaal dan bij een stelling die ik niet kan bewijzen. Maar het past wel bij de sfeer van het lied: het is gemaakt voor een zaal vol aandachtige mensen, niet voor een grote menigte.Het Latijn kwam pas later
De Latijnse woorden die je nu bij de melodie hoort, komen niet van mij. Iemand heeft ze er later onder gezet, misschien omdat Ellen haar lied opent en afsluit met de woorden Ave Maria. Dat die woorden zo goed op mijn melodie passen, is dus een gelukkige samenloop en geen plan van mijn kant. Het lied is daardoor een tweede leven gaan leiden, ver weg van het meer en de Schotse bergen waar het voor bedoeld was.Liszt zet er een piano onder
Franz Liszt vond het lied mooi genoeg om het voor piano alleen te bewerken. Hij maakte er zelfs drie versies van. Zonder zangstem moet de pianist dan zelf laten klinken wat Ellen zingt, en dat is nog niet zo makkelijk. Het zegt iets over de melodie dat ze ook zonder woorden nog altijd een gebed lijkt.Van de Kale Berg naar het licht
In 1940 verscheen het lied in de film Fantasia van Walt Disney. Het volgt daar op Night on Bald Mountain van Mussorgsky, een stuk vol spoken en duisternis. Na al die dreiging klinkt mijn melodie als een open raam waardoor ineens de ochtend binnenkomt. Leopold Stokowski bewerkte het voor sopraan, gemengd koor en de strijkers van het Philadelphia Orchestra, met Julietta Novis als solist en een Engelse tekst van Rachel Field.Wat ik zelf niet meer meemaakte
Ik stierf in 1828 in Wenen, op eenendertigjarige leeftijd. Van de wereldroem van dit lied heb ik dus nooit iets gemerkt. Tegenwoordig klinkt het vaak in vereenvoudigde bewerkingen, soms met teksten die weinig meer met Scott te maken hebben. Ik neem het ze niet kwalijk, want een melodie die zo ver reist, mag onderweg best van jas wisselen.---
Zo is dit lied van een zomervakantie in Boven-Oostenrijk uitgegroeid tot een melodie die bijna iedereen kent. Het begon met het gebed van Ellen in het gedicht van Walter Scott, en later kregen mijn noten de Latijnse woorden die u nu zo vaak hoort. Als je erbij stilstaat, is dat een mooie omweg voor een lied dat ik in 1825 schreef voor één stem en een piano. Heeft u genoten van het verhaal achter mijn Ave Maria? Ik hoop dat u het lied nu met andere oren beluistert, en misschien hoort u er straks iets in dat u eerder niet opviel. Er valt namelijk nog veel meer te ontdekken over dit lied. Denk aan de pianoversies die Franz Liszt ervan maakte, of aan de manier waarop het in Fantasia terechtkwam. Klik gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te lezen, en neem er de tijd voor. Ik ben benieuwd wat u er nog in ontdekt.
