Veertjes in de wind bij La donna è mobile van Verdi
De achtergrond

La donna è mobile

Verdi vertelt de achtergrond van zijn La donna è mobile
Hallo, ik ben Giuseppe Verdi en hier vertel ik je het verhaal achter het ontstaan van mijn La donna è mobile. Je ontdekt hoe ik aan dit lied voor Rigoletto werkte terwijl mijn eigen dorpsgenoten in Busseto schande spraken van mijn privéleven. Wil je onze stukken voortaan meteen herkennen wanneer ze ergens klinken,  ga dan aan de slag  met wat mijn collega's en ik je op deze site leren.
---

Geroddel achter de gordijnen

Toen ik in 1850 van het Teatro La Fenice de opdracht kreeg voor een nieuwe opera, woonde ik samen met de voormalige sopraan Giuseppina Strepponi in het Palazzo Orlandi in Busseto. De keurige inwoners van dat stadje spraken er schande van dat we niet getrouwd waren en keken ons op straat met de nek aan. Terwijl de buren druk bezig waren met hun morele verontwaardiging, zat ik binnen aan mijn schrijftafel te werken aan Rigoletto. Die bekrompen sfeer werd ons uiteindelijk zo te veel dat we in mei 1851 onze koffers pakten en verhuisden naar mijn landgoed Villa Verdi in Sant'Agata.

Een koninklijke krabbel op het raam

Voor het verhaal doken mijn tekstschrijver Francesco Maria Piave en ik in Le roi s'amuse, een omstreden toneelstuk van Victor Hugo uit 1832. Daarin stond het korte Franse versje Souvent femme varie, dat Piave voor mij omtoverde tot de Italiaanse openingsregel La donna è mobile. Volgens een oud Frans verhaal heeft koning Frans I die oorspronkelijke woorden ooit zelf in een ruit van het Château de Chambord gekrast, al weet niemand of die legende echt waar is. Het leverde mij in ieder geval een tekst op waarin een vorst beweert dat vrouwen zo wispelturig zijn als een veertje in de wind.

De vos die de passie preekt

De man die deze wijze les in mijn opera verkondigt is de hertog van Mantua, en laat dat nu net de grootste rokkenjager van het hele verhaal zijn. Hij zingt zijn lied terwijl hij op het punt staat om alweer een volgende vrouw het hoofd op hol te brengen. Het is een beetje alsof een zakkenroller midden op het dorpsplein een bezorgde toespraak houdt over de dalende eerlijkheid onder de burgerij. Door die tekst te koppelen aan een onweerstaanbaar vrolijke melodie in B-majeur, laat ik je precies horen hoe glad en gewetenloos deze man door het leven stapt.

Zwijgplicht voor de tenor

Tijdens het componeren wist ik meteen dat ik goud in handen had met dit deuntje in een levendige driekwartsmaat. Het melodietje was zo aanstekelijk dat ik als de dood was dat een muzikant het na de repetitie in het plaatselijke café zou gaan fluiten. Daarom gaf ik de bladmuziek pas op het allerlaatste moment aan mijn tenor Raffaele Mirate, die de rol van de hertog zou zingen. Ik liet hem plechtig beloven dat hij buiten het theater geen enkele noot van het lied zou zingen of zelfs maar neuriën voordat het doek opging.

Fluitend door de grachten

Op 11 maart 1851 was het eindelijk zover en ging Rigoletto in première onder leiding van dirigent Gaetano Mares. Mijn geheimhouding werkte precies zoals ik had gehoopt, want toen Mirate het lied inzette wist het publiek in de zaal niet wat het hoorde. De avond werd een enorme triomf en mijn voorzorgsmaatregelen bleken achteraf geen greintje overdreven. De volgende ochtend liepen de mensen inderdaad al zingend en fluitend met mijn nieuwe melodie langs de kanalen van Venetië.

Luchtig als een lentebries

Om het lied die speelse lichtheid te geven, heb ik in het orkest alleen fluiten, klarinetten, fagotten, hoorns en strijkers opgesteld. Het tempo is een opgewekt Allegretto, waardoor de muziek vanaf de eerste acht maten van het orkest direct een aanstekelijke vaart krijgt. Tussen de twee coupletten door keert dat korte orkestrale blokje nog een keer terug, als een muzikale knipoog naar de luisteraar. Alles is zo helder en doorzichtig opgeschreven dat de stem van de tenor er zonder enige moeite bovenuit kan zweven.

Een hoge noot van de zaak

Wie het lied tegenwoordig in het theater hoort, rekent aan het einde steevast op een lange, stralende hoge B van de zanger. Toch zul je die noot in mijn eigen handschrift, dat veilig in Milaan bij uitgeverij Casa Ricordi in het archief ligt, nergens tegenkomen. De hoogste noot die ik zelf op papier heb gezet is namelijk een ais, een halve toon lager. Die beroemde hoge slotnoot is er later door tenoren zelf bij bedacht om extra te kunnen pronken met hun stembanden, en inmiddels doet iedereen alsof het altijd zo heeft gehoord.

Van operazaal tot voetbalstadion

In mijn werk gebruik ik trouwens geen doorlopende opusnummers, dus wie het stuk zoekt vindt het simpelweg als nummer elf of zeventien in de derde akte. Maar een plechtig catalogusnummer heeft deze melodie ook helemaal niet nodig om haar weg in de wereld te vinden. Mijn cynische spotliedje duikt tegenwoordig overal op, van films en computerspelletjes tot spreekkoren op de Engelse voetbaltribunes en Amerikaanse reclames voor Doritos tijdens de Super Bowl. Het blijft voor mij een kostelijke gedachte dat een waarschuwing tegen bedrieglijke charme nu wordt gebruikt om zakjes tortillachips aan de man te brengen.
---
Vond je het leuk om te lezen hoe mijn La donna è mobile tot stand is gekomen? Achter deze melodie gaat nog veel meer schuil en er valt in de muziek zelf ook nog genoeg te ontdekken. Klik gerust op de links hier op de pagina als je nog wat dieper in La donna è mobile wilt duiken.