VIOLIN CONCERTO IN D MAJOR VAN BEETHOVEN
'III. RONDO: ALLEGRO'
Violin Concerto in D major, Op. 61

Ik ben Beethoven, en in dit stuk neem ik je mee door het derde deel van mijn Vioolconcert in D Major, het Rondo: Allegro. Ben je benieuwd naar wat er in dit slotdeel allemaal gebeurt, en waarom het zo vrolijk eindigt? Ik neem je stap voor stap mee langs alle details van dit Rondo, zodat je straks met andere oren naar de laatste minuten luistert. Na afloop van dit deel geef ik je een paar manieren om het Vioolconcert in D Major nog verder te ontdekken.
---
Eerst even je oren op een rijtje zetten
Luister naar dit slotdeel als naar een levendig gesprek tussen één solist en een heel gezelschap: de solo-viool is de kletskous en het orkest geeft telkens antwoord. Dat orkest is klein en helder: een fluit, twee hobo's, twee klarinetten, twee fagotten, twee hoorns, twee trompetten, pauken en de strijkers. Let vooral op de strijkers en de blazers, want die vangen de solist op en gooien haar melodie vrolijk terug. Het hoofdthema klinkt als een jachthoorn, dus als je ergens in de verte een vrolijk signaal meent te horen, zit je goed.Waarom dit deel zo heet
Ik noemde dit deel een Rondo, en dat is eigenlijk heel eenvoudig uit te leggen: een rondo is een stuk waarin dezelfde melodie steeds terugkomt. Het is een beetje als een vriend die steeds weer aanbelt, maar elke keer met een nieuw verhaal onder zijn arm. Het woord Allegro erbij zegt hoe het moet klinken, namelijk levendig en opgewekt, zonder enige haast of kramp. Zo'n tien minuten lang mag de muziek dus vooral blij zijn, en dat is na het rustige Larghetto een echte opluchting.Een vorm waar ik even over na moest denken
Voor dit slot koos ik een rondo, in een wiegende 6/8-maat. Dat betekent dat een vast thema telkens terugkeert, met ertussen uitstapjes die steeds iets anders te vertellen hebben. Ik loop die onderdelen hieronder een voor een met je door, zodat je precies weet wanneer het thema weer voor de deur staat. Als thuisbasis blijft D majeur de hele tijd binnen gehoorsafstand, en dat geeft het geheel een heerlijk vertrouwd gevoel.Sectie 1: Het jachtsignaal opent de deur
Het slotdeel sluit rechtstreeks aan op de cadens van het Larghetto, dus er is nauwelijks tijd om adem te halen. Dan klinkt het hoofdthema, dat het karakter heeft van een hoorn die over de velden schalt. Het tempo is Allegro, de sfeer is zonnig en alles danst mee op die schommelende 6/8-maat. Onthoud deze melodie goed, want ze is je routebeschrijving voor de rest van het deel.Sectie 2: Fanfares als welkomstcomité
Na het eerste optreden van het thema komen er interludes die als een fanfare klinken, krachtig en uitnodigend. Het orkest neemt hier duidelijk het woord en de solist luistert even met een tevreden glimlach mee. De stemming blijft opgewekt, en de overgang van thema naar fanfare voelt als een deur die opengaat naar een volgende kamer. Let op hoe het gesprek tussen solist en orkest hier al op gang komt.Sectie 3: Daar is het thema weer
Net wanneer je denkt dat we ver van huis zijn, staat het bekende thema weer op de stoep. Je herkent het meteen, en dat is precies de bedoeling van een rondo: terugkeren en toch niet vervelen. De toon is nog steeds vrolijk en het tempo blijft Allegro, maar het voelt nu als een oude bekende die je hartelijk begroet. Zo leert je gehoor spelenderwijs waar je bent in het stuk, zonder dat je er een plattegrond bij nodig hebt.Sectie 4: De solist laat zien wat ze kan
In dit gedeelte krijgt de solo-viool de ruimte om te schitteren met arpeggio's, dubbelgrepen en snelle looplijnen. Het klinkt als een demonstratie van behendigheid, maar blijft in dienst van het gesprek met het orkest. De antwoorden uit het orkest volgen elkaar snel op, en juist dat heen en weer houdt de spanning vrolijk in beweging. Wie hier let op de handen van de violist, ziet hoeveel moeite dit zo moeiteloos klinkende werk eigenlijk kost.Sectie 5: Twee tokkels en een stralend slot
Een leuk detail is dat de solist ergens een paar noten niet met de strijkstok speelt maar tokkelt, pizzicato, als een knipoog naar de luisteraar. Daarna keert het thema nog eenmaal terug, nu als een warm afscheid van iemand die weet dat het feest bijna voorbij is. Het geheel blijft zijn opgewekte stemming trouw en klinkt tot het einde in D majeur, het huis waar we begonnen. Zo sluit ik niet af met een zucht maar met een lach, en dat leek me voor dit concert precies goed.Nu is het jouw beurt
Nu mag je het zelf gaan beleven: druk op play en laat de muziek maar over je heen komen. Denk onderweg nog eens aan wat we hebben besproken, zoals het jachtsignaal dat steeds terugkomt en de gesprekken tussen solist en orkest. Je hoeft niets te weten of te kunnen om ervan te genieten, want dit deel is geschreven om vrolijk van te worden. Ik hoop dat je de reis door mijn Rondo net zo spannend vindt als ik het vond toen ik het schreef.---
Zo, nu je dit slotdeel van begin tot eind hebt gevolgd, hoop ik dat je er met een tevreden gevoel op terugkijkt. Heb je genoten van het leren kennen van deze luistergids bij het Rondo: Allegro uit het Violin Concerto in D Major? Ik schreef dit werk in 1806, en het duurde tot de jaren 1840 voordat het echt de aandacht kreeg die het verdiende. Het is mooi dat het nu na zoveel tijd nog steeds mensen weet te raken, ook mensen die er vandaag voor het eerst naar luisteren. Er valt in dit concert nog veel meer te ontdekken dan ik in één luistergids kwijt kon. Denk aan de andere delen, aan de verschillende cadensen die violisten ervoor hebben geschreven en aan de verhalen rond het ontstaan van het werk. Klik gerust op de links hieronder om verder te luisteren en meer over het Violin Concerto in D Major te lezen. Ik hoop dat je bij elke nieuwe luisterbeurt weer iets hoort dat je de vorige keer nog niet had opgemerkt.
