VIOLIN CONCERTO IN D MAJOR VAN BEETHOVEN
DE ACHTERGROND
Violin Concerto in D major, Op. 61

Ik ben Beethoven, en ik wil je graag het verhaal vertellen achter mijn Violin Concerto in D Major. Ben je benieuwd hoe dit concert ooit is ontstaan, en waarom het in het begin zo'n moeilijke start kreeg? Ik loop het hele verhaal met je mee, stap voor stap, zodat je precies weet wat er in 1806 gebeurde. Daarna geef ik je een paar manieren om het Violin Concerto in D Major zelf verder te ontdekken, zodat je er na het verhaal gewoon mee verder kunt luisteren.
---
Een viool op maat voor een vriend
Ik schreef dit concert in 1806, en wel voor een bepaalde violist: Franz Clement. Hij was toen eerste violist van het Theater an der Wien in Wenen. Hij was pas 26 en had in dat theater dus al een flinke positie. Ik had bij het schrijven geen anonieme zaal voor ogen, maar de handen en de toon van één man.Een opdracht met een knipoog
Op het manuscript schreef ik: "Concerto par Clemenza pour Clement, primo Violino e direttore al Teatro a vienna dal L.v. Bthvn 1806". Let maar eens op hoe dicht "Clemenza" bij "Clement" ligt, want die woordspeling kon ik niet laten liggen. Verder staat er dat hij niet alleen de eerste violist was, maar ook de leider van het orkest in dat theater. Zo'n opdracht heeft iets van een persoonlijke groet op een verjaardagskaart, alleen dan met veel meer noten.Twee dagen om een concert te leren
Clement kreeg de partituur pas kort voor de première, zodat hij ongeveer twee dagen had om de solopartij onder de knie te krijgen. Die première was op 23 december 1806, in het Theater an der Wien in Wenen. Het verhaal gaat dat hij een deel van de solo van het blad moest spelen, maar niemand weet dat zeker. Wie ooit de avond voor een proefwerk nog een heel boek heeft doorgenomen, voelt vast met hem mee.Doorgehaald, overgeschreven, opnieuw begonnen
Mijn handgeschreven partituur ligt tegenwoordig in de Oostenrijkse Nationale Bibliotheek in Wenen. Als je erin bladert, zie je veel doorhalingen, verbeteringen en alternatieve versies, want ik had duidelijk haast. Van de solopartij bestaan zelfs twee versies in mijn eigen hand, en geen van beide is precies gelijk aan de uitgave die later verscheen. Wat ik uiteindelijk het liefst wilde, daar zijn kenners het dan ook nog altijd niet over eens.Een recensie om niet in te lijsten
De eerste uitvoering viel niet goed bij het publiek. Een criticus schreef dat ik mijn ongetwijfeld grote talenten beter voor andere dingen kon gebruiken. Het concert bleef daarna tientallen jaren op de plank liggen, tot in de jaren veertig van de negentiende eeuw. Het is een beetje alsof een nieuw restaurant op de openingsavond meteen een slechte beoordeling krijgt, terwijl het eten later juist beroemd wordt.Een jongen haalt het van de plank
In 1844 speelde de jonge Joseph Joachim het concert in Londen, met de Philharmonic Society onder leiding van Felix Mendelssohn. Hij was toen nog een kind, en toch maakte hij van dat stuk eindelijk de uitvoering die het verdiende. Sindsdien hoort het concert bij het vaste repertoire van violisten. Mijn manuscript was trouwens nooit zoekgeraakt, want wat in die jaren terugkwam was de gewoonte om het stuk te spelen.Drie gangen, één menu
Een concert is opgedeeld in delen, en je kunt die zien als de gangen van een diner: je krijgt ze na elkaar, ze horen bij elkaar, maar ze smaken allemaal anders. Het eerste deel, Allegro ma non troppo, is het stevige hoofdgerecht van de avond, want het is lang voor een concert uit mijn tijd. Het tweede deel, Larghetto, is rustig en bestaat uit variaties op één thema, waarbij de solist er versieringen omheen weeft, en een solo zonder orkest leidt je daarna meteen het laatste deel in. Dat laatste deel is een Rondo (Allegro) in een huppelende 6/8-maat, waarin steeds hetzelfde thema terugkomt, dat klinkt als een jachthoorn, en waarin solist en orkest vrolijk met elkaar praten.Even alleen op het podium
Een cadens is een moment waarop het orkest zwijgt en de solist helemaal alleen mag spelen, zonder dat iemand hem de maat voorschrijft. Voor de vioolversie van dit concert heb ik zelf geen cadensen geschreven. Violisten maken er daarom hun eigen, of ze kiezen die van een ander, zoals die van Joseph Joachim en Fritz Kreisler. Zo klinkt hetzelfde concert op die plek bij elke solist net een beetje anders.Dezelfde muziek, andere toetsen
Muzio Clementi vroeg mij om het concert ook geschikt te maken voor piano. Dus heb ik het zelf bewerkt voor piano en orkest. Voor het eerste deel schreef ik daarin een lange cadens, en die is er alleen in de pianoversie. In die cadens doen de pauken even mee met de piano, en dat is een combinatie die je niet vaak hoort.Een orkest zonder bazuinen
Het orkest in dit concert is klassiek van opzet en heeft geen trombones. Er spelen één fluit, hobo's, klarinetten, fagotten, hoorns, trompetten, pauken en strijkers mee. Dat geeft de solist ruimte, want de viool hoeft zich nergens door een muur van geluid heen te vechten. De eerste uitgave verscheen in Wenen bij het Bureau des Arts et d'Industrie, en vanaf dat moment kon iedereen die dat wilde het stuk lezen.---
Als ik terugkijk op dit concert, vind ik het mooi dat een werk dat in 1806 zo koel werd ontvangen toch zijn weg terug naar de concertzaal heeft gevonden. Het heeft wel even geduurd, want pas in de jaren 1840 begon men het weer echt te spelen. Dat is vooral te danken aan de jonge Joseph Joachim, die het in 1844 in Londen speelde. Soms heeft een stuk muziek gewoon wat tijd nodig om de luisteraars te vinden die erbij horen. Heb je het fijn gevonden om te lezen hoe het Violin Concerto in D Major is ontstaan? Er valt nog veel meer te ontdekken, bijvoorbeeld de cadensen die violisten voor dit werk hebben gespeeld, omdat ik er zelf geen voor de viool heb geschreven. Klik gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te lezen over het Violin Concerto in D Major.
