VIOLIN CONCERTO IN D MAJOR VAN BEETHOVEN
'I. ALLEGRO MA NON TROPPO'

Violin Concerto in D major, Op. 61

Beethoven presenteert een luistergids bij I. Allegro ma non troppo uit zijn Violin Concerto in D Major
Ik ben Beethoven, en ik vertel je graag over het eerste deel van mijn Vioolconcert in D Major, het Allegro ma non troppo. Misschien ken je het stuk al een beetje, of misschien hoor je het nu voor het eerst. Hoe dan ook: ben je benieuwd naar wat er in dit eerste deel allemaal gebeurt? Ik loop graag met je mee door de details, zodat je straks niet alleen luistert maar ook hoort waarom het zo klinkt. We nemen er rustig de tijd voor, want een goed begin verdient aandacht. En als ik je alles over dit eerste deel heb verteld, geef ik je ook een paar manieren om het Vioolconcert in D Major verder te ontdekken.
---

Wie speelt wat, en waar luister je naar?

Luister naar dit deel als naar een gesprek tussen één stem en een hele kamer vol mensen: de solo-viool vertelt, en het orkest antwoordt. Het orkest is niet groot: je hoort één fluit, twee hobo's, twee klarinetten, twee fagotten, twee hoorns, twee trompetten, pauken en strijkers, en trombones ontbreken. Probeer per keer één groep te volgen: de houtblazers geven kleur, de hoorns en trompetten geven glans en de pauken houden stilletjes de draad vast. Als je even niet meer weet waar je bent, wacht dan op die vijf tikjes, want zodra je ze hoort ben je weer thuis.

Een titel met een slag om de arm

Ik noemde dit deel Allegro ma non troppo, en dat betekent ongeveer 'levendig, maar niet te veel'. Dat hoor je terug in de muziek, want ze gaat steeds vooruit zonder ooit te gaan rennen. Ik koos die aanduiding omdat dit een breed en groot opgezet deel is, en iets wat zo lang duurt moet je als luisteraar rustig kunnen volhouden. Zonder dat 'niet te veel' was het een sprint geworden, en dit is eerder een lange wandeling in D majeur waarbij je tijd krijgt om rond te kijken.

Een huis met meerdere verdiepingen

Voor dit deel koos ik geen kleine, nette vorm, maar een ruime opbouw waarin het orkest eerst zijn materiaal laat horen en de solist daarna het woord neemt. Een rondo en een reeks variaties bewaarde ik voor het slot en voor het langzame deel. Je kunt het zien als een rondgang door een huis waar je steeds dezelfde kamer ziet, maar telkens vanuit een andere hoek. In de volgende alinea's loop ik de onderdelen één voor één met je langs: het begin, het orkest alleen, de solist, de terugkerende tikjes en de cadens.

Onderdeel 1: Bijna niets, en toch onthoud je het

Het deel begint in D majeur, heel zacht en in een rustig, afwachtend tempo. Wat je hoort is geen ingewikkelde melodie maar een simpel motief van herhaalde noten, gespeeld door de pauken. Juist omdat het zo eenvoudig is, blijft het in je hoofd hangen, en dat was precies de bedoeling. Houd het goed vast, want je hoort het in dit deel steeds terugkomen.

Onderdeel 2: Het orkest vertelt eerst het voorwoord

Nu komt het orkest binnen, en de solist laat ik nog even buiten beeld staan. De muziek is hier breed en kalm, en de thema's zijn eenvoudig, zodat je ze al snel herkent als je ze later weer hoort. De stemming is die van een zaal waarin iedereen weet dat er nog iets belangrijks gaat komen. Luister hoe de strijkers en de blazers elkaar de ruimte geven, want dat is de manier waarop ik de spanning laat oplopen zonder het tempo op te voeren.

Onderdeel 3: De viool stapt het podium op

Als de solist eindelijk begint, verandert de sfeer van afwachten naar zingen. De viool klimt hoog boven het orkest uit, speelt vlotte loopjes en laat daarna weer een lange, rustige lijn horen. Het orkest antwoordt telkens, zodat het een gesprek wordt en geen optreden met begeleiding. Luister vooral hoe de viool de thema's van het orkest overneemt en ze mooier maakt, alsof ze er een zachte jas omheen legt.

Onderdeel 4: De vijf tikjes duiken overal op

Het hele deel door keert het motief van de herhaalde pauknoten terug, soms haast onhoorbaar, soms heel nadrukkelijk. Het bindt de thema's aan elkaar, en daardoor klinkt zo'n lang deel toch als één geheel. De stemming schuift steeds heen en weer tussen zacht en zingend en ernstiger en gespannen, maar nooit verlies je die tikjes helemaal uit het oog. Zie het als een rode draad waar je aan kunt trekken wanneer je even de weg kwijt bent.

Onderdeel 5: Een cadens zonder mijn handtekening

Later in het deel krijgt de solist een cadens, een stuk waarin de viool helemaal alleen mag laten horen wat ze kan. Voor de viool schreef ik er zelf geen, dus violisten verzinnen hun eigen cadens of spelen die van anderen, meestal van Joseph Joachim of Fritz Kreisler. Wel schreef ik er een lange voor de versie voor piano en orkest, die ik op verzoek van Muzio Clementi zelf bewerkte, en daarin doen de pauken even mee met de piano. Daarna komt het orkest terug om het deel af te ronden, en dan weet je dat de wandeling bijna voorbij is.

Nu is het jouw beurt

Dan wil ik je nu uitnodigen om dit Allegro ma non troppo zelf te gaan horen. Zet het op, ga lekker zitten en laat de muziek rustig over je heen komen. Denk onderweg nog eens aan wat we besproken hebben: het zachte kloppen, het wachtende orkest, het gesprek met de viool en de tikjes die steeds terugkomen. Ik hoop dat je de reis door mijn Allegro ma non troppo net zo spannend vindt als ik het vond toen ik het schreef.
---
Ik hoop dat je het leuk vond om te ontdekken hoe ik het eerste deel, het Allegro ma non troppo uit het Violin Concerto in D Major, heb opgebouwd. Als je nu terugdenkt aan die vijf zachte tikjes op de pauken, hoor je misschien meteen weer hoe rustig ik daarmee begin. Het is bijzonder hoeveel een klein motief kan dragen, zolang je er geduldig naar blijft luisteren. Ik schreef dit concert in 1806, en het kreeg pas veel later de plek die het verdiende. Dat het in 1844 in Londen weer op de lessenaar kwam, dank ik aan Joseph Joachim. Toch was dit deel nog maar het begin van het verhaal. Er valt in het Violin Concerto in D Major nog veel meer te ontdekken. Denk aan het Larghetto, waar de strijkers met een demper op de snaren spelen. Denk ook aan het Rondo, waar de solist en het orkest elkaar vrolijk antwoord geven. Dan zijn er nog de cadensen, want ik schreef er voor de viool zelf geen, en elke violist die het stuk speelt kiest dus een eigen weg. Klik gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te lezen over dit concert. Neem er de tijd voor, en laat het stuk een tweede keer anders klinken dan de eerste. Misschien hoor je dan iets wat je de eerste keer net miste.