Walsen langs de Donau met Johann Strauss II en The Blue Danube
De luistergids
The Blue Danube, Op. 314

Dag, ik ben Johann Strauss II, en dit is de luistergids bij mijn wals The Blue Danube. Je leert hier waar je op kunt letten in de tien minuten van deze wals, van de zachte opening tot het moment waarop de dans echt op gang komt, zodat je met meer plezier meeluistert. Wil je onze stukken ook leren herkennen zodra je ze hoort, dan helpen mijn collega-componisten en ik je daarbij op deze site, bijvoorbeeld met een rondje in de Trainer .
---
Luister met je voeten en je oren
Als je nog nooit klassieke muziek hebt gehoord, begin dan met de drie tellen van de wals: één-twee-drie, één-twee-drie, waarbij de eerste tel steeds het zwaarst klinkt. Let daarvoor op de lage instrumenten en de grote trom, want die leggen de basis en geven de eerste tel een zachte duw. Boven die basis zingen vooral de strijkers de melodie, terwijl de blazers er kleur aan toevoegen en de harp hier en daar een glinstering meegeeft. Het hele stuk duurt ongeveer tien minuten, dus je hoeft er geen middag voor vrij te maken.Een blauwe rivier die helemaal niet blauw is
Mijn titel komt uit een gedicht over de Donau van Karl Isidor Beck, en de herhaalde regel daaruit heeft mijn wals zijn naam gegeven. Dat gedicht speelt zich overigens niet in Wenen af, maar in Becks geboortestad Baja in Hongarije. Ook de kleur klopt niet helemaal, want de Donau is meestal gewoon niet blauw. Voor mij ging het om het beeld van een brede, rustige rivier waar je zo in meegevoerd wordt, en dat beeld wilde ik in muziek vangen.Geen sonate, geen rondo, maar een waaier van walsen
Voor de vorm koos ik niet een sonate of een rondo, maar de grote concertwals, een ketting van losse walsmelodieën. Het begint met een uitgebreide inleiding, daarna volgen vijf walsen die elk uit twee delen bestaan, en die ik met korte tussenstukjes aan elkaar knoop. Aan het eind komen een coda en een klein slotstukje, waarmee ik de hele dans netjes afsluit. Ik loop de onderdelen hierna een voor een met je langs, zodat je precies weet waar je bent als je zelf gaat luisteren.Deel 1: De inleiding, of hoe ik de zaal laat wachten
De inleiding staat in A majeur en klinkt rustig en bijna geheimzinnig, alsof de muziek zich nog uit de ochtendnevel losmaakt. Ik laat de melodie hier langzaam groeien en nodig je uit om gewoon even stil te zijn, want de dans moet nog beginnen. Tussendoor klinken korte flarden van wat komen gaat, als een voorproefje dat je nieuwsgierig maakt. Dan volgt de overgang naar D majeur, en op dat moment gaat het licht in de zaal aan.Deel 2: De eerste wals en de zwaai van de rivier
Nu komt de melodie waar iedereen op wacht, in D majeur, met een ruime boog die omhoog klimt en daarna rustig weer naar beneden glijdt. Je hoort het drietelpatroon in de begeleiding zo duidelijk dat je zonder moeite meetelt. Ik laat de melodie een paar keer terugkomen, zodat je haar zeker onthoudt en hem later met een glimlach herkent. De stemming is hier vrolijk en vol zelfvertrouwen, en dat contrast met de rustige inleiding maakt de eerste wals extra stralend.Deel 3: De volgende walsen wisselen van jas
In de walsen die erop volgen verandert de muziek steeds van toonsoort, en onderweg komen onder meer B-flat majeur, G majeur en G mineur langs. Een mineur-toonsoort geeft hier even een lichte schaduw, alsof er een wolkje voor de zon schuift. Daarna breekt de zon meteen weer door, want elke wals sluit af met een melodie die je zin geeft om verder te dansen. Let vooral op de tussenstukjes, want daarmee zet ik steeds een deur open naar de volgende wals.Deel 4: De laatste walsen en een zucht van nostalgie
In het laatste deel van de ketting klinken nog twee walsen, en de muziek komt onder meer in F majeur en weer in A majeur terecht. Hier en daar hoor je een cadens in fis mineur, een korte, bijna weemoedige wending die de vrolijkheid even tempert. Daardoor klinkt de feestelijke stemming niet oppervlakkig, maar krijgt ze een zachte rand van heimwee. Het orkest wordt groter en voller, en zo voel je dat we langzaam naar het slot toewerken.Deel 5: De coda, waar ik later nog spijt van kreeg
In de coda laat ik de mooiste melodieën nog even terugkomen, als een afscheid van alle gasten op het bal. De muziek wordt eerst rustig en dan weer levendig, tot ze in een laatste golf aanzwelt. Het verhaal gaat dat ik later zei dat ik alleen spijt had van de coda, want ik had zo gehoopt dat juist die een succes zou worden. Het slotstukje is kort en vastberaden, en laat je achter met precies het gevoel waarmee een goede dans moet eindigen.Nu mag jij de dansvloer op
Nu mag je zelf luisteren: zet The Blue Danube aan en laat de muziek rustig over je heen komen. Denk onderweg misschien aan wat ik je verteld heb, aan de drie tellen, de wisselende toonsoorten en de rivier die helemaal niet blauw is. Je hoeft niets te herkennen of te begrijpen, want de wals doet het meeste werk helemaal zelf. Ik hoop dat je er net zoveel plezier aan beleeft als ik had toen ik hem schreef.---
Dat was het dan: een wandeling door mijn wals The Blue Danube, van de zachte opening tot de laatste maten. Heb je genoten van deze luistergids bij The Blue Danube? Ik hoop dat je de wals nu met andere oren hoort, en dat je er misschien zelfs je voeten bij voelt meebewegen. Toch is er nog genoeg over om te ontdekken, want deze muziek heeft meer verhalen en verrassingen dan ik in één gids kwijt kon. Het begon als een koorlied, het groeide uit tot een orkestwals, en het klinkt nog altijd door in concertzalen en op plekken waar je het niet meteen verwacht. Wil je verder kijken, klik dan gerust op de links hieronder, dan kun je The Blue Danube op je eigen tempo verder verkennen. Luister de wals nog eens op een rustig moment, en let dan eens op wat je de vorige keer nog niet hoorde. Ik ben benieuwd wat je dan zult horen.
