Walsen langs de Donau met Johann Strauss II en The Blue Danube
De achtergrond
The Blue Danube, Op. 314

Fijn dat je er bent, ik ben Johann Strauss II, en ik vertel je hier het verhaal achter mijn wals The Blue Danube. Je ontdekt hoe The Blue Danube begon als koorlied met spottende woorden dat maar matig viel, en hoe het in 1867 in Parijs als orkestwals een groot succes werd. Op deze site leren mijn collega-componisten en ik je ook onze stukken herkennen zodra je ze hoort, dus ga gerust aan de slag met de Trainer .
---
Een bestelling met een koor erbij
In 1865 kwam Johann Herbeck bij me aan de deur, de koorleider van de Wiener Männergesang-Verein. Hij wilde graag een nieuw werk voor zijn mannenkoor, en ik zei natuurlijk ja. Daarna deed ik wat veel mensen met een bestelling doen: ik begon er voorlopig maar even niet aan. Zo lag het koorwerk maanden te wachten, terwijl de wereld buiten een stuk minder vrolijk werd.Een verloren oorlog en een opgewekte pen
In 1866 verloor Oostenrijk de oorlog met Pruisen, en dat zat de Wenen van die tijd danig dwars. Ik had nog geen noot van het koorwerk op papier, maar ik begreep wel dat de mensen iets nodig hadden om hun gedachten te verzetten. Dus maakte ik van de bestelling geen plechtig stuk, maar een wals waar je vrolijk van wordt. Als de stemming even zwaar is, helpt een melodie die je zomaar mee kunt neuriën vaak beter dan een lange preek.Eerst zingen, dan pas spelen
Veel mensen denken dat ik The Blue Danube meteen voor orkest schreef, maar dat klopt niet. Het begon als een lied voor een carnavalskoor, met bassen en tenoren, en de woorden maakten op een kwinkslag de verloren oorlog belachelijk. Die tekst kwam van Joseph Weyl, de dichter van de koorvereniging. Een grappende koorzanger heeft nu eenmaal meer woorden nodig dan een violist, en die kreeg hij dus ook.Een rivier die helemaal niet blauw is
De titel heb ik niet zelf verzonnen, want hij komt uit een gedicht over de Donau van Karl Isidor Beck. Het refrein van dat gedicht gaf mijn wals zijn naam, al speelt het zich niet in Wenen af maar in Becks geboortestad Baja in Hongarije. Eerlijk gezegd is de Donau meestal helemaal niet blauw, dus de naam is meer een mooi idee dan een kleurbeschrijving. Maar wie wil er nu een wals horen die De Nogal Grijsbruine Donau heet?Een première die niet helemaal wilde lukken
Op 15 februari 1867 klonk het koorwerk voor het eerst, in de Dianabadsaal in Wenen, onder leiding van Rudolf Weinwurm. Het was een bescheiden succes: het publiek vroeg maar één keer om een herhaling. Het koor en de zaal vonden de woorden bovendien niet geweldig, en dat deed me wel iets. Een wals die later de hele wereld zou veroveren, begon dus met een vriendelijk applausje.Het slotstuk dat me bleef knagen
Ik heb ooit gezegd dat ik eigenlijk maar één ding betreurde, en dat was de coda. Daar had ik zo graag een groot succes van willen zien, juist omdat een slot de plek is waar je het publiek het laatst in handen hebt. Je kunt een hele avond prachtig spelen, maar als het einde niet landt, lijkt het alsof je net voor de deur nog even struikelt. Gelukkig hoorde het publiek later vooral de melodieën, en niet de plek waar ik zelf nog aan twijfelde.Parijs maakt er een hit van
In 1867 schreef ik een versie voor alleen orkest, bedoeld voor de wereldtentoonstelling in Parijs. Zonder zangers en zonder spottende tekst kon de muziek eindelijk helemaal voor zichzelf spreken. Het werd daar een groot succes, en die orkestversie hoor je tegenwoordig bijna altijd. Het koor had het stuk op weg gezet, maar het orkest bracht het naar de wereld.Over de oceaan en door de kopieerpers
Niet lang daarna reisde de wals verder: op 1 juli 1867 klonk de orkestversie in New York. De koorversie bereikte Engeland op 21 september 1867, bij de promenadeconcerten in Covent Garden. Ook de pianoversie voor thuis werd razend populair, want de uitgever moest honderd nieuwe koperen drukplaten laten maken om meer dan een miljoen exemplaren te kunnen drukken. Franz von Gernerth schreef er later bovendien nieuwe, deftiger klinkende woorden bij, zodat ook het koor weer iets had om te zingen.Brahms en de waaier
Mijn vriend Johannes Brahms bewonderde de wals zo, dat hij de eerste maten opschreef op de waaier van mijn stiefdochter Alice von Meyszner-Strauss. Daaronder zette hij een aantekening die neerkwam op: helaas niet van Johannes Brahms. Dat vind ik nog steeds een van de mooiste complimenten die ik ooit heb gekregen, en het komt dan nog van een componist die er zelf niet om bekendstond makkelijk te zijn. Hij wist heel goed dat een melodie die zo eenvoudig lijkt, bijna nooit eenvoudig te bedenken is.Een wals voor het nieuwe jaar
Tegenwoordig wordt mijn wals vaak het onofficiële tweede volkslied van Oostenrijk genoemd, al is het natuurlijk niet het echte. Elk jaar sluit het ook het Nieuwjaarsconcert in Wenen af, en dan weet iedereen dat het nieuwe jaar echt begonnen is. Stanley Kubrick gebruikte de muziek in zijn film 2001: A Space Odyssey, waar ruimteschepen er sierlijk op ronddraaien. Met zo'n tien minuten is het een korte reis, en toch is het een stuk waar ik zelf nog steeds blij van word.---
