Duivels vingerwerk op viool in Caprice No 24 van Paganini
De luistergids

Caprice No. 24 in A minor, Op. 1, No. 24, MS 25

Paganini presenteert een luistergids bij zijn Caprice No 24
Welkom bij mijn luisterwijzer voor Caprice No 24, waarin ik, Paganini, je graag meeneem door mijn muziek. Ik laat je zien hoe één enkele viool tegelijk een melodie én een eigen begeleiding kan laten klinken, waardoor je straks hoort hoeveel er eigenlijk in vier snaren schuilt. Verder leren mijn vakbroeders en ik je hier op de site ook hoe je onze werken voortaan direct kunt herkennen zodra ze klinken, dus  probeer de Trainer eens .
---

Een eenmansorkest van vier snaren

Als je straks naar mijn Caprice No 24 luistert, hoef je niet te zoeken naar een groot orkest of een ronkende piano op de achtergrond. Het hele stuk wordt namelijk gespeeld door één enkele, onbegeleide viool die al het werk in zijn eentje opknapt. Let tijdens het luisteren vooral op hoe dat ene instrument tegelijk de melodie zingt en zichzelf begeleidt, een beetje zoals iemand die een gesprek voert met zijn eigen spiegelbeeld. Pas veel later schreef Robert Schumann er trouwens een pianopartij bij om mijn muziek wat toegankelijker te maken voor de luisteraars van zijn tijd, maar bij mij hoor je dus puur hout en vier snaren.

Geen poëtische poespas op het titelblad

Over de naam van het stuk heb ik destijds mijn hoofd niet lang hoeven breken. Een caprice is in de muziek nu eenmaal een vrij en grillig stuk waarin je als maker lekker je eigen zin mag doen, en dit was simpelweg de vierentwintigste en laatste uit mijn bundel Op. 1. Onder muzikanten staat het werk trouwens ook gewoon bekend als het Thema of Tema con variazioni van die reeks, al gaven mensen mijzelf door alle sterke verhalen over mijn spel de veel spannendere bijnaam The Devil's Violinist. Toen ik tussen 1832 en 1840 in mijn eigen exemplaar bij elk nummer een persoonlijke opdracht krabbelde, droeg ik deze laatste met wat zelfspot op aan mezelf met de woorden 'Nicolò Paganini, sepolto pur troppo', oftewel 'helaas begraven'.

Eén kapstok voor een hele garderobe

Voor de opbouw van Caprice No 24 koos ik niet voor een ingewikkelde sonate of een rondo, maar voor een thema met variaties. Ik begin met een kort en duidelijk hoofdthema in een tweekwartsmaat, dat ik daarna elf keer achter elkaar in een compleet andere vermomming laat terugkomen. Aan het eind knoop ik er nog een doorlopende finale aan vast om het geheel netjes af te ronden. Ik neem je hierna stap voor stap mee door het thema, de reeks variaties en het slot, zodat je straks precies hoort hoe ik mijn viool door allerlei bochten wring.

Deel 1: De stilte voor de storm

In het eerste gedeelte zet ik het fundament neer in de toonsoort a-mineur, met boven de noten de aanwijzing Tema, Quasi presto. Dat betekent dat het tempo meteen flink doorstapt, al klinkt de melodie zelf nog heel puntig en bijna dansbaar. De sfeer is hier nog scherp en geconcentreerd, zonder dat je direct merkt welke acrobatiek er allemaal op de loer ligt. Het is een deuntje dat meteen in je hoofd blijft zitten, en dat is maar goed ook, want je hebt het nodig als houvast voor alles wat hierna komt.

Deel 2: Gymnastiek voor gevorderden

In de elf variaties die volgen blijft de sombere toonsoort a-mineur gewoon staan, maar wisselt de stemming voortdurend van vliegensvlug en nerveus naar zwaar en bijna klagend. De ene keer jaag ik het tempo op met razendsnelle toonladders en gebroken akkoorden, om even later ineens hoog op de snaren te klimmen of met twee of drie noten tegelijk te strijken. In sommige variaties laat ik de klank zelfs verspringen met gebroken octaven en parallelle tienden, alsof de melodie met zevenmijlslaarzen over de hals van de viool stapt. Door bij elke variatie één specifieke techniek centraal te zetten, verandert dat ene herkenbare deuntje telkens van karakter zonder dat de rode draad van het verhaal verloren gaat.

Deel 3: Eindelijk een straaltje zon

Wanneer de laatste variatie voorbij is, gaan we zonder pauze door naar de doorlopende finale en gebeurt er iets bijzonders met de kleur van de muziek. Ik verruil het donkere a-mineur namelijk ineens voor het heldere A-majeur, alsof iemand na een flinke onweersbui de luiken openzet. De spanning van al het eerdere gezwoeg maakt plaats voor een open en triomfantelijke stemming waarin de viool nog één keer breeduit mag schitteren. Met een reeks klaterende akkoorden en snelle loopjes breng ik het avontuur zo tot een opgetogen en klinkend einde.

Nu is het woord aan de viool

Daarmee weet je alles wat je nodig hebt om zelf in mijn Caprice No 24 te duiken. Druk gerust op de afspeelknop en laat al dat vingerwerk gewoon lekker over je heen komen. Probeer onderweg eens te letten op de trucjes en de omslag aan het slot waar we het net over hebben gehad. Ik hoop dat je net zoveel plezier beleeft aan deze muzikale achtbaan als ik destijds had toen ik het stuk bedacht!
---
Hopelijk vond je het leuk om zo wat meer te ontdekken over waar je op kunt letten bij het luisteren naar mijn Caprice No 24. Er valt achter de schermen van dit solostuk natuurlijk nog veel meer te beleven, van het verhaal achter het ontstaan tot de spannendste muzikale momenten. Klik gerust op een van de links hieronder als je zin hebt om nog wat dieper in Caprice No 24 te duiken.