Belletjespatser duikt in klokkensauce van Liszts La campanella
De backstory
Grandes études de Paganini, S. 141: No. 3 in G-sharp minor

Ewa drerrie, Liszt hierzo achter de toetsen, klaar om jou de hele backstory van La campanella te droppen, kaolo hard verhaal hoor! Ik ga je haarfijn spitten hoe een leip viool-belletje in Parijs mij zo para maakte dat ik de ziekste vinger-bessensap voor solo piano uit m'n mouw schudde, echt vuurwerk! Trouwens niffo, als je onze dikke tunes voortaan meteen wilt herkennen op straat, leren ik en mijn mede-componisten je dat hierzo fissa, dus check die Trainer gelijk , gap!
---
Fissa in Parijs, grote speler!
Ewa mattie, april 1832 in Parijs, ik zit daar dus bij zo'n liefdadigheidsshowtje van die zieke viool-eindbaas Niccolò Paganini en mijn ogen klappen bijna uit mijn kop, wollah! Die gozer staat daar op zijn viool te vlammen als een bezetene, gewoon buitenaards niveau, en ik denk gelijk bij mezelf: deze leipe skills moet ik honderd procent op mijn eigen solo piano gaan droppen, swa! Geen enkele toetsen-strijder had ooit zoiets gefikst, maar ik ben niet bang voor een beetje zweet op mijn voorhoofd, dus ik duik meteen die studio van mijn hoofd in, toch! Vanaf die ene avond in Parijs was mijn missie helemaal aan, want ik moest en zou de allerhardste koning van die klavier-acrobatiek worden, geen kap!Dat knettergekke belletje, dushi!
Luister dan ouwe, waar die tune van La campanella echt vandaan komt is die laatste rondo van Paganini's Violin Concerto No. 2 in B minor, Op. 7, echt een gruwelijke klapper! Die man liet midden in die melodie gewoon een klein handbelletje rinkelen om de boel op tejutten, tantoe grappig bedacht van die Italiaanse maestro, jonguh! Daarom noemt iedereen mijn track nu ook La campanella, wat gewoon Italiaans is voor dat kleine belletje, al heet ie op papier natuurlijk keurig Grandes études de Paganini, S. 141: No. 3 in G-sharp minor, snap je! Als ik een tune zo lekker hoor rinkelen, kan ik het niet laten om die hele melodie mee te nemen en om te bouwen tot een piano-beest, broer!Eerste poging, direct ontspoord!
Tussen 1832 en 1834 kon ik me echt niet meer inhouden en knalde ik voor het eerst dat bel-thema erin bij mijn Grande fantaisie de bravoure sur La clochette, S. 420, zware mondvol toch, neef! Dat ding was al helemaal lijp en knettermoeilijk, maar ik was nog lang niet klaar met sleutelen aan die rinkelende beat, geloof mij maar, sahbi! Je weet hoe dat gaat als je midden in de vibe zit: je blijft maar schaven en beuken tot die track echt klapt als een vuurpijl op oudejaarsavond, fissa! Die eerste versie was pas het opwarmrondje voor het echte sloopwerk dat ik een paar jaar later op de wereld zou loslaten, geen grap!Zelfs voor mij te leip in 1838!
In 1838 dacht ik: kom, ik gooi de boel helemaal om voor nummer drie van mijn Études d'exécution transcendante d'après Paganini, S. 140, en ik zet dat ding brutaal in A-flat minor, mattie! Ik had er toen zelfs nog een tweede thema uit Paganini's Violin Concerto No. 1 bij gepropt, gewoon omdat ik dacht dat meer altijd harder is, wollah! Alleen had ik die versie van 1838 zo bizar lastig gemaakt dat bijna geen enkele sterveling op deze aardbol er met zijn vingers doorheen kwam zonder kramp in zijn hele ziel, ouwe! Eerlijk is eerlijk, dushi, als mensen denken dat pianisten vandaag die oude versie uit 1838 spelen, zitten ze er echt compleet naast, want dat ding was haast onspeelbaar, swa!Chillen in Weimar als een baas!
Spoel even door naar 1851, want toen was ik inmiddels lekker gestopt met dat eindeloze touren als concertpianist en zat ik gebakken in Weimar als Kapellmeister Extraordinaire, dikke titel toch, broer! Daar in Weimar had ik eindelijk rust in mijn tent om volle bak te focussen op componeren en dirigeren, zonder elke week in een hobbelende koets te hoeven hangen, jonguh! Ik pakte die oude Paganini-schetsen er weer bij, flikkerde dat tweede thema eruit en maakte de ultieme remix die je nu kent als S. 141 No. 3, of LW A114 voor de echte nerds, neef! Datzelfde jaar 1851 hebben die gasten van Breitkopf & Härtel in Leipzig de boel meteen uitgegeven, en sindsdien is dit dé versie waar iedereen op losgaat, geen speld tussen te krijgen!Cadeautje voor Clara, geen doekoe!
Denk trouwens maar niet dat ik dit voor een zak doekoe of een dure opdracht heb geschreven, want zo rol ik helemaal niet bij deze bundel, sahbi! Zowel die leipe set uit 1838 als mijn strakke revisie uit 1851 heb ik met liefde opgedragen aan Clara Schumann, die vroeger nog Clara Wieck heette toen ze nog niet getrouwd was, weet je wel! Die vrouw was zelf ook een keiharde pianist en componist, echt een kanjer achter de toetsen, dus ik dacht: zij verdient sowieso deze muzikale shout-out van mij, mattie! Soms moet je gewoon respect tonen aan een mede-strijder in de muziekbizz zonder dat er een factuurtje achteraan komt, toch, dushi!Vingers in de spagaat, neef!
Qua opbouw trap ik deze S. 141 No. 3 af op tempo Allegretto in een lekkere 6/8 maatsoort, strak in G-sharp minor, en dan laat ik een reeks variaties op dat rondo-thema los voordat ik eindig met een coda waar je u tegen zegt, ouwe! Mijn rechterhand moet sprongen maken van wel twee octaven breed terwijl dat hoge belletje telkens tussendoor blijft pingelen, echt topsport voor je polsen, wollah! En alsof dat nog niet lijp genoeg is, stop ik er ook nog supersnelle herhaalde noten in én laat ik die vierde en vijfde vinger trillen tot ze bijna in de fik vliegen, jonguh! Wie dit stuk zonder kleerscheuren tot het einde weet te brengen op die solo piano, mag zichzelf van mij direct een gecertificeerd toetsen-beest noemen, swa!Wanneer was die eerste show dan?!
Als je mij nu vraagt op welke exacte dag en in welke zaal die vernieuwde versie uit 1851 voor het allereerst live voor publiek is geknald, moet ik je echt het antwoord schuldig blijven, broer! Niemand weet dat precies, want dat staat nergens zwart-op-wit in de boeken genoteerd, echt een mysterie in de geschiedenis, geen grap! Wat wel vaststaat is dat ik mijn eerdere Paganini-bewerkingen tijdens mijn wilde tourjaren zelf volop door heel Europa heb lopen rammen op het podium, mattie! Maar die ene officiële vuurdoop van de 1851-versie blijft dus lekker in de mist hangen, maakt het verhaal alleen maar spannender toch, sahbi!Busoni en het grote witte doek!
Mijn 1851-versie heeft die onmogelijke voorganger uit 1838 compleet uit de spotlights geblazen en werd dé favoriete toegift en wedstrijd-knaller voor elke pianist met lef, dushi! Later is die grote speler Ferruccio Busoni er zelfs nog mee aan de haal gegaan om zijn eigen bewerking en editie ervan te droppen, altijd mooi als een collega je werk zo hard voelt, neef! En check hoe tijdloos mijn ding is: in 1996 zat La campanella nog mega-prominent in de bioscoopfilm Shine over het leven van pianist David Helfgott, wollah echt kippenvel! Van negentiende-eeuwse concertzalen in Weimar tot het grote witte doek in de nineties, dat kleine belletje van mij en Paganini blijft gewoon overal doorheen rinkelen, ouwe!Van Weimar naar K-pop, swa!
En als je dacht dat een klassieke tune uit 1851 niet meer mee kan komen met de jeugd van tegenwoordig, heb je echt liggen slapen onder een steen, jonguh! In 2022 hebben die meiden van de K-pop-groep Blackpink gewoon mijn La campanella gesampled voor hun dikke hit Shut Down, hoe leip is dat dan, broer! Hoor je ineens die beroemde melodie van Paganini en mij door een snoeiharde moderne beat heen knallen, ik zeg je eerlijk: ik zou direct meeknikken als ik daar in de club stond, mattie! Zo zie je maar weer, dushi, echte kwaliteit roest nooit vast en knalt bijna twee eeuwen later nog steeds keihard door je speakers heen, helemaal goud!---
Ewa drerrie, ging je ook zo tantoe lekker op deze hele tori achter La campanella, of hoe zit dat, gap? Geloof mij maar, mattie, we zijn nog lang niet uitgespeeld, want rondom deze gruwelijke pokoe valt nog een heleboel andere leipe dingen te checken, geen kattenpis! Klap dus fissa op die linkjes hier op de pagina, kil, en duik nog dieper in La campanella, let's go!
