Een rinkelend klokje bij La campanella van Liszt
De achtergrond

Grandes études de Paganini, S. 141: No. 3 in G-sharp minor

Liszt vertelt de achtergrond van zijn La campanella
Ik ben Franz Liszt en ik vertel je hier het verhaal achter het ontstaan van mijn La campanella. Je ontdekt hoe één avond bij een concert in Parijs mij jarenlang aan het herschrijven zette, en hoe een bijna onspeelbare versie uiteindelijk uitgroeide tot dit beroemde bravourestuk. Wil je onze stukken trouwens meteen kunnen herkennen wanneer ze ergens voorbijkomen, laat mij en de andere componisten op deze site je dan helpen en ga aan  de slag met de Trainer .
---

Een violist die de boel op stelten zet

In april 1832 zat ik in de zaal bij een liefdadigheidsconcert in Parijs, waar ik Niccolò Paganini voor het eerst met eigen ogen viool zag spelen. Wat die man met vier snaren en een strijkstok uithaalde, leek haast wel tovenarij waarbij de vonken van het podium vlogen. Ik liep die avond naar buiten met één vast voornemen: die adembenemende virtuositeit wilde ik naar de piano vertalen. Als hij een hele zaal op het puntje van de stoel kon krijgen met een viool, dan moest mij dat met een klavier vol toetsen toch ook lukken.

Goed gejat is het halve werk

Voor mijn beroemdste oefenstuk pikte ik een aanstekelijk deuntje uit het slotdeel van Paganini's tweede vioolconcert. In zijn eigen versie liet hij tijdens het spelen af en toe een klein handbelletje meetinkelen om de melodie extra glans te geven. Dat vrolijke gerinkel leverde mijn pianostuk de Italiaanse bijnaam La campanella op, wat simpelweg 'het klokje' betekent. Wie op een feestje graag indruk maakt met moeilijke woorden, mag het trouwens ook gewoon de derde uit mijn Grandes études de Paganini noemen.

Drie keer is scheepsrecht

De versie die je tegenwoordig in de concertzaal hoort, heb ik trouwens niet in één middagje uit mijn mouw geschud. Al kort na dat concert in Parijs waagde ik tussen 1832 en 1834 een eerste poging met mijn Grande fantaisie de bravoure sur La clochette. In 1838 goot ik het thema opnieuw in een vorm als het derde stuk van mijn Études d'exécution transcendante d'après Paganini. Je kunt die vroege versies een beetje zien als een eerste pannenkoek die weliswaar lekker ruikt, maar nog net iets te dik en onhandig in de pan ligt.

Een onspeelbaar monster temmen

Die uitgave uit 1838 bleek in de praktijk zo vreselijk lastig dat bijna geen enkele pianist er zonder kramp in de vingers doorheen kwam. Ik had er destijds zelfs nog een tweede thema uit Paganini's eerste vioolconcert bij gepropt, waardoor het geheel haast onspeelbaar werd. Tijdens mijn eigen jaren op tournee speelde ik die vroege bewerkingen nog wel, maar ik merkte al snel dat minder soms echt meer is. Je wilt tenslotte dat het publiek geniet van het sprankelende belletje, en niet dat het alleen maar zit te kijken of de pianist zijn vingers niet breekt.

Rust in Weimar

Toen ik het stuk in 1851 voor de laatste keer onder handen nam, had ik het drukke reizende bestaan als concertpianist inmiddels achter me gelaten. Ik had mijn koffers uitgepakt in Weimar, waar ik als Kapellmeister Extraordinaire eindelijk alle tijd had om te dirigeren en te componeren. In die rustige omgeving schudde ik de overbodige ballast van het stuk af en zette ik de definitieve versie in gis-klein op papier. Zo veranderde een wilde vingerbreker in een heldere reeks variaties met een bruisend slot, die nog datzelfde jaar in Leipzig werd uitgegeven door Breitkopf & Härtel.

Een cadeau zonder prijskaartje

Ik heb deze bundel studies overigens niet geschreven omdat een rijke graaf of uitgever mij een zak geld voor de neus hield. Zowel de bundel uit 1838 als de herziene reeks uit 1851 droeg ik op aan mijn gewaardeerde collega Clara Schumann, die ik nog kende onder haar meisjesnaam Clara Wieck. Zij was zelf een buitengewoon begaafde pianiste en componiste, dus zij wist als geen ander wat voor spierpijn er achter deze noten schuilging. Het is natuurlijk een heel charmant gebaar om iemand een bos bloemen te geven, maar een bundel muzikale halsbrekerij leek mij destijds net iets origineler.

Pinken aan het werk

Hoewel de versie uit 1851 een stuk beter speelbaar is dan mijn eerdere pogingen, blijft het voor elke pianist een flinke klus. Het stuk opent in een rustig Allegretto in een wiegende zesachtste maat, maar schijn bedriegt zodra de handen over de toetsen moeten vliegen. Terwijl de rechterhand grote sprongen maakt om dat hoge klokje telkens aan te tikken, vraag ik ook nog om razendsnelle trillers met de ringvinger en de pink. Dat zijn precies de twee zwakste vingers van de hand, die normaal gesproken liever lui meeliften dan dat ze het zware werk opknappen.

Het mysterie van de eerste keer

Grappig genoeg weet niemand meer precies op welke dag en in welke zaal deze definitieve versie uit 1851 voor het eerst in het openbaar heeft geklonken. Mijn eigen eerdere bewerkingen had ik tijdens mijn reizen natuurlijk al vaak genoeg laten horen, maar van deze nieuwe versie is de eerste uitvoering nergens netjes genoteerd. Gelukkig heeft dat het succes niet in de weg gestaan en verdrong deze uitgave al snel zijn vrijwel onspeelbare voorganger uit 1838. Het groeide uit tot een van de populairste toegiften en wedstrijdnummers voor pianisten, waar zelfs collega Ferruccio Busoni later nog een eigen bewerking van maakte.

Van het witte doek naar de hitlijsten

Als componist hoop je natuurlijk dat je muziek na je dood niet onder een dikke laag stof in een archiefkast verdwijnt. Wat dat betreft mag ik niet klagen, want in 1996 dook mijn werk nog prominent op in de film Shine over het leven van pianist David Helfgott. En in 2022 kreeg dat oude thema zelfs een heel nieuw leven toen de K-popgroep Blackpink het gebruikte in hun nummer Shut Down. Zo zie je maar dat een melodietje dat Paganini ooit met een handbelletje liet rinkelen, eeuwen later nog steeds de hele wereld over reist.
---
Hopelijk vond je het leuk om te horen hoe La campanella na al mijn gesleutel zijn uiteindelijke vorm heeft gekregen. Natuurlijk valt er naast deze ontstaansgeschiedenis nog veel meer te ontdekken en te beluisteren in het stuk zelf. Klik gerust op een van de linkjes op deze pagina om nog verder in de muziek van La campanella te duiken.