Spaans temperament op piano met Asturias (Leyenda) van Albéniz
De achtergrond
Prélude in G minor from Chants d'Espagne, Op. 232, No. 1

Ik heet Isaac Albéniz, en ik vertel je graag het achterliggende verhaal van mijn Asturias (Leyenda). Je ontdekt hier namelijk hoe een naamloze pianoprelude uit mijn tijd in Londen pas na mijn dood zijn beroemde titel kreeg en uitgroeide tot een klassieker voor de gitaar. Wil je onze muziek trouwens meteen kunnen herkennen wanneer die ergens voorbijkomt, laat mij en mijn collega-componisten je daar op deze site dan bij helpen en ga naar de Trainer .
---
Spaans heimwee in de Londense mist
Begin jaren 1890 woonde en werkte ik in Londen, waar ik het eeuwige rondreizen als pianovirtuoos langzaamaan inruilde voor een rustiger bestaan als componist. Tussen Londen en Parijs vond ik eindelijk de tijd om mijn hoofd leeg te maken, zeker toen ik zicht kreeg op een gulle afspraak met de Engelse financier en tekstschrijver Francis Money-Coutts. Terwijl het buiten waarschijnlijk grijs en kil was, kreeg ik achter mijn piano enorme trek in de warmte van Zuid-Spanje. Zo zette ik daar op papier wat later wereldberoemd zou worden, al had ik toen nog geen flauw idee onder welke naam de wereld het zou leren kennen.Gewoon een voorafje zonder grote woorden
Ik heb de titels Asturias en Leyenda namelijk nooit zelf bedacht of gebruikt. Voor mij was het simpelweg het openingsstuk voor een nieuwe bundel van drie pianowerken, zonder het plan om er een bepaalde streek mee te schilderen. Ik noemde het dan ook heel nuchter Prélude, als eerste deel van mijn Chants d'Espagne. Een naam zo eenvoudig als een wit broodje kaas, maar voor wat ik wilde zeggen was dat destijds meer dan genoeg.Een besloten feestje in Parijs
Op 28 maart 1892 liet ik die drie delen van Chants d'Espagne voor het eerst horen tijdens een besloten concert in Parijs. Zelf zat ik natuurlijk achter de piano om die razendsnelle noten in g-mineur door de kamer te jagen. Datzelfde jaar nog gaf Juan Bautista Pujol & Cía. het stuk uit in Barcelona. Daarmee lag mijn muzikale visitekaartje netjes in de winkel, klaar voor elke pianist met een paar lenige vingers.De grote verhuizing van 1911
Het echte gerommel met de naam begon pas in 1911, toen ik zelf al twee jaar niet meer onder de levenden was. Voor mijn oudere Suite española uit 1886 had ik ooit wel de titel Asturias op de inhoudsopgave gezet, maar de muziek zelf had ik nooit geschreven. De Duitse uitgever Hofmeister besloot dat lege vakje na mijn dood handig op te vullen door mijn Prélude uit 1892 er als vijfde deel tussen te schuiven. Hij plakte er meteen het etiket Asturias en de ondertitel Leyenda op, als een winkelier die een overgebleven fles wijn snel van een chique nieuw etiket voorziet.Doedelzakken in de verkeerde provincie
Die nieuwe naam zorgde voor een flinke geografische vergissing waar kenners zich nog altijd over verbazen. De streek Asturias ligt namelijk helemaal in het noorden van Spanje, waar de volksmuziek juist bekendstaat om de doedelzak. Mijn stuk ademt daarentegen van begin tot eind de sfeer van de zuidelijke flamenco uit Andalusië, zoals mijn biograaf Walter Aaron Clark later ook terecht opmerkte. Een vurige zuidelijke dans de naam geven van een regenachtige noordelijke provincie met doedelzakken is toch een beetje alsof je een bord paella aanprijst als Hollandse stamppot.Zuid-Spaanse peper op tachtig toetsen
Hoewel ik het stuk puur voor de piano schreef en nooit rechtstreeks voor de gitaar heb gecomponeerd, zit die flamenco-invloed in elke vezel. De buitenste delen hebben de felle vaart van een Zuid-Spaanse bulería, waarbij je duim en vingers op de toetsen bijna hetzelfde werk doen als bij een gitarist. Middenin laat ik het tempo zakken voor een vrije, zangerige passage die klinkt als een intieme malagueña of soleá. Zo bouwde ik het geheel op in een klassieke driedelige vorm met een stevig slot, maar dan wel gevuld met Andalusische peper.Mijn eigen werk afgepakt door zes snaren
Het grappige is dat mijn pianostuk pas echt de wereld veroverde toen gitaristen ermee aan de haal gingen. Voor hun zessnarige instrument zetten ze de noten over van g-mineur naar e-mineur, omdat dat nu eenmaal veel lekkerder onder de vingers ligt op een gitaarhals. Of die allereerste bewerking nu van Francisco Tárrega kwam of van zijn tijdgenoot Severino García Fortea, daar zijn kenners als Stanley Yates het nog altijd niet over eens. Hoe dan ook klonk mijn pianomuziek op die zes snaren zo natuurlijk dat bijna iedereen vergat dat er ooit een klavier aan te pas was gekomen.De gouden greep van Andrés Segovia
De man die er definitief een wereldhit op de klassieke gitaar van maakte, was zonder twijfel Andrés Segovia. Zijn bewerking en opnames zorgden ervoor dat het stuk op de gitaar veel beroemder werd dan mijn origineel voor piano ooit was geweest. Sindsdien is het een vast nummer geworden waar geen enkele klassieke gitarist omheen kan. Ik kan er moeilijk boos om worden als iemand mijn werk zo mooi laat glanzen, al is het op een heel ander instrument.Van de salon naar de rocktempel
Lang na mijn tijd dook mijn melodie zelfs op bij muzikanten die waarschijnlijk nog nooit een nette concertzaal van binnen hadden gezien. In 1968 gebruikte de band The Doors mijn opening op de akoestische gitaar voor hun nummer Spanish Caravan. Vijftien jaar later, in 1983, stopte de groep Iron Maiden zelfs stukjes van mijn werk in hun nummer To Tame a Land. En in 2023 speelde het stuk nog een grote rol op de soundtrack van de film Anatomy of a Fall, waarmee mijn oude noten ineens weer in de bioscoop zaten.---
Hopelijk vond je het leuk om te horen hoe het verhaal achter mijn Asturias (Leyenda) precies in elkaar zit. Natuurlijk valt er over de muziek zelf en over mijn verdere leven nog veel meer te ontdekken. Klik dus gerust op de links hier op de pagina om op je gemak verder rond te kijken bij Asturias (Leyenda).
