FÜR ELISE VAN BEETHOVEN
DE ACHTERGROND
Bagatelle No. 25 in A minor, WoO 59 ("Für Elise")

Ik ben Beethoven, en ik ga je het verhaal vertellen achter Für Elise. Je kent die melodie misschien al zo lang dat je je nooit hebt afgevraagd waar ze vandaan komt. Soms blijft juist het kleinste stukje het langst bij je hangen, en daar valt altijd iets moois over te vertellen. Ben je benieuwd naar het verhaal achter Für Elise? Ik ben er om je er stap voor stap doorheen te leiden, in een rustig tempo. Als het verhaal verteld is, geef ik je nog een paar manieren om Für Elise zelf verder te ontdekken.
---
Een lentedag in Wenen
In april 1810 schrijf ik een kort stukje voor piano op, een bagatelle. Zo noem je een muziekstukje dat zo klein is dat je het bijna per ongeluk zou schrijven. Ik woon dan al sinds november 1792 in Wenen en zit midden in de jaren die men later mijn middenperiode noemt. Dat dit schetsje ooit overal ter wereld zou klinken, had ik toen echt niet kunnen bedenken.Een aanzoek dat niet aankomt
Dat jaar ben ik verliefd op Therese Malfatti en ik ben van plan om met haar te trouwen. Ze zegt nee. Dat is geen fijne les, maar ik ben in elk geval niet de eerste of de laatste componist die dat meemaakt. Veel mensen denken dat dit liefdesverdriet iets te maken heeft met het stukje dat ik in diezelfde tijd schrijf, maar zeker weet niemand het.Een groet op een blaadje
Op het handschrift zou iets hebben gestaan als: voor Elise, op 27 april, ter herinnering van L. v. Bthvn. Dat weten we alleen doordat de geleerde Ludwig Nohl het zo heeft overgeschreven. Of hij het woord voor woord goed heeft gedaan, kan niemand nagaan. Het is dus een beetje een kaartje waarvan we alleen horen zeggen dat het ooit bestond.Elise, wie ben jij?
Er is geen enkel document dat bevestigt dat ik ooit een vrouw met de naam Elise kende. Max Unger kwam daarom op het idee dat Nohl mijn krabbel verkeerd las en dat er eigenlijk Für Therese stond, voor Therese Malfatti dus. Dat zou een mooie oplossing zijn, want dan zou de titel gewoon een slordige leesfout zijn. Maar bewijzen kan niemand het, dus laat ik het bij: het kan.De lijst met verdachten
Klaus Martin Kopitz denkt aan de sopraan Elisabeth Röckel, die in een brief uit 1830 van Milder-Hauptmann Elise werd genoemd. Rita Steblin komt met Elise Barensfeld, een jong wonderkind, al noemt ze dat zelf speculatief. Zo hebben we dus drie vrouwen met drie verhalen en nog steeds geen getuige. Ik laat het raadsel liever in het midden, want een geheim houdt een stuk langer stand dan een antwoord.Het handschrift is zoek
Het originele handschrift is sinds Nohls publicatie spoorloos verdwenen en er is ook geen nette kopie overgebleven. Daardoor kan niemand meer controleren of de titel echt van mij komt. Ook over de vorige eigenaar is men het niet eens: volgens het Beethoven-Haus was het Therese Malfatti, volgens Wikipedia een zekere Babette Bredl in München. Een stuk dat zo beroemd wordt en dan toch zonder papieren blijkt te zijn, dat is toch wel bijzonder.Veertig jaar in de la
Ik laat het stukje niet drukken, dus tijdens mijn leven komt het nooit in de winkel te liggen. Pas in 1867 brengt Nohl het uit, in zijn Neue Briefe Beethovens, onder de nogal zakelijke naam Clavierstück in A moll. Dat is veertig jaar nadat ik op 26 maart 1827 in Wenen ben overleden. De naam Für Elise is er dus pas later aan gaan plakken, en juist die is blijven hangen.Muziek die ik nooit hoorde
Mijn gehoor begon rond 1798 achteruit te gaan, en toen ik dit stukje schreef, had ik al heel wat stille jaren achter de rug. Ik heb het dan ook nooit als wereldberoemd stuk gekend. Dat het later in speeldozen, deurbellen en telefoons zou belanden, zou me ongetwijfeld hebben verbaasd. Maar een goed melodietje is nu eenmaal moeilijk tegen te houden, ook als de maker er niets van weet.Een thema dat steeds terugkomt
Het stuk is gebouwd als een rondo, met de indeling A-B-A-C-A. Het eerste thema komt dus telkens terug, als een vriend die steeds opnieuw op bezoek komt. Het deel dat daartussen zit, het C-deel, is weer in a-mineur en klinkt een stuk onrustiger, bijna alsof het stuk zich opmaakt om af te sluiten. Het geheel staat in een drieachtsmaat met de aanwijzing Poco moto, wat zoveel betekent als: een beetje in beweging.Niet voor een vleugel van nu
Het stuk beslaat maar ongeveer twee octaven, en dat past precies bij de pianos die ik in mijn tijd gebruikte. Je hebt dus echt geen moderne piano met achtentachtig toetsen nodig om het te spelen. In het Beethoven-Haus in Bonn liggen nog schetsbladen, waarop het stukje naast een mars, WoO 19, en muziek voor Egmont staat. Het begon dus als een kladje tussen ander werk, en dat het nu zo bekend is, vind ik nog altijd een mooie verrassing.---
Nu je het verhaal kent: vond je het leuk om te ontdekken wat er achter Für Elise schuilgaat? Ik vind het zelf nog steeds bijzonder dat dit stukje pas in 1867 werd gepubliceerd, door Ludwig Nohl, en dus lang na mijn dood. Het handschrift is sindsdien zoek, en daarom weet niemand zeker wie die Elise nu eigenlijk was. Misschien is dat wel een van de mooiste dingen aan dit stukje, want een raadsel dat open blijft nodigt uit om er telkens opnieuw naar te luisteren. Er valt nog veel meer te ontdekken aan Für Elise, van de manier waarop het stuk in elkaar zit tot de vragen waar onderzoekers zich nog altijd over buigen. Klik gerust op de links hieronder om verder te lezen en te luisteren, en misschien vind je dan jouw eigen antwoord op de vraag wie Elise was.
