NOCTURNE IN E FLAT MAJOR VAN CHOPIN
DE ACHTERGROND

Nocturne in E-flat major, Op. 9 No. 2

Chopin vertelt de achtergrond van zijn Nocturne in E flat major
Ik ben Chopin, en ik ga je graag het verhaal vertellen achter mijn Nocturne in E flat major. Misschien ken je de melodie allang, al weet je niet precies waar ze vandaan komt, en misschien vraag je je op een stille avond af hoe zo'n eenvoudig lied is ontstaan. Ben je nieuwsgierig naar het verhaal achter mijn Nocturne in E flat major? Dan loop ik graag met je mee, want ik wil je er zelf doorheen begeleiden, stap voor stap en zonder haast. Als ik alles verteld heb, geef ik je ook een paar manieren om de Nocturne in E flat major zelf verder te ontdekken.
---

Ongeveer twintig, en al aan het schrijven

Ik was ongeveer twintig toen ik aan deze Nocturne werkte, al weet niemand precies in welk jaar ik ermee begon. In de bronnen staan jaartallen tussen 1830 en 1832, en daar moeten we het maar mee doen. Ik ben in 1810 geboren, dus je kunt zelf narekenen hoe jong ik nog was. Ik had toen geen idee dat dit korte stukje ooit een van mijn bekendste zou worden.

Een buiging voor John Field

Voor dit soort muziek had ik een voorbeeld, en dat waren de nocturnes van John Field. Mijn Nocturne in E flat major lijkt het meest op zijn eenvoudigere stukken. Ik hield het dus bewust simpel: een melodie, een rustige begeleiding eronder en verder geen poespas. Het is een beetje zoals iemand die het recept van een ander overneemt en er stiekem zijn eigen kruiden aan toevoegt.

Het eerste menu met drie gangen

Deze Nocturne is de tweede van drie uit mijn Op. 9, en die set was het eerste dat ik van mijn nocturnes liet uitgeven. De eerste staat in B-flat minor en heet Larghetto, de derde staat in B major en heet Allegretto. De mijne zit in het midden, als de hoofdgang waar iedereen over blijft praten. Dat ik juist dit middelste stuk zo vaak hoor spelen, had ik van tevoren echt niet kunnen voorspellen.

Een cadeau voor Madame Pleyel

Ik droeg de hele set op aan Madame Pleyel. Welke voornaam bij haar hoort, Marie of Camille, daarover zijn de bronnen het niet eens. Ik hou het dus maar bij Madame Pleyel, dan kan niemand mij iets verwijten. Zo'n opdracht is een beleefde manier om te zeggen: dit is voor jou, doe er iets moois mee.

Van mijn bureau naar Leipzig

Er verscheen in 1833 een uitgave bij Kistner in Leipzig, en daarmee ging het stuk de wereld in. In een van de bronnen staat 1832, dus over het precieze jaar laat ik de discussie graag aan de kenners. Vanaf dat moment kon iedereen met een piano thuis de noten op de lessenaar zetten. Een componist weet zelden precies wanneer iets af is, want hij hoort er altijd nog een andere versie in.

Kort, en daar ben ik trots op

Dit is de kortste van de drie nocturnes uit de set, met maar 34 maten. Alles wat ik wilde zeggen paste daarin, en meer woorden had ik niet nodig. Ik vind dat nog steeds een goed principe, net als bij de beste toespraken op een bruiloft. Je hoeft dus niet lang te blijven zitten om dit stuk helemaal te horen.

Steeds langs hetzelfde bankje

De opbouw is eigenlijk heel overzichtelijk. Ik speel een eerste deel, herhaal dat, ga naar een tweede deel en keer dan terug naar het eerste, daarna weer naar het tweede en nog eens het eerste. Dat heet een afgeronde tweedelige vorm, en daarna volgt nog een coda als afsluiting. Het is als een wandeling waarbij je telkens langs hetzelfde bankje komt en elke keer blij bent dat je het herkent.

Zon met een wolkje ervoor

Het stuk staat in een majeurtoonsoort, dus je zou verwachten dat het door en door vrolijk is. Toch blijft er hier en daar een moment van weemoed hangen. Ik kon er niets aan doen, want zelfs op een zonnige dag trekt er bij mij soms een wolkje voorbij. Juist dat mengsel maakt de muziek volgens mij zo menselijk.

Even vrij ademen bij de deur

Aan het eind laat ik een korte cadens horen, waarin de pianist de melodie nog één keer sierlijk laat uitwaaieren. In de voorlaatste maat schreef ik senza tempo, dus zonder vaste tel. De pianist mag daar even naar eigen gevoel ademen, zoals iemand die bij de deur nog net iets aardigs wil zeggen voor hij weggaat. Daarna volgen rustige akkoorden in de grondtoonsoort, en dan is het stil.

Van klein stukje naar beroemdheid

Dit is een van mijn populairste composities, en vaak wordt het zelfs mijn beroemdste stuk genoemd. Ik schreef het niet om indruk te maken met vingervlugheid, want het is zacht en het heeft geen haast. Misschien is dat precies waarom zoveel mensen er zo graag naar luisteren. Het blijft een prettig idee dat een stuk van maar 34 maten zo lang meegaat.
---
Zo, nu weet je hoe mijn Nocturne in E flat major ontstond. Het blijft bijzonder dat zo'n kort stuk, maar vierendertig maten lang en de kortste van de drie nocturnes uit mijn Op. 9, uiteindelijk het bekendste werd. Misschien hoor je het nu met andere oren, en merk je dat er in al die rust ook een vleugje weemoed zit, ondanks de majeurtoonsoort. Heb je genoten van het verhaal achter deze Nocturne? Er valt nog veel meer te ontdekken in dit stuk. Je kunt bijvoorbeeld op de versieringen letten, op de bijzondere stilte vlak voor het slot of op de andere nocturnes uit dezelfde reeks. Klik gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te lezen. Neem er de tijd voor, net zoals de muziek zelf dat doet.