HUNGARIAN RHAPSODY NO 2 VAN LISZT
DE ACHTERGROND
Hungarian Rhapsody No. 2 in C-sharp minor, S. 244 No. 2

Ik ben Franz Liszt, en ik wil je graag het verhaal vertellen achter mijn Hungarian Rhapsody No 2. Als ik er nu op terugkijk, verbaast het me hoeveel er schuilgaat achter één stuk voor piano. Ben je benieuwd naar de achtergrond van Hungarian Rhapsody No 2? Ik ben er om je daar rustig doorheen te leiden en je onderweg te wijzen op de plekken waar het de moeite waard is even stil te staan. Als het verhaal verteld is, laat ik je ook een paar manieren zien om Hungarian Rhapsody No 2 daarna zelf verder te ontdekken.
---
Mijn bekendste kind
Ik schreef negentien Hongaarse rapsodieën voor piano, maar de tweede is de bekendste geworden. Als je nog nooit een klassiek stuk hebt gehoord, heb je dit waarschijnlijk toch al eens ergens opgevangen. Dat vind ik een mooi idee, want ik heb het niet geschreven voor mensen die er al alles van wisten. Ik zal je daarom eerst vertellen in welke tijd ik dit stuk maakte.Eerst de drukte, dan de rust
Heinrich Heine bedacht in 1844 al een woord voor de gekte rond mijn concerten: Lisztomanie. Dat woord staat dus los van dit stuk, want het is ouder dan de rapsodie. In 1847 hield ik op met concertreizen, ik was toen vijfendertig. Daarna werd ik Kapellmeister in Weimar, van 1848 tot 1861, en kreeg ik eindelijk tijd om rustig te componeren.Een hoofd vol melodieën
Waar de melodieën in dit stuk precies vandaan komen, is niet helemaal zeker. Er is zelfs een verhaal dat het openingsthema Roemeens zou zijn en niet Hongaars, maar zeker weten doet niemand het. In 1864 schreef ik in een brief dat ik als rapsodist alleen de taak had om de melodieën om te vormen tot werken die zo dicht mogelijk bij hun ware wezen lagen. Ik zag mezelf dus meer als iemand die het verhaal netjes doorgeeft dan als iemand die alles zelf verzint.Eerst treuren, dan dansen
Het patroon van langzaam naar snel heb ik overgenomen van Roma-muzikanten, die zo improviseerden. Zij begonnen met iets peinzends en lieten de spanning langzaam stijgen, tot het tempo opeens aantrok. Daar zit eigenlijk het hele plezier van het stuk in: je weet dat het gaat losbarsten, maar je weet niet wanneer. Ik vond dat zo'n goede opbouw dat ik hem liever niet wilde verbeteren.Een cadeautje voor een graaf
Ik droeg het stuk op aan graaf László Teleki. In 1851 verscheen het bij uitgever Bartholf Senff, nog als stuk voor één piano. Zo kon iedereen die goed genoeg speelde en veel doorzettingsvermogen had het thuis proberen. Of dat ook altijd goed afliep, laat ik maar in het midden.Tien vingers is eigenlijk te weinig
De Hongaarse rapsodieën staan erom bekend dat ze moeilijk zijn, en deze maakt daarop geen uitzondering. De handen moeten snel springen, akkoorden raken en toch een melodie laten zingen. Het lastige is dat het allemaal moet klinken alsof het vanzelf gaat, zoals bij een muzikant die al uren zit te spelen en niet meer nadenkt. Wie het goed doet, laat de moeite niet zien, en dat is misschien wel het moeilijkste van alles.Nu komt het orkest erbij
Het origineel is voor solopiano, dus een orkest hoort er in mijn versie niet bij. Later kwam dat er wel, want ik werkte samen met Franz Doppler aan orkestversies van zes van mijn rapsodieën. Zijn bewerking van deze tweede staat in re-klein, dus in een andere toonsoort dan het origineel. Wie wat precies deed, is lastig te zeggen, en dat laat ik aan de geleerden over.Iedereen wil eraan sleutelen
Karl Müller-Berghaus maakte nog een tweede orkestversie, dit keer in c-mineur. Er bestaat ook een versie voor pianoduet, voor twee spelers op één bankje. In 1933 volgde Franz Schreker met weer een eigen orkestbewerking. Blijkbaar zit er in dit stuk genoeg om er met veel mensen en veel instrumenten uit te halen.Horowitz gooit er nog een schepje bovenop
In 1953 maakte Vladimir Horowitz een flinke bewerking voor piano. Hij nam mijn stuk als uitgangspunt en maakte er zijn eigen versie van. Ik vind dat een compliment, want je werkt alleen zo hard aan een stuk als je het echt de moeite waard vindt. Mijn stuk bleef pianisten dus ook na mijn tijd bezighouden.Een kat en een konijn
Het wonderlijkste is dat dit stuk ook in tekenfilms terechtkwam. In 1946 gebruikte Bugs Bunny het in Rhapsody Rabbit, en in 1947 volgde The Cat Concerto met Tom en Jerry. Die laatste won een Academy Award voor beste korte animatiefilm. Als ik had geweten dat een kat en een muis mijn muziek zo zouden spelen, had ik misschien nog een paar extra noten voor ze geschreven.---
Ik hoop dat je het leuk vond om te lezen hoe Hungarian Rhapsody No 2 is ontstaan. Misschien klinkt het stuk nu al een beetje anders in je oren dan voor je met dit verhaal begon. Toch is er nog veel meer te ontdekken, want dit stuk heeft ook na mij nog een lang en verrassend leven gehad. Zo bestaat er een versie voor twee pianisten, en er zijn meerdere bewerkingen voor orkest gemaakt. Een van die orkestversies kwam tot stand met Franz Doppler, die samen met mij aan zes van mijn rapsodieën werkte. Ook Vladimir Horowitz heeft het stuk in 1953 flink herschreven voor piano. Als je nieuwsgierig bent geworden, klik dan gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te lezen. Ik gun je het plezier om dit stuk nog op vele andere manieren te horen.
