DIE ZAUBERFLÖTE VAN MOZART
'DER VOGELFÄNGER BIN ICH JA'
Die Zauberflöte, K. 620, opera in two acts (1791)

Ik ben Mozart, en in dit stuk vertel ik je alles over Der Vogelfänger bin ich ja, het liedje waarmee Papageno zich in Die Zauberflöte aan je voorstelt. Ben je benieuwd wat er schuilgaat achter dit vrolijke deuntje, dat zo eenvoudig klinkt en toch met zoveel zorg is gemaakt? Ik loop met je mee door de details, zodat je straks niet alleen de melodie herkent, maar ook hoort waarom ze zo goed werkt. En als we dit lied samen hebben bekeken, geef ik je een paar manieren om Die Zauberflöte zelf nog verder te ontdekken.
---
Zo luister je naar een vogelvanger
Je hoeft niets van klassieke muziek te weten, want dit is een liedje dat je na één keer luisteren al kunt meeneuriën. Luister eerst naar de strijkers, die de melodie dragen en het lied zijn vaste, vrolijke bodem geven. Daaromheen kleuren twee hobo's, twee fagotten en twee hoorns in G het geluid: de hobo's klinken guitig, de fagotten wat bromderig en de hoorns warm en rond. Probeer ze te onderscheiden zoals je in een drukke kamer de stemmen van je vrienden herkent.Waarom ik het zo noemde
Ik gaf het lied de titel van zijn eerste regel, want daarmee stelt Papageno zich voor: de vogelvanger, dat ben ik nu eenmaal. Hij zingt het in het eerste bedrijf, meteen als hij voor het eerst op het toneel verschijnt, dus de titel werkt als een visitekaartje. Het woordje ja geeft de zin iets schouderophalends, alsof hij zegt dat hij er ook niets aan kan doen. Emanuel Schikaneder schreef de tekst en zong de rol bij de première zelf, dus dit visitekaartje kwam rechtstreeks uit zijn eigen mond.Een liedje met een kop en een staart
Bij de vorm heb ik niet lang hoeven twijfelen: dit is een liedachtige aria met coupletten. Dat past bij een vogelvanger, want wie de hele dag door het bos loopt, zingt geen symfonie. De aanwijzing stets lustig geldt voor het hele stuk, en het refrein heissa, hopsasa maakt het lied meteen meezingbaar. Ik loop het eerste en het tweede couplet hieronder na, allebei in G-majeur.Deel 1: Een visitekaartje met veren
In het eerste couplet stelt Papageno zich voor als vogelvanger die altijd vrolijk is, en de muziek in G-majeur klinkt precies zo. Het tempo is ongedwongen en opgewekt, zoals stets lustig vraagt, en niets in de begeleiding dringt of jaagt. Bij heissa, hopsasa wordt de stemming nog een tikje uitgelaten, alsof hij een klein huppeltje maakt. Het verhaal is hier nog heel eenvoudig: een man zonder zorgen die zijn vak kent.Deel 2: Een net voor heel andere vogels
In het tweede couplet verandert de tekst van toon, want nu wenst Papageno dat hij een net had om meisjes mee te vangen. De muziek blijft stets lustig, dus de stemming slaat niet om en de knipoog zit vooral in de woorden. Ik had hier geen dramatische wending nodig, want de melodie hoeft alleen maar mee te lachen. Zo vertel ik al in dit liedje wie Papageno is: een goedhartige dromer die later weliswaar voor de proeven zakt, maar toch Papagena krijgt.Nu is het aan jou
Nu nodig ik je uit om Der Vogelfänger bin ich ja zelf te beleven, dus druk op play en laat de muziek over je heen komen. Misschien denk je tijdens het luisteren even aan wat we besproken hebben: de strijkers, de hobo's, fagotten en hoorns, en de twee coupletten. Let vooral op het moment waarop Papageno van vogels naar meisjes overstapt, want daar zie je hem glimlachen in de muziek. Ik hoop dat je de reis door mijn Der Vogelfänger bin ich ja net zo plezierig vindt als ik het vond om hem te schrijven.---
Zo, nu je Der Vogelfänger bin ich ja een paar keer hebt gehoord, hoop ik dat je het leuk vond om er via deze luistergids wat meer over te ontdekken. Ik schreef dit liedje voor een vogelvanger die zich om niets druk lijkt te maken, en het blijft mij verbazen hoe lang zo'n eenvoudige melodie je bijblijft. Misschien betrap je jezelf morgen op het meeneuriën onder de douche of in de keuken. Toch is Papageno maar één van de mensen die je in Die Zauberflöte tegenkomt. Ik schreef de opera in 1791, en twee maanden na de première leefde ik al niet meer. Als je daar even bij stilstaat, krijgt die vrolijke muziek er een zachte, bijna ontroerende klank bij. Er valt in Die Zauberflöte nog veel meer te ontdekken, van de plechtige Overture tot de Koningin van de Nacht en de proeven van Tamino en Pamina. Klik gerust op de links hieronder om verder te luisteren en te lezen, en neem er de tijd voor. Wie weet vind je daar het volgende stuk dat je niet meer loslaat.
