DIE ZAUBERFLÖTE VAN MOZART
'OVERTURE'

Die Zauberflöte, K. 620, opera in two acts (1791)

Mozart presenteert een luistergids bij Overture uit zijn Die Zauberflöte
Hallo, ik ben Mozart, en in deze uitleg vertel ik je alles over de Overture uit Die Zauberflöte. Ben je benieuwd hoe dit openingsstuk in elkaar zit en wat er onder de oppervlakte te horen valt? Ik ga je er graag stap voor stap doorheen leiden, zodat je ook de kleine details hoort die bij een eerste luisterbeurt makkelijk voorbijgaan. Als we de Overture samen hebben doorgenomen, geef ik je daarna een paar manieren om Die Zauberflöte nog verder te ontdekken.
---

Zo luister je naar mijn Overture

Je hebt geen voorkennis nodig, dus ga er gewoon voor zitten en laat het orkest zijn werk doen. Luister eerst naar de koperblazers, die het stuk openen met drie plechtige akkoorden, een beetje zoals een ceremoniemeester die zijn keel schraapt voordat hij iets belangrijks gaat zeggen. Daarna speelt het hele orkest een vlot Allegro, en daarin kun je horen hoe een korte melodie van de ene groep musici naar de andere wordt doorgegeven. Let tot slot op het moment waarop het lijkt alsof alles is afgelopen, want dat is het nog niet.

Waarom het een Overture heet en geen losse mop

Een ouverture is het stuk dat klinkt voordat het doek opgaat, en zo bedoel ik het ook: als een inleiding op wat er daarna gaat gebeuren. Ik schreef het als laatste, toen de rest van de opera al klaarlag, dus ik wist precies welke sfeer ik het publiek vooraf wilde meegeven. De drie akkoorden aan het begin horen bij de priesters van de Tempel van de Wijsheid, een wereld die in het verhaal een grote rol speelt. Het publiek in het Theater auf der Wieden, een volkstheater in een Weense buitenwijk, hoorde dus al iets van die plechtigheid voordat er iemand een woord had gezongen.

Een vorm zonder naambordje

Over de vorm heb ik even nagedacht, en ik laat de vakterm liever achterwege en vertel je wat er gebeurt. Het stuk begint langzaam, met een adagio, en gaat dan over in een levendig Allegro in fugastijl, waarin de melodieën elkaar op de hielen zitten. Daarna volgt een vals einde, en vervolgens keer ik terug naar de grondtoon Es-majeur, het huis waar we begonnen zijn. In de komende drie stukjes loop ik de delen één voor één met je door.

Deel 1: Hoed af, hier woont de wijsheid

Het eerste deel is langzaam, een adagio, en het staat in Es-majeur. De koperblazers spelen hun akkoorden breed en vol, met stilte ertussen, zodat elk akkoord even kan nagalmen. Dat geeft een stemming van ernst en eerbied, alsof je een tempel binnenstapt en vanzelf zachter gaat praten. Het is het rustigste moment van het hele stuk, en dat is precies de bedoeling, want daarna wordt het druk.

Deel 2: Een achtervolging zonder dat iemand buiten adem raakt

Dan springt het tempo naar een levendig Allegro, en de stemming slaat in één klap om van plechtig naar speels en bedrijvig. Dit is het fugale deel: een melodie begint alleen, een tweede stem komt er achteraan met dezelfde melodie, en zo vult het orkest zich steeds verder. Je hoeft de stemmen niet te kunnen tellen, het is genoeg om te merken dat het wemelt en vooruit wil. Zo klonk het ook op 30 september 1791, toen ik zelf voor het orkest stond en de eerste voorstelling dirigeerde.

Deel 3: Het einde dat nog even blijft hangen

Het laatste deel begint met een vals einde: de muziek lijkt af te ronden, en je denkt dat je kunt gaan klappen. Het is een beetje als een gast die al met zijn jas aan in de gang staat en dan toch nog even blijft. Daarna keert de muziek terug naar de grondtoon Es-majeur, en dat voelt als thuiskomen na een drukke reis. Het tempo blijft levendig en de stemming opgewekt, zodat het publiek met zin in het verhaal kon blijven zitten.

Nu is het jouw beurt

Druk dus maar op play en laat de muziek over je heen komen. Denk onderweg nog eens aan wat we besproken hebben: de plechtige akkoorden, de melodieën die elkaar achternazitten en het einde dat geen einde is. Je hoeft niets te herkennen of te begrijpen, luisteren is genoeg. Ik hoop dat je er net zoveel plezier aan beleeft als ik had toen ik mijn Overture schreef.
---
Zo, dat was mijn Overture, het stuk dat ik als laatste aan deze opera toevoegde. Ik vind het een mooie gedachte dat iets wat ik zo laat schreef, nu al zo lang het begin van de voorstelling vormt. Twee maanden na de première overleed ik, maar de opera ging zonder mij verder en haalde in de jaren 1790 honderden voorstellingen. Dat het publiek er ook daarna zo van bleef genieten, vind ik een troostrijke gedachte. Vond je het leuk om zo met me mee te luisteren naar de Overture uit Die Zauberflöte? Er valt in Die Zauberflöte nog veel meer te ontdekken, van de personages en hun lotgevallen tot de muziek van de aria's. Klik gerust op de links hieronder om verder te kijken en te luisteren. Ik hoop dat je de Overture de volgende keer net iets anders hoort dan eerst.