Napoleon de deur wijzen met de 1812 Overture van Tchaikovsky
De luistergids

1812 Overture in E-flat major, Op. 49

Tchaikovsky presenteert een luistergids bij zijn 1812 Overture
Ik ben Tchaikovsky, en dit is de luistergids bij mijn 1812 Overture. Je hoort hoe een stil kerklied in één doorlopend stuk uitgroeit tot een veldslag tussen twee legers, en juist die opbouw maakt de twintig minuten of minder meer dan de moeite waard. Je leert op deze site van mij en mijn collega-componisten ook hoe je onze stukken herkent zodra je ze hoort, dus oefen dat gerust in  de Trainer .
---

Zet je oren op de goede stand

Luister naar mijn 1812 Overture als naar één lang verhaal van ongeveer vijftien tot twintig minuten, zonder pauzes tussen de stukken. Let op wie wat doet: de strijkers en de houtblazers zorgen voor het zachte begin, en het koper, de pauken en het andere slagwerk nemen later de kracht over. Aan het einde luiden grote klokken, en ik wilde dat ze allemaal dezelfde toonhoogte hadden, zodat ze samen één galmende klank vormen. Volg dus vooral hoe het geluid groeit, van bijna niets tot een volle zaal, zoals een ketel die langzaam aan de kook komt, en je hoeft geen noot theorie te kennen.

Een jaartal op de voorkant

Ik gaf het stuk de naam van het jaar 1812, in het Russisch "1812 год", dus "Het jaar 1812". In dat jaar viel Napoleon Rusland binnen, en mijn muziek herdenkt hoe de Russen zich daartegen verdedigden. Een geschiedenisles is het niet, want "God Save the Tsar!" bestond in 1812 nog helemaal niet en het eerste officiële Russische volkslied komt pas uit 1815. Hoor mijn ouverture dus als een groot schilderij van die tijd, en niet als een nauwkeurig verslag.

Geen keurig recept, wel een route

Bij de vorm had ik veel vrijheid, want Nikolay Rubinstein vroeg me om een stuk in welke vorm dan ook, tussen vijftien en vijfentwintig minuten. Ik schreef één doorlopend deel van 428 maten dat meer een verhaal volgt dan een streng bouwplan. Het begint in Largo en gaat daarna over in Allegro giusto, en onderweg hoor je vier stations die ik je hierna één voor één laat zien. Die vier zijn een gebed, een gespannen opmars, een gevecht en een feest, en in die volgorde vertel ik ze ook.

Deel 1: Eerst even bidden

Het eerste deel is een gebed: het kerklied "O Lord, Save Thy People" klinkt zacht en plechtig, zonder enige haast. Het tempo is breed en rustig, en de klank groeit langzaam, zodat het lijkt alsof er steeds meer stemmen bij het lied komen. Je hoort hier de stilte van een kerk, vlak voordat het gevaar dichterbij komt. Onthoud die sfeer goed, want ze is van korte duur.

Deel 2: De lucht wordt zwaar

Na het gebed slaat de stemming om, want het tempo gaat van Largo naar Allegro giusto en de rust is voorbij. De muziek wordt gejaagd en gespannen, met korte, scherpe ritmes die klinken als een leger dat zich klaarmaakt. Stap voor stap lopen het volume en de spanning op, zonder dat er al iets losbarst. Het is net de benauwde lucht voor een onweer: je weet dat de klap komt, maar nog niet precies wanneer.

Deel 3: Een gevecht zonder nette manieren

In het derde deel breekt de strijd los, en La Marseillaise staat daarin voor het Franse leger. Waarom ik juist dit lied koos, is nergens opgetekend; het was in 1879 weer het Franse volkslied geworden, maar of dat de reden was, weet niemand. Koper en slagwerk jagen het geluid op, en het ene moment lijkt de ene kant te winnen en het volgende moment de andere. Het klinkt rommelig en luid, en zo hoort een slagveld in muziek ook te klinken.

Deel 4: Klokken, koper en een groot feest

In het slot wordt het feest: de klokken beginnen te luiden en "God Save the Tsar!" klinkt vol en zegevierend, met als extraatje een koperorkest dat buiten het podium mag meespelen. Veel mensen denken dat ik echte kanonnen in de partituur heb gezet, maar ik schreef alleen een bombardone voor, een grote hangende trom. De echte kanonnen kwamen later, bijvoorbeeld in de opname van Antal Doráti uit 1954, en tegenwoordig knalt het stuk mee bij vuurwerkconcerten op Amerikaanse Independence Day. Het hele werk staat in Es-groot, en die toonsoort geeft het slot een stralende, bijna overdreven vrolijke klank.

Nu is het jouw beurt

Nu mag je mijn 1812 Overture zelf beleven: druk op play en laat de muziek over je heen komen. Denk onderweg aan de vier stappen die we hebben besproken, het gebed, de opmars, het gevecht en het feest. Ik zal eerlijk zijn: ik schreef het stuk zonder warme gevoelens en vond het zelf vrij luid en lawaaierig. Maar ik dirigeerde het dertien keer, vaker dan al mijn andere werken, dus ik hoop dat jij er meer plezier aan beleeft dan ik toen ik het schreef.
---
Ik hoop dat je met plezier hebt meegeluisterd en gelezen: heb je genoten van deze luistergids bij mijn 1812 Overture? Als je terugdenkt aan dit stuk, hoor je misschien meer dan alleen het lawaai waar ik zelf destijds zo schamper over deed. Je hoort ook een rustig kerklied dat langzaam groeit, en een slot dat je pas helemaal begrijpt wanneer je de weg ernaartoe hebt gevolgd. Toch is er nog veel meer te ontdekken aan dit werk, bijvoorbeeld hoe het in de loop der jaren door dirigenten en orkesten is gespeeld en waar het later overal is gaan klinken. Neem er gerust de tijd voor, want elke keer dat je het opnieuw opzet, valt je weer iets anders op. Klik daarom op de links die je hier op de pagina vindt, dan kun je zelf verder op onderzoek uitgaan. Ik wens je er veel luisterplezier bij.